Europa van Morgen


EU-economie wacht op structurele hervormingen
Zowel de Europese Commissie als het Europees Parlement maken zich enige zorgen over de economische ontwikkelingen in de drie grootste lidstaten van de EMU: Duitsland, Frankrijk en Italië. Opvallend is dat de meeste kleinere lidstaten aanzienlijk dynamischer opereren en daardoor meer groei bereiken en lagere overheidstekorten hebben. Op 11 maart reageerde het Europees Parlement.

De Franse christen-democraat André Fourcans, die voor het Parlement rapporteerde, waarschuwde dat een uit de hand gelopen loonontwikkeling in één van de lidstaten ook in de rest van de eurozone snel kan leiden tot werkgelegenheidsproblemen. Fourcans vond het spijtig dat de Commissie niet diep is ingegaan op de gevolgen voor de EU van de crisis in Rusland en de financiële moeilijkheden in Brazilië en andere Latijnsamerikaanse landen. De Europese consumenten hebben nog steeds veel vertrouwen in de economie, wat valt af te lezen aan hun royale koopgedrag. Maar de werkgevers tonen minder vertrouwen.
Fourcans komt tot de conclusie dat er een verplichte solidariteit binnen de Unie moet zijn en in het bijzonder binnen de eurozone. De Commissie zou een onderzoek moeten doen naar de onderlinge afhankelijkheid van de lidstaten, per sector en per regio, om te weten te komen wat de kern is van de Europese economische dynamiek.
De rapporteur komt tot enkele aanbevelingen zoals intensivering van de begrotingssanering in die lidstaten waar het tekort meer dan twee procent bedraagt. De overheden zouden gerichte en rendabele investeringen moeten doen ter ondersteuning van structurele economische hervormingen die buiten de sfeer van de overheid op gang zijn gekomen. Een andere aanbeveling gaat over de loonontwikkelingen. Die moeten realistisch zijn en in relatie staan met de groei van de productiviteit.

Oude recepten

De Duitse socialiste Christa Randzio- Plath, voorzitter van de parlementaire subcommissie voor monetaire zaken, stelde vast dat het werkgelegenheidsbeleid van de EU tot nu toe geen succes heeft gehad ‘doordat we onze toevlucht hebben genomen tot oude recepten’. De inflatie in de EU is tot een zeer laag peil teruggebracht, maar niettemin stokt de economische groei. De particuliere sector heeft de wind mee, maar het komt niet tot investeringen. De Europese Commissie zou er goed aan doen de economische en sociale problemen voor te leggen aan onafhankelijke deskundigen, zoals ook in een aantal lidstaten gebeurt. Aan de hand van hun gegevens moet de EU haar beleid bepalen, aldus Randzio-Path. Daarnaast is het ook de hoogste tijd dat de lidstaten hun beleid coördineren.
Voor de Belgische christen-democraat Fernand Herman stond vast dat de EU te maken heeft met een groot probleem dat niet zozeer van economische, maar van politieke aard is. ‘Iedereen spreekt over de noodzaak van structurele hervormingen in onze economie maar wie aan de macht is durft er niet aan te beginnen. Degenen die het wel deden gingen bij de eerste de beste verkiezingen onderuit. Het is heel makkelijk om te roepen om renteverlaging, maar men komt er niet toe begrotingsmiddelen vrij te maken voor opleidingen.’ Aldus wordt er korte termijnbeleid gevoerd en geen structureel beleid.
Op die zelfde lijn zat Johanna Boogerd-Quaak van de liberale fractie. Zij verwees naar Duitsland dat extra lasten oplegt aan werknemers uit andere lidstaten die in de Bondsrepubliek werken. Meerdere lidstaten hebben volgens Boogerd-Quaak de gewoonte om het voor hun burgers onaantrekkelijk (belastingen en premies) te maken buiten het nationale grondgebied werk te zoeken. Op deze manier komt er van arbeidsmobiliteit in de EU niet veel terecht, zei Boogerd-Quaak.
Haar fractiegenoot Robert Goedbloed las uit de analyses van de lidstaateconomieën zoals de Europese Commissie die heeft gepubliceerd, dat landen die goed gebruik hebben gemaakt van economische groei en structuurmaatregelen doorvoerden hun begrotingstekorten sneller hebben verminderd dan elders het geval is geweest, en ook kans zagen meer banen te scheppen.

Nederland en Ierland succesvol

De Ierse afgevaardigde Pat The Cope Gallagher wees zijn eigen land en Nederland aan als de meest succesvolle lidstaten van de afgelopen jaren. Dankzij een lange periode van loonmatiging verbeterde de werkgelegenheidssituatie en bovendien is in beide landen een afsprakencultuur tot stand gekomen die het economische klimaat goed heeft gedaan.
Er waren ook afgevaardigden die van een beleid van beperking van de begrotingsuitgaven niets wilden weten. De stabiliteit die men in de EU nastreeft heeft geleid tot een stagnatie van de groei met negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid, werd vanuit de linkerhoek van het Parlement gezegd. Hans Blokland, van de fractie voor nationale staten, stelde vast dat de EMU niet heeft gewerkt als een wonderolie, zoals de Europese Commissie verwachte. De drie grootste landen in de EMU voelen zich in een eurokeurslijf zitten. Men zou eens aan regionalisering van het beleid moeten denken, aldus Blokland.
In een resolutie concludeert het EP dat de Europese economie blijft profiteren van solide economische grondslagen zoals een goede rentabiliteit van investeringen, een zeer lage inflatie en lage rentetarieven. Niettemin moet men rekening houden met negatieve ontwikkelingen als gevolg van crises in derde landen. Volgens de Europese Commissie maakt 20% van de wereldeconomie een recessie door en zit 10% daar dicht tegenaan. In de landen van Midden- en Oost-Europa zijn de ontwikkelingen positief. Wellicht gaan de economieën van die landen zich krachtig ontwikkelen. Zorgelijk is de overwaardering van de effectenbeurzen. Het spookbeeld doemt op van een ineenstorting van de aandelenkoersen met als gevolg een wereldwijde crisis.
De deelnemers aan de eurozone zien nog geen kans een homogeen economisch blok te vormen. Het Parlement is verontrust over de voorziene overheidstekorten in 1999 van Duitsland, Italië en Frankrijk, dat op 2% van het BNP of daarboven zal liggen. Mocht zich een aanscherping van de crisis voordoen, dan hebben deze lidstaten binnen het maximale begrotingstekort van drie procent geen financiële ruimte om de economische bedrijvigheid op peil te houden. Het particuliere investeringsniveau is te laag. Via publiek-private samenwerking zou het mogelijk moeten zijn meer productieve investeringen op gang te brengen om het werkgelegenheidspeil in de EU te verhogen.
De sociale partners worden verzocht bij het afsluiten van arbeidsovereenkomsten rekening te houden met voorspelbare productiviteitswinst, om de best mogelijke voorwaarden te scheppen voor groei van de werkgelegenheid. De lidstaten moeten samen met het bedrijfsleven vooral investeren in onderwijs, beroepsopleidingen en herscholing. Deze resolutie is goedgekeurd met 108 stemmen voor en 78 tegen.
Eind juni zal de Raad uit alle adviezen conclusies trekken voor de vaststelling van de globale richtsnoeren voor het economische beleid van de lidstaten en van de Gemeenschap in de komende periode.
Simon van Putten

Deel: ' EU-economie wacht op structurele hervormingen '




Lees ook