Tweede Kamer der Staten Generaal

draad023.002 draad plenaire vergadering 23 februari 2000 Gemaakt: 28-2-2000 tijd: 10:38

DRTK053.00.DOC Draad - 11

(De tussen haakjes geplaatste getallen verwijzen naar de nummering van de stenogrampagina's)

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Vergaderjaar 1999-2000

Woensdag 23 februari 2000

Aanvang 13.00 uur

53ste vergadering

Voorzitter: Van Nieuwenhoven

Tegenwoordig zijn 140 leden, te weten:

Van den Akker, Albayrak, Apostolou, Van Ardenne-van der Hoeven, Arib, Atsma, Augusteijn-Esser, Bakker, Van Baalen, Balemans, Balkenende, Barth, Van Beek, Belinfante, Van den Berg, Biesheuvel, Bijleveld-Schouten, Blaauw, Van Blerck-Woerdman, Blok, De Boer, Bos, Brood, Buijs, Bussemaker, Van de Camp, Cherribi, De Cloe, Cornielje, Crone, Dankers, Van Dijke, Dijksma, Dijkstal, Dittrich, Van den Doel, Duijkers, Duivesteijn, Essers, Eurlings, Feenstra, Geluk, Van Gent, Van Gijzel, Giskes, Gortzak, De Graaf, De Haan, Halsema, Hamer, Harrewijn, Hermann, Herrebrugh, Hessing, Hillen, Hindriks, Van der Hoek, Hoekema, Van der Hoeven, Hofstra, Kalsbeek, Kamp, Kant, Karimi, Klein Molekamp, Van der Knaap, Koenders, Kortram, Kuijper, Lambrechts, Leers, Luchtenveld, Marijnissen, E. Meijer, Th.A.M. Meijer, Middel, Van Middelkoop, Mosterd, Nicolaï, Niederer, Van Nieuwenhoven, Noorman-den Uyl, Oplaat, Örgü, Oudkerk, Van Oven, Passtoors, Patijn, Poppe, Rabbae, Ravestein, Rehwinkel, Reitsma, Van 't Riet, Rietkerk, Rijpstra, Rosenmöller, Ross-van Dorp, Rouvoet, Santi, Scheltema-de Nie, Schimmel, Schoenmakers, Schreijer-Pierik, Schutte, Smits, Snijder-Hazelhoff, Spoelman, Van der Staaij, Van der Steenhoven, Stellingwerf, Stroeken, Swildens-Rozendaal, Terpstra, Timmermans, Udo, Valk, Ter Veer, Vendrik, Verbugt, Verburg, Verhagen, Visser-van Doorn, Van der Vlies, Van Vliet, M.B. Vos, Voûte-Droste, De Vries, Waalkens, Wagenaar, Van Walsem, Weekers, Weisglas, Van Wijmen, Wijn, Wilders, De Wit, Van Zijl, Zijlstra en Van Zuijlen,

en de heer Peper, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en mevrouw Faber, staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede, dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:

Koenders, wegens bezigheden elders, alleen voor de middag- en avondvergadering;

Waalkens, wegens bezigheden elders, alleen voor de avondvergadering;

Valk, wegens verblijf buitenslands, ook morgen;

Te Veldhuis, wegens ziekte, ook morgen.

Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter: De ingekomen stukken staan op een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter: Ik stel voor, donderdag aanstaande aan de orde te stellen:


- de benoeming van een substituut-ombudsman (27012).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter: Het woord is aan de heer Van der Steenhoven.

De heer Van der Steenhoven (GroenLinks): Mevrouw de voorzitter! Wij hebben gisteren een algemeen overleg gehad over de IJzeren Rijn. Ik wil het verslag van dat algemeen overleg graag agenderen voor een plenaire bespreking in de Kamer.

De voorzitter: Wilt u dat debat nog deze week houden?

De heer Van der Steenhoven (GroenLinks): Graag deze week nog.

De voorzitter: Ik zal op een later tijdstip een voorstel doen. Houdt u er maar rekening mee dat het debat morgen omstreeks het middaguur of iets daarna zal plaatsvinden.

Gemeentelijke herindeling West-Overijssel

Aan de orde is de behandeling van:


- het wetsvoorstel Gemeentelijke herindeling van West-Overijssel (26657).

De algemene beraadslaging wordt geopend.

Het woord voeren de leden Hoekema (5-35), Barth (36-55) en Van den Berg (56-76).

Voorzitter: Weisglas

Het woord voert het lid Van der Hoeven (78-81).

Voorzitter: Van Nieuwenhoven

Het woord voeren de leden Van der Hoeven (83-105), Schutte (106-118), Van Gent (119-133), Balemans (134-144) en Poppe (145-155).

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter: Hiermee zijn wij aan het eind gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer. De minister zal op een later tijdstip vandaag antwoorden en vervolgens zal de tweede termijn gehouden worden.

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.

Vogelrichtlijn

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op
17 februari 2000 over de Vogelrichtlijn.

Het woord voert het lid Passtoors (158).

MOTIE

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat in de voorgenomen aanwijzing van speciaal beschermde zones conform artikel 4 van de Europese Vogelrichtlijn niet-ornithologische criteria zijn gebruikt;

overwegende, dat bij de begrenzing van deze zones ook niet-ornithologische criteria zijn gebruikt;

overwegende, dat daardoor een te groot aantal speciale beschermingszones met een te groot totaaloppervlak zal worden aangewezen;

overwegende, dat de bescherming van vogels ook op andere wijze kan plaatsvinden dan door de stringente speciale bescherming van artikel 4 van de Vogelrichtlijn juncto artikel 6 van de Habitatrichtlijn;

overwegende, dat bij deze begrenzing ook andere vogelsoorten en niet kwalificerende vogelsoorten in de speciale bescherming zijn opgenomen dan bedoeld in de Vogelrichtlijn;

verzoekt de regering de voorgenomen aanwijzing van speciaal beschermde zones op die wijze te herzien, dat alleen ornithologische criteria gebruikt worden voor de aanwijzing van de in aantal en oppervlak meest geschikte gebieden voor de speciale bescherming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Passtoors. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 90 (26800-XIV).

Het woord voeren de leden Passtoors (161-167) en Van Wijmen (168-169).

MOTIE

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de uitgangspunten van de Europese Vogelrichtlijn niet ter discussie staan;

overwegende, dat met betrekking tot de implementatie van deze richtlijn grote maatschappelijke onrust en onduidelijkheid is ontstaan, vooral wat betreft de effecten en de rechtsgevolgen;

overwegende, dat voor een goede uitwerking van de richtlijn een breed draagvlak met name ook bij directbetrokkenen een eerste vereiste is;

verzoekt de regering de op basis van de richtlijn thans aan te wijzen
49 gebieden voorzover daar sprake is van (mogelijke) ernstige belangenconflicten opnieuw te bezien met name op de effecten en de begrenzingen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Wijmen, Passtoors en Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 91 (26800-XIV).

Ik zie een viertal leden dat wil interrumperen, maar ik neem aan dat de discussie over dit onderwerp in het algemeen overleg gevoerd is. U komt nog aan de beurt en tot nu toe hebben beide sprekers al verre hun twee minuten overschreden. Dit moet echt om 18.00 uur afgerond zijn. U kunt dus kiezen voor het gebruiken van uw eigen twee minuten en nu niet te interrumperen of andersom. U kiest maar! Het gaat nu niet om een discussie, maar om besluitvorming. De discussie is in het algemeen overleg gevoerd en als dat onvoldoende is geweest, moet u een vervolg algemeen overleg vragen en niet een verslag op de agenda zetten om besluitvorming te plegen.

Mevrouw Augusteijn-Esser (D66): Maar nieuw is in ieder geval de motie!

De voorzitter: Daar gaan wij dus niet over in discussie.

De heer Stellingwerf (RPF): Deze motie zien wij voor het eerst en daarop moeten wij toch wel kunnen reageren?

De voorzitter: Dat kunt u doen in uw eigen termijn!

Mevrouw Swildens-Rozendaal (PvdA): Dat betekent dat u dan zo coulant bent om soepel met onze spreektijd om te gaan?

De voorzitter: Neen, dat betekent het niet. U hebt allemaal twee minuten en niet meer!

De heer Van Wijmen (CDA): Ik heb niet meer dan twee minuten gebruikt!

De voorzitter: Zeker wel, ik kan dat heel goed controleren. Twee minuten is niet zoveel!

Mevrouw Swildens-Rozendaal (PvdA): Dat betekent dus dat wij geen vragen mogen stellen?

De voorzitter: Dat betekent het inderdaad! Wij moeten hier niet de discussie overdoen, wij moeten hier besluitvorming plegen.

Mevrouw Swildens-Rozendaal (PvdA): Voorzitter! Die motie is toch niet aan de orde geweest in het algemeen overleg. Als de heer Van Wijmen...

De voorzitter: Mevrouw Swildens, het debat duurt nu al langer dan het had moeten duren! U kunt in uw twee minuten reageren op de motie van de heer Van Wijmen.

Mevrouw Swildens-Rozendaal (PvdA): Dan kan hij toch geen antwoord geven?

De voorzitter: Mevrouw Swildens, nogmaals, dit is een besluitvormingsprocedure!

Het woord voeren de leden Augusteijn-Esser (173-174), Swildens-Rozendaal (175-177) en Van der Vlies (178).

MOTIE

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat in de in het kader van de Vogelrichtlijn aangewezen gebieden het bestaande gebruik in beginsel kan worden voortgezet;

overwegende, dat op bestemmingsplanniveau een en ander steeds weer moet worden afgewogen;

spreekt als haar mening uit dat de in de eerste overweging weergegeven stelling op zodanige wijze dient te worden verstaan, dat het uitgangspunt "voortzetting van het bestaande gebruik" ruimte biedt voor de normale ontwikkelingen in de onderscheiden bedrijfstakken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Vlies, Van Wijmen en Passtoors. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 92 (26800-XIV).

Het woord voeren de leden Stellingwerf (180-181), Poppe (182), M.B. Vos (183) en staatssecretaris Faber (184-190).

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter: Ik stel voor, op een nader te bepalen tijdstip over de moties te stemmen.

Daartoe wordt besloten.

De vergadering wordt van 18.08 uur tot 19.40 uur geschorst.

Voorzitter: Weisglas

Gemeentelijke herindeling West-Overijssel

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:


- het wetsvoorstel Gemeentelijke herindeling van West-Overijssel (26657).

De voorzitter: Ik heet u allen, ook degenen op de publieke tribune en elders in het gebouw, hartelijk welkom bij deze avondvergadering. Zoals bekend, moeten wij om 23.15 uur deze vergadering beëindigen, en u weet allen dat het beëindigen van de vergadering samen moet vallen met het afronden van de beraadslaging over dit wetsvoorstel. Daar gaan we vanavond met z'n allen aan werken!

De algemene beraadslaging wordt hervat.

Het woord voert minister Peper (193-252).

De vergadering wordt van 21.55 uur tot 22.00 uur geschorst.

Het woord voeren de leden Hoekema (254-257) en Barth (258-260).

MOTIE

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat binnengemeentelijke decentralisatie de betrokkenheid tussen burger en bestuur kan bevorderen;

van mening, dat het stimuleren van binnengemeentelijke decentralisatie daarom gewenst is;

verzoekt de regering voorstellen te doen voor een experimentenfonds binnengemeentelijke decentralisatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Barth en Hoekema. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 20 (26657).

Het woord voeren de leden Barth (262), Van den Berg (263-267), Van der Hoeven (268-273), Schutte (274-276), Van Gent (277-281), Balemans (282-283), Poppe (284-287) en minister Peper (288-295).

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter: Ik stel voor, morgen aan het eind van de vergadering te stemmen.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA): Ik heb ook van collega's begrepen dat mijn suggestie om te wachten met de stemming niet wordt gesteund. Ik leg mij erbij neer dat wij morgen zullen stemmen. Ik weet in elk geval hoe de Tweede Kamer over dit wetsvoorstel denkt. Wij wachten maar af hoe het met Twente gaat en ik hoop dat de onzekerheid voor burgers, bestuurders en ondernemers na 4 april ten einde is, want daar wacht men al heel lang op.

Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.

Sluiting 23.21 uur.

Lijst van ingekomen stukken, met de door de voorzitter terzake gedane voorstellen:


1. een brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over het project Geïntegreerd meldkamersysteem (GMS) (24225, nr. 27).

Deze brief is al gedrukt en rondgedeeld;


2. twee brieven van de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, met de mededeling, dat zij in haar vergadering van 22 februari 2000 de haar door de Tweede Kamer toegezonden voorstellen van wet, gedrukt onder de nummers 26800-XIII en 26800-D, heeft aangenomen.

De voorzitter stelt voor, deze brieven voor kennisgeving aan te nemen;


3. een brief van de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, houdende de mededeling dat 16 leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal bij brief van 22 februari jl. de wens te kennen hebben gegeven dat het voornemen tot opzegging van het Verdrag betreffende de wekelijkse rusttijd in de handel en op kantoren (Verdrag nr. 106, aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar 40ste zitting); Genève, 26 juni 1957 (Trb. 1964, nr. 61) (Kamerstuk 26988, R1645), aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt onderworpen.

De voorzitter stelt voor, deze brief voor kennisgeving aan te nemen;


4. de volgende brieven:

een, van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ten geleide van de brochure kengetallen 2000;

een, van de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, ten geleide van het rapport van het Centraal planbureau "Op weg naar een effectiever grotestedenbeleid";

een, van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, inzake adviesaanvraag fondsen;

twee, van de minister van Verkeer en Waterstaat, te weten:

een, ten geleide van het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement m.b.t. de restantvoorraden;

een, ten geleide van een samenvattende rapportage Ontwikkeling Schiphol lange termijn;

een, van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, inzake de Wet voorzieningen gehandicapten.

De voorzitter stelt voor, deze brieven door te zenden aan de betrokken commissies en niet te drukken;


5. de volgende brieven:

een, van W.A. Tamse, inzake protest tegen verhoging Omroepbijdrage
2000;

een, van J.C. de Wit, inzake de gezondheidszorg;

een, van J. Keizer, inzake uitbreiding metro Amsterdam;

een, van dr. J. Hart, over de toepassing van de Nederlandse koppelingswet.

Deze brieven e.a. liggen op de griffie ter inzage.

De voorzitter,

De griffier,

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Draad plenaire vergadering Tweede Kamer '




Lees ook