DSM Persbericht


26 april 1999

Gezamenlijk persbericht van DSM, EniChem, GuT en TFI


- indien Europese wetgeving een einde maakt aan storten van tapijtafval -

Europees kringloopsysteem voor recycling van 1 miljoen ton tapijtafval haalbaar

Indien Europese regelgeving in de komende jaren een einde maakt aan de mogelijkheid tapijtafval te storten, kan een Europees kringloopsysteem voor de recycling van meer dan 1 miljoen ton tapijtafval van de grond komen. De invoering van zo’n kringloopsysteem kan worden versneld als de tapijtbranche een verwijderingsbijdrage (een heffing bij de aankoop van nieuw tapijt) voor tapijtafval gaat invoeren, vergelijkbaar met de Nederlandse automobielbranche en de witgoedsector. Door deze verwijderingsbijdrage kunnen de minder rendabele tapijtrecyclingsactiviteiten gedurende de eerste jaren worden ondersteund.

Dit zijn de belangrijkste conclusies na afronding van het drie jaar durende Europese samenwerkingsproject RECAM (REcycling of CArpet Materials), gericht op de ontwikkeling van een economisch verantwoord kringloopsysteem voor de recycling van huishoudelijk en industrieel tapijtafval.

Per jaar komt in West-Europa 1,6 miljoen ton tapijtafval, met een oppervlakte van 900 miljoen vierkante meter (vergelijkbaar met 200.000 voetbalvelden), op de vuilstort (70%) of in de
huisvuilverbrandingsoven (30%) terecht. Tapijtafval is echter een ‘erts’ dat waardevolle grondstoffen bevat, zoals nylon 6, nylon 6.6, polypropeen, wol en andere materialen. Het project heeft laten zien dat met name de ‘back-to-feedstock’ recycling van nylon 6 en recycling van wol economisch goed mogelijk zijn, terwijl op de langere termijn ook de mechanische recycling van nylon 6.6 haalbaar is.

Uiteindelijk moet het mogelijk zijn meer dan de helft van de hoeveelheid Europees tapijtafval in een kringloopsysteem te brengen. In zo’n systeem worden de hoogwaardige materialen chemisch of mechanisch gerecycled, terwijl uit de overige materialen voor 8 miljoen GigaJoule aan energie wordt teruggewonnen (het jaarlijkse energieverbruik van meer dan 100.000 huishoudens) en daardoor op fossiele brandstoffen wordt bespaard.

RECAM-project

Het RECAM-project, dat recent werd afgerond, bestudeerde de inzameling, de identificering, de sortering en de terugwinning van hoogwaardige materialen (chemische grondstoffen en polymeren) en een verbeterde energieterugwinning uit restfracties (zoals de tapijtrug) onderzocht. Inmiddels zijn de eerste stappen op weg naar commercialisatie van onderdelen van het kringloopsysteem gezet. Dit systeem vereist nauwe samenwerking binnen de tapijtindustrie en in de bedrijfskolom voor de productie van tapijt.

Het RECAM-project werd uitgevoerd door een consortium van de chemieondernemingen DSM (projectcoördinator) en Enichem, de Europese tapijtindustrie, vertegenwoordigd door GuT (Gemeinschaft umweltfreundlicher Teppichboden) en TFI (het Duitse Instituut voor Tapijtonderzoek) en voorts Recotex, TNO, INCA, Laroche en Durmont. Het studieproject werd, met meer dan NLG 10 miljoen, financieel ondersteund via BRITE-EURAM programma's van de Europese Commissie (contract nr. BRPR-CT-95-0063).

Eerste stappen op weg naar commercialisatie

Op het gebied van inzameling en sortering van tapijtafval werden door GuT in de omgeving van Frankfurt (Duitsland) succesvolle proefprojecten voltooid. Hierbij werd gebruik gemaakt van door DSM ontwikkelde identificatie-apparatuur. DSM en Enichem hebben chemische recyclingprocessen ontwikkeld, waarbij na het verkleinen van het tapijtafval caprolactam direct uit nylon 6 tapijtafval en krakergrondstof direct uit polyolefine (met name polypropeen) en rubbertapijtafval kan worden teruggewonnen.

De onderneming Carpet Recycling Europe (CRE, opgezet door GuT en de tapijtindustrie) zal dit jaar nog een identicatie en sorteercentrum oprichten. Andreas Bohnhoff, directeur van CRE: "Voor het eind van dit jaar zullen wij in Duitsland het eerste commerciële sorteercentrum in bedrijf nemen. Dit door TNO ontworpen centrum zal gesorteerde stromen tapijt op de markt brengen die geschikt zijn voor recycling. DSM heeft zich hiervoor als potentiële klant reeds gemeld".

Aan het eind van dit jaar stelt DSM een commerciële fabriek in Augusta (Ga., V.S.) in bedrijf voor de recycling van 100.000 ton nylon 6-tapijtafval. In deze fabriek wordt nylon 6 tapijtafval omgezet in de grondstof caprolactam.

Het Italiaanse Enichem werkt op soortgelijke wijze aan de omzetting van polyolefinen en rubbers in tapijtafval tot krakergrondstoffen, die weer geschikt zijn voor de productie van olefinen (zoals propeen). Een proeffabriek, die zowel polyolefinen/rubber afval van verpakkingen als van tapijten kan verwerken, wordt als economisch haalbaar gezien.

De firma Recotex is inmiddels op commerciële schaal actief met het verkleinen en pelleteren van tapijtafval als brandstof voor cementovens en energiecentrales. Hiervoor is een fabriek, met een capaciteit van 20.000 ton per jaar, gebouwd in Veitshochheim (Duitsland).

Ed van Went, voorzitter van GuT, waarin de Europese tapijtindustrie is verenigd: "De tapijtindustrie wil het afvalprobleem op een economisch en ecologisch verantwoorde manier aanpakken. Binnen het RECAM-project zijn daarvoor de benodigde technologische doorbraken geleverd. De tapijtindustrie heeft CRE opgericht om de RECAM-kringloop in de praktijk te brengen. Gedurende de eerste jaren kunnen de kosten worden overbrugd door een verwijderingsbijdrage op nieuwe tapijten. Op de lange termijn zal het RECAM-systeem kosteneffectiever zijn dan de verbranding van huishoudelijk afval en zal de milieubelasting veel minder zijn".

Verdere informatie voor (vak)pers:

Inzamelen

De Europese tapijtindustrie (via GuT, Gemeinschaft umweltfreundlicher Teppichboden) en KABE (Konzentrierte Aktion Bodenbeläge Entsorgung) hebben een proefproject voor het inzamelen van tapijtafval opgezet in de omgeving van Frankfurt, een gebied met ca. 1,6 miljoen inwoners. Tijdens het project, dat 12 maanden liep, werd meer dan 10.000 ton tapijtafval onder meer huis-aan-huis opgehaald. De belangrijkste factoren bij het inzamelen bleken logistieke flexibiliteit, een goede communicatie met burgers en nauwe contacten met de locale overheden te zijn. Hoge locale deponiekosten blijken een essentiële stimulans voor de herverwerking van tapijt te zijn.

Identificeren en sorteren

Om het het ingezamelde tapijt te kunnen sorteren in de diverse vezelsoorten is door DSM speciale apparatuur ontwikkeld. Allereerst een lichtgewicht, draagbaar apparaat (CarPIDÔ ), waarmee in een vroeg stadium de tapijtsoort kan worden vastgesteld, zodat voorsortering kan plaatsvinden. Daarnaast is een apparaat ontwikkeld (CarRIDÔ ), dat op grote schaal tapijt automatisch kan sorteren. Metingen worden niet beïnvloed door de kleur van het tapijt, het weefpatroon of vuil. Hierdoor kunnen de sorteerkosten op een acceptabel niveau blijven.

TNO integreerde de CarRIDÔ apparatuur in een automatische sorteerlijn met speciale klemmen voor een gemakkelijkere hanteerbaarheid van tapijt. Dit maakt de apparatuur ongevoelig voor menselijke fouten en verbetert de werkcondities.

Na het sorteren moet de tapijtstroom worden verkleind om verdere verwerking mogelijk te maken. De Duitse firma Recotex heeft zich hierin gespecialiseerd en heeft reeds meer dan 30.000 ton tapijtafval geschikt gemaakt voor toepassing als brandstof voor de cementindustrie.

Mechanische herverwerking

Eenmaal op vezelsoort gesorteerde tapijtstromen kunnen economisch worden herverwerkt. Met speciale apparatuur, ontwikkeld door tapijtproducent Laroche, kan tapijtafval van wol weer worden toegepast in zg. ‘non-wovens’. De hierbij geproduceerde matten (met een hoge of lage dichtheid), kunnen worden toegepast in met name isolerende matten en ondertapijt.

De marktverwachtingen voor deze toepassing zijn hoog vanwege de uitstekende brandwerende eigenschappen.

Nylon 6, nylon 6.6 en polypropeen kunnen mechanisch tot technische kunststoffen worden gerecycled. Door de steeds verschillende kleuren van tapijt kan het herverwerkte materiaal alleen worden toegepast in donkere kunststoftoepassingen (b.v. auto-onderdelen onder de motorkap). Voor deze toepassingen blijkt het shredden (versnipperen tot kleine deeltjes), en vooral het fijnmalen, nodig om de vezel van de tapijtrug te scheiden, erg duur. Voor polypropeen is dit economisch niet goed mogelijk, terwijl voor nylon 6 en nylon 6.6 nog verder onderzoek nodig is.

Economisch veel attractiever is de ‘back-to-feedstock’ recycling (of depolymerisatie) van nylon 6 tapijtafval. Een belangrijk voordeel van dit systeem is dat de kwaliteit van het eindproduct na recycling (caprolactam, de grondstof van nylon 6) gelijk is aan die van het originele ‘virgin’ product. DSM heeft een nieuw proces ontwikkeld waarmee, in tegenstelling tot bestaande depolymerisatietechnologie, geen fosforzuur afvalstoffenprobleem is gemoeid. Bovendien is er geen scheiding van poolgaren en tapijtrug nodig, die de mechanische herverwerking zo duur maakt.

Aan het eind van dit jaar wordt in Augusta (Georgia, Verenigde Staten) door DSM - samen met partner AlliedSignal - een commerciële fabriek op basis van dit proces in bedrijf gesteld. De capaciteit van deze fabriek (investering ruim NLG 160 miljoen) is 45.000 ton caprolactam uit nylontapijtafval. Nylon 6 wordt gedepolymeriseerd tot zijn grondstof caprolactam. Hierdoor zal de hoeveelheid tapijtafval die jaarlijks in de VS wordt gestort naar verwachting met meer dan 100.000 ton worden beperkt. Het is het eerste grootschalige kringloopsysteem voor de tapijtindustrie in de wereld.

Hergebruik

De Oostenrijkse tapijtfabrikant Durmont heeft inmiddels laten zien dat nylon 6 tapijtgarens, op basis van door DSM gerecycled caprolactam uit nylon 6 tapijtafval, dezelfde prestaties levert als tapijtgaren van origineel ‘virgin’ materiaal.

Durmont heeft eveneens een technologie ontwikkeld om het eigen afval van de tapijtproductie (afvalranden en tapijten die niet aan de specificaties voldoen) als vulstof in nieuwe tapijtrug toe te passen. In polyetheen ‘hot-melt’-toepassingen kon zo een hoog percentage ‘virgin’ materiaal worden vervangen zonder verlies van eigenschappen.

Energie-terugwinning

Uit onderzoek van TFI is gebleken dat tapijten met een gemengde samenstelling (‘blends’) ongeschikt zijn voor verdere recycling. Het scheidingsproces, dat nodig is voor mechanische herverwerking, levert materiaal dat alleen geschikt is voor het relatief laagwaardige tapijtrugmateriaal (o.a. rubber en kalk). Wel kunnen in principe alle afvalstromen ingezet worden als secundaire brandstof c.q. energieterugwinning. Dit principe wordt reeds toegepast door Recotex. De meest voor de hand liggende toepassing is als co-brandstof (naast kolen) in cement- en verbrandingsovens.

Deel: ' Europees kringloopsysteem voor tapijtafval haalbaar '




Lees ook