ECN en RIVM bedenken 61 manieren om broeikaseffect tegen te gaan

Petten, 13 augustus 1999

Dankzij de mens komen er gassen in de atmosfeer die de gemiddelde temperatuur op aarde doen stijgen. Ze vormen in de atmosfeer een laag waar zonlicht wél door naar binnen kan maar warmte níet door naar buiten, een grote bolvormige broeikas rond de planeet aarde.

Driekwart van het effect is te danken aan koolzuurgas, CO2, een verbrandingsprodukt. Het overige kwart wordt veroorzaakt door methaan, lachgas en fluorverbindingen. Voor het gemak wordt hun bijdrage aan het broeikaseffect omgerekend en uitgedrukt in hoeveelheden koolzuurgas.

Bij ongewijzigd beleid en een economische groei van 3,3% per jaar zal Nederland tegen 2010 rond de 260 megaton koolzuurgasequivalenten per jaar de lucht in sturen terwijl dat er volgens de afspraken van de Verenigde Naties dan maar zo'n 210 mogen zijn. Er moeten maatregelen worden genomen om op termijn vijftig megaton per jaar te besparen.

Experts van het Energieonderzoek Centrum Nederland en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu hebben een lijst van 61 maatregelen opgesteld die de uitstoot van broeikasgassen met meer dan zeventig megaton koolzuurgasequivalenten kunnen beperken. De kosten van de maatregelen zijn ook geschat. Er zijn verschillende combinaties van maatregelen mogelijk om aan de benodigde vijftig megaton te komen. De goedkoopste, maar ook minst structurele combinatie zal één miljard gulden per jaar kosten, de duurste en meest ingrijpende vier.

Eén van de maatregelen is een nieuwe, nog te ontwikkelen techniek, het ondergronds opslaan van koolzuurgas. Een vijftiental industriële installaties, die vrijwel zuiver koolzuurgas produceren, zouden op die manier jaarlijks een dikke vier megaton kunnen afvoeren. De financiële en technische haalbaarheid van deze techniek kan op korte termijn worden onderzocht. Een andere maatregel, die grote winst kan opleveren, is het beperken van de hoeveelheid lachgas, N2O, die bij salpeterzuurbereiding vrijkomt. Volgens de experts van ECN en RIVM is dat technisch mogelijk. Het zou in één klap het equivalent van meer dan acht megaton koolzuurgas besparen. Deze twee opties zijn in Nederland opvallende uitschieters in de verschillende sectoren waar winst is te boeken.

De 61 maatregelen

In Kyoto is ook besloten dat landen hun verplichtingen kunnen voldoen in andere landen via 'joint implementation', æhandel in emissierechten' of een 'clean development mechanism'. Landen kunnen dus samenwerken, te grote reducties kunnen verhandeld worden en rijke landen mogen reducties realiseren in arme. De verwachting is dat het dichtbevolkte Nederland zeker van deze mogelijkheden gebruik zal maken maar deze markt is zo nieuw dat de onderzoekers van ECN en RIVM niet in staat waren zulke transacties kwantitatief te onderzoeken. De eerste reacties van maatschappelijke organisaties op de 61 opties zijn verwerkt in een Vervolg Optiedocument.

Interview met Michiel Beeldman: 'De boerende koe niet, de bandenspanning wel.'

"Eind 1997 hebben de Verenigde Naties op een klimaatconferentie in Kyoto afspraken gemaakt over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. De landen van de Europese Unie legden zich vast op een vermindering van acht procent rond 2010 ten opzichte van de uitstoot in het begin van de jaren negentig. In 1998 hebben de landen van de unie die afspraak verbijzonderd voor de lidstaten. Het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer heeft ons -- en het rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu -- toen gezegd 'maak eens een document waarin staat wat we allemaal kunnen doen, wat het kost, welk beleid nodig is en wat het allemaal oplevert, kortom, hoe we aan de doelstelling kunnen voldoen'. Eind oktober 1998 heeft de minister ons stuk aan de kamer aangeboden. Nu ligt er genoeg materiaal om rond 1 juni 1999 een zo genoemde uitvoeringsnota klimaatbeleid te kunnen formuleren.

We hebben op basis van bestaande toekomstscenarios en computermodellen de mogelijkheden op een rijtje gezet. Voor het maken van nieuwe modellen was geen tijd, ook omdat we onmiddellijk het draagvlak zo groot mogelijk hebben gemaakt en veel tijd hebben gestoken in overleg met ministeries als verkeer en waterstaat, economische zaken, financiën en landbouw, natuurbeheer en visserij. Saai? Je stuit op verrassende dingen. Ik had er bijvoorbeeld nooit bij stilgestaan dat boerende koeien het broeikasgas methaan ophoesten. En dat het behoorlijk in de produktie van koolzuurgas scheelt als iedereen de banden van zijn auto op spanning houdt.

Optiedocument

Uiteindelijk kwamen we tot een lijstje van 61 mogelijke maatregelen. We hebben berekend wat ze in de uitstoot van broeikasgassen schelen en wat ze kosten of opleveren. Het viel veel mensen tegen dat het gebruik van zonneënergie in 2010 zo weinig bijdraagt. Maar later in de volgende eeuw zal dat zeker een belangrijke rol gaan spelen. Nee, de boerende koeien staan er niet op. Maar de bandenspanning wél.

Omdat we ons niet van te voren rijk wilden rekenen, zijn we uitgegaan van een gunstige economische ontwikkeling. De uitstoot van broeikasgassen zal navenant toenemen. Nemen we geen maatregelen, dan zullen we een kwart meer broeikasgas uitstoten dan we volgens Kyoto mogen. Het is volgens ons technisch geen probleem dat op te lossen. Onze 61 maatregelen zijn samen goed voor meer dan dat kwart. Het zijn opties waarover de politiek beslist.

Michiel Beeldman

Tot nu toe heeft het klimaatbeleid de uitstoot van koolzuur nog niet erg kunnen terugdringen. Maar de afspraken van Kyoto zijn redelijk hard. Bovendien telt het ook mee als Nederland in andere landen de uitstoot van broeikasgassen helpt beperken. Het broeikaseffect is tenslotte een mondiaal probleem. Het onslaat ons niet van de plicht hier maatregelen te nemen maar als we voor hetzelfde geld daar meer kunnen bereiken dan hier..."

Deel: ' ECN en RIVM 61 manieren om broeikaseffect tegen te gaan '




Lees ook