Ministerie van Binnenlandse Zaken


Brief aan Tweede Kamer met evaluatie van het WK 1998 in verband met het EK 2000

18 november 1998

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Bijlagen
2 Uw kenmerk
Ons kenmerk
EA98/U057279 Datum
18 november 1998
Inlichtingen bij
A.G. Olthof Doorkiesnummer
(070)3027240
Onderwerp
evaluatie WK Frankrijk Departementsonderdeel
DGOOV/project EK2000
Bij brief van 24 september 1998 (EA98/U3156) heb ik u, mede namens mijn ambtgenoot van Justitie en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, geïnformeerd over de voorbereidingen op het Europees kampioenschap voor landenteams in het jaar 2000 (EK2000). Daarin ging ik reeds in het kort in op het belang van het leren van het WK in Frankrijk, op de verschillen tussen dat WK en het EK2000 en op enige specifieke leerpunten. Hierbij informeer ik u, mede namens de minister van Justitie en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nader over de bevindingen met betrekking tot het WK98 in Frankrijk. Ik acht het daarbij van belang te benadrukken dat de terugblik op het WK niet slechts als op zichzelf staand moet worden gezien, maar vooral in het perspectief moet worden geplaatst van de voorbereidingen op het EK2000.
Aan het einde van dit jaar, nadat onder meer de rapportages van de Franse speelsteden zijn ontvangen, zal door de Franse overheid een officiële evaluatie van het WK98 worden uitgebracht. Tijdens een onlangs door het ministerie van Binnenlandse Zaken van België gehouden internationaal seminar EK2000 werd door een vertegenwoordiger van de Franse overheid overigens reeds aangegeven dat op het vlak van de kaartverkoop, de informatievoorziening en de internationale politiesamenwerking een aantal aspecten onvoldoende aandacht had gekregen. Minstens zo belangrijk als het lering trekken uit het WK in Frankrijk is het echter om de verschillen tussen beide toernooien goed te kennen. In mijn brief van 24 september jongstleden ging ik daar reeds kort op in. De neiging het EK2000 te zien als een kleinere uitvoering van het WK in Frankrijk en de voorbereiding daarop derhalve als een eenvoudiger opgave, acht ik vanwege diverse redenen onjuist.
In de eerste plaats vanwege de geringe oppervlakte van het grondgebied waarop het EK2000 zal plaatsvinden. Het grondgebied van Nederland en België beslaat slechts zo'n 13% van het grondgebied van Frankrijk. Dat heeft vérgaande gevolgen: waar in Frankrijk de bezoekers zich voor en na de wedstrijden in de speelsteden zelf vermaakten, kunnen zij zich in Nederland en België gemakkelijk, zelfs na een avondwedstrijd, nog verplaatsen tussen vrijwel alle speelsteden. De voorbereiding van de politie kent daarmee veel grotere onzekerheidsmarges; we kunnen en willen immers niemand dwingen - anders dan via het aanbieden van plaatselijke evenementen - om in een bepaalde stad te blijven. In de tweede plaats bevinden alle deelnemende landen aan het EK2000 zich, in tegenstelling tot het WK, op relatief korte afstand van onze landen. Als een team onverwacht goed presteert op het EK, bestaat voor supporters de mogelijkheid spontaan per trein, vliegtuig, maar vooral ook per bus of met eigen auto hun team te komen steunen, soms zelfs ook om na afloop van de wedstrijd nog naar de betrokken speelstad te komen. Het onverwachte en niet te plannen reisgedrag van supporters naar Nederland en België als open en zeer goed via lucht, spoor, water en autowegen te bereiken landen vormt bij het EK2000 een extra complicatie.
Een derde verschil tussen beide toernooien is dat het EK zich afspeelt in twee dichtbevolkte landen, in een toch al drukke maand en in een jaar dat zeer waarschijnlijk rijk zal zijn aan talloze evenementen. Dat laatste hangt uiteraard samen met het Millennium en de naar verwachting vele evenementen die ter ere van de nieuwe eeuw gehouden zullen worden. Dat legt niet alleen beslag op de politie, maar ook op de vervoerscapaciteit. Juni is vooral in ons land daarbij één van de drukste toeristische maanden met het Pinksterweekend, de TT Assen, de start van het vakantieseizoen en de vele buitenlandse bezoekers, met name naar de kustgebieden. De drukte door het EK2000 komt daar dan nog bovenop. Een vierde verschil is het gegeven dat het toernooi in twee landen wordt georganiseerd. Dat verhoogt enerzijds aanzienlijk het aantal overlegsituaties en -structuren, maar vergt anderzijds vooral ook een extra afstemmingsinspanning in verband met de andere wet- en regelgeving in beide landen, de andere organisatie van politiediensten en van ministeries, een andere historie en omgang met voetbalorganisaties, andere gewoonten en culturen. Een laatste, maar zeker niet onbelangrijkste punt waar ons land zich helaas onderscheidt van Frankrijk is de lange traditie van voetbalvandalisme. Een verschijnsel dat buitengewoon hardnekkig blijkt en ook steeds nieuwe vormen aanneemt, zoals meer recent de ontwikkeling van internationale contacten en netwerken en het gebruik van moderne middelen als mobiele telefoons en Internet. Ook al is voetbalvandalisme veelal clubgebonden en niet zozeer verbonden met nationale elftallen, er dient toch rekening gehouden te worden met eventuele effecten van het nationale voetbalvandalisme op het EK2000.
Met het oog op het EK2000 is door diverse overheidsactoren - het nationaal politieproject EURO 2000, het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV), de regiopolitiekorpsen in Nederland en ook door medewerkers van de betrokken ministeries - veelal ook ter plekke naar het WK in Frankrijk gekeken. Daarbij zijn verschillende aspecten in het bijzonder belicht, zoals de inzet van politie en stewards, de openbare orde problematiek, het alcoholbeleid, het justitiebeleid, het ticketbeleid, de informatievoorziening, de rol en verantwoordelijkheid van de organisator, het (reis)gedrag van supporters en de zogenoemde Oranje-Thuis-situatie.
Daarnaast is ook het door het Belgische nationale politieproject opgestelde verslag inzake de politiële informatievoorziening WK98 bij de bevindingen betrokken. Meer specifiek is daarbij gekeken naar de informatiepositie (het centrale coördinatie- en informatiecentrum in Parijs) en naar de informatie-overdracht tussen de Franse (politie)autoriteiten en de buitenlandse politiefunctionarissen tijdens het toernooi (de inzet van liaisons en spotters). Het door het nationaal politieproject EURO 2000 opgestelde observatieverslag WK'98 Frankrijk en het door het CIV opgestelde evaluatieverslag internationale politiesamenwerking WK98 Frankrijk treft u als bijlagen bij deze brief aan. De uit het WK'98 te trekken lessen concentreren zich op een aantal hoofdthemas. Hieronder schets ik per hoofdthema de consequenties die naar mijn opvatting daaruit voor het EK2000 getrokken dienen te worden.
1 inzet van politie en stewards
Ik zie voor het EK2000 in navolging van de Franse aanpak een scheiding in verantwoordelijkheden tussen de organisator (de stichting EURO 2000) en de overheid, in casu de politie. In het in samenspraak met het lokale gezag van de speelsteden in voorbereiding zijnde overheidskader beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen EK2000 worden deze verschillende verantwoordelijkheden nader uitgewerkt. Ten aanzien van het instellen van veiligheidszones rond stadions heb ik kennisgenomen van de positieve ervaringen bij het WK in Frankrijk en zal ik mij door de betrokken instanties laten adviseren of een dergelijke compartimentering in Nederland navolging verdient. Meer dan in Frankrijk zal in Nederland (en België) gekozen worden voor een pro-actieve en preventieve aanpak om het gewenste feestelijke én veilige karakter van het evenement te waarborgen. Door deze aanpak kan de politie-inzet zoveel mogelijk beperkt worden, hetgeen van belang is omdat Nederland niet over de politiereserves beschikt zoals Frankrijk. Zoals bekend maakt de Mobiele Eenheid in ons land deel uit van de reguliere politieorganisatie. Op dit moment wordt met het oog op een adequate en verantwoorde politie-inzet een inventarisatie van de bijstandssterkte voorbereid. De politie-inzet inclusief bijstand zal uiteindelijk worden bepaald aan de hand van het (risico)karakter van de wedstrijd, de beschikbare informatie, het karakter van de supporterspopulatie van de spelende landen etc. Het nationaal politieproject EURO 2000 volgt momenteel het supportersgedrag rond de in het kader van de kwalificatierondes EK2000 te spelen wedstrijden.
Mijn voorganger heeft u namens zijn ambtgenoot van Justitie en de staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport per brief d.d. 20.06.97 (EA97/U1916) gemeld, dat er van wordt uitgegaan dat de betrokken politieregio's zelf bijdragen in de kosten van de politie-inspanning. Daarbij is aangegeven dat de landelijke overheid er voor instaat dat de betrokken politieregio's de noodzakelijke bijstand van andere politiekorpsen ontvangen. Hiertoe zal in het jaar 2000 een voorziening beschikbaar zijn van f 11.000.000,- die in beginsel uit de rijksbegroting zal worden gedekt. Conform een besluit van de ministerraad zal door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport daartoe een dekkingsplan worden opgesteld, waarbij zal worden nagegaan in hoeverre voornoemd bedrag 'uit de markt' kan worden gegenereerd. Over de verdeling van dit bedrag zal nog nader worden besloten aan de hand van een voorstel van de Nationale Projectgroep EK2000, mede op basis van een advies van het nationale politieproject EURO2000.
Over de aantallen en de kwaliteit van tijdens het EK2000 in te zetten stewards vindt op dit moment overleg plaats met de Stichting EURO 2000. Als overheidsuitgangspunt geldt hierbij dat, conform de lijn dat de organisator verantwoordelijk is binnen de stadions, deze voldoende stewards zal moeten inzetten. Hierbij wordt gedacht aan 1 steward op 100 toeschouwers zoals in Frankrijk. Voorts wil ik ook de UEFA aanspreken op zijn verantwoordelijkheid om van de spelende bonden te eisen dat zij ter begeleiding van risicosupporters stewards uit het eigen land meesturen. Deze stewards dienen aan de dezelfde kwalificaties te voldoen als die in ons land gebruikelijk zijn.
2 openbare orde problematiek
Ik heb kennisgenomen van de opvatting van het nationaal politieproject EURO 2000 dat de gevolgen van het toernooi in Nederland beperkter zouden zijn gebleven. Dit als een gevolg van het feit dat er bij bestuur, justitie en politie in Nederland een langere en grotere ervaring bestaat met risicosupporters, er in tegenstelling tot de reactieve benadering van de Franse politie in Nederland sprake is van een door het bestuur en justitie gesteunde meer pro-actieve en preventieve aanpak, de diversiteit in resources (ondersteuningsgroep, aanhoudingseenheden, beredenen etc.) waarover Nederland beschikt om de openbare orde te handhaven, het gebruik van effectievere tactische concepten, een betere informatiehuishouding en een over het algemeen betere, meer volwaardige en effectievere integratie van de buitenlandse politiediensten in het operationele concept en vanwege het feit dat de bevoegdheden bij commandanten lager in de lijn liggen, waardoor in een vroegtijdiger stadium kan worden geïntervenieerd. Als taak voor de politie zie ik dat zij binnen het kader van haar verantwoordelijkheden en bevoegdheden bijdraagt aan het feestelijk karakter van het evenement. Het politieoptreden dient daarbij gericht te zijn op handhaving van de rechtsorde met gebruikmaking van een goede mix van preventieve, pro-actieve en repressieve werkwijzen. Daartoe zal - in overleg met België - een bejegeningsprofiel EK2000 voor de politie worden opgesteld. Daarnaast zal zo mogelijk ook gebruik worden gemaakt van het momenteel in een pilotfase verkerende Voetbal Volg Systeem. De hier geschetste uitgangspunten maken deel uit van genoemd overheidskader beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen EK2000. De BVD zal vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid het bevoegd gezag tijdig informeren over eventuele dreigende verstoringen van de openbare orde met een grootschalig en bovenlokaal karakter. Voorop staat dat de burgemeester van de betrokken speelstad verantwoordelijk is voor de openbare ordehandhaving en de politie-inzet ex artikel 12 van de Politiewet. De burgemeester kan op grond van die wet de commissaris der Koningin verzoeken om bijstand van politie uit een andere regio.
Ten aanzien van de politie-inzet tijdens het EK2000 worden momenteel de beschikbare politiesterkte en -bijstand geïnventariseerd. Hierbij teken ik aan dat het voor de politie-inzet tijdens het toernooi onder meer van belang is welke twee landen er tegen elkaar spelen en of een dergelijke wedstrijd een risicokarakter heeft. In december 1999 wordt pas bekend welke overige 14 landen zich voor het EK kwalificeren, zodat op dat moment in meer feitelijke zin de politie-inzet kan worden bepaald. Teneinde te bezien of het huidige wettelijke instrumentarium mede met het oog op het EK2000 voor de politie toereikend is, voert de Universiteit van Utrecht in opdracht van mijn voorganger een wetenschappelijk juridisch onderzoek uit naar de verhouding tussen enerzijds de grond- en mensenrechten en het gebruik van openbare ordebevoegdheden anderzijds. Daarbij komen in het bijzonder aan de orde vrijheidsontneming en beperking van de bewegingsvrijheid. Ook wordt daarbij de huidige praktijk tegen het licht gehouden alsmede wordt de vraag betrokken of de bestuurlijke aanhoudingsbevoegdheid die de Belgische wetgeving kent in Nederland kan worden ingevoerd. Bij dit onderzoek zal worden getoetst aan de Grondwet en aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De uitkomsten van het onderzoek zijn naar verwachting eind dit jaar gereed. 3 rampen en hulpverlening
Tijdens het EK2000 zullen de provinciale en gemeentelijke rampen(bestrijdings)plannen worden gehanteerd. In de voorbereidingsfase zullen een aantal specifiek met het evenement verband houdende scenario's worden uitgewerkt en zal worden bezien of genoemde plannen voldoen dan wel dienen te worden aangepast. In het jaar 1999 zullen er aan de hand van de verschillende scenario's meerdere oefeningen worden gehouden, waarbij zoveel mogelijk bij het toernooi betrokken (publieke en private) actoren zullen worden betrokken. Door de Nationale Projectgroep EK2000 zullen voorstellen worden gedaan met betrekking tot een adequate hulpverlening, zulks in overleg en samenspraak met de lokaal verantwoordelijke instanties.
4 alcoholbeleid
In het overheidskader beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen EK2000 wordt het te hanteren alcoholbeleid nader vorm gegeven. Dit houdt onder meer in dat in de stadions geen (algehele) verkoop/ verstrekking van alcoholhoudende dranken zal plaatsvinden en dat er buiten de stadions rond publieke plaatsen waar supporters evenementen worden aangeboden en rond verblijfplaatsen van supporters geen verstrekking van alcoholhoudende dranken plaatsvindt met inachtneming van de door de burgemeester te stellen voorwaarden.
Bij uw Kamer is momenteel een wetswijziging aanhangig inzake de Drank- en Horecawet. Daar maakt onderdeel van uit de gemeentelijke autoriteiten een ruimere bevoegdheid te geven bij gemeentelijke verordening het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank te reguleren. In de huidige wet is het reeds mogelijk horeca-inrichtingen en slijterijen tijdelijk te sluiten als dit in een gemeentelijke verordening is voorzien. De uitbreiding houdt in dat ook het verstrekken in winkels en snackbars kan worden verboden. Een verbod kan gelden voor bepaalde delen van de gemeente, voor een bepaalde tijd en voor bepaalde inrichtingen.
De uitbreiding van bevoegdheden wordt noodzakelijk geacht voor een lokaal alcoholmatigingsbeleid en voor het treffen van bestuurlijke maatregelen ter voorkoming van met alcoholmisbruik samenhangende criminaliteit, zoals vandalisme bij risicovolle
voetbalwedstrijden. Daarnaast voorziet het wijzigingsvoorstel Drank- en Horecawet in een grondslag voor een Algemene Maatregel van Bestuur inzake een landelijk verbod op alcoholverbod in stadions voor betaald voetbal.
5 ticketbeleid en zwarte kaartverkoop
Zoals ik in mijn brief van 24 september jongstleden reeds heb aangegeven is het ticketbeleid (aanmaak, distributie en verkoop van kaarten) mede door de samenhang ervan met openbare orde en veiligheidsaspecten én commerciële belangen complex. Het is daarbij van eminent belang dat de kaartverkoop zodanig geregeld wordt dat sprake is van een gecontroleerde verkoop, zodat daarmee ook de politie-inzet tijdens het EK2000 beperkt kan blijven. Het is mijn verwachting dat hierover voor het einde van dit jaar met de UEFA overeenstemming zal worden bereikt. Daarnaast dient de ticketverkoop uiteraard ook te voldoen aan de bepalingen van het EU-verdrag. Momenteel vinden er op ambtelijk niveau de laatste gesprekken plaats over de door de overheid aan het ticketbeleid te stellen eisen, waarvan de essentie is een zo volledig mogelijke supportersscheiding en het 'ont-anonimiseren' van in principe alle toeschouwers. Deze eisen passen binnen de ontwikkelingen in Nederland (persoonsgebonden clubkaart) en België (veiligheidspas), maar zoals gezegd betrekkelijk nieuw in UEFA-verband. Daarnaast is het de bedoeling dat het ticketbeleid een bijdrage levert aan het tegengaan van de zwarte kaartverkoop.
In het onlangs bereikte voorlopige akkoord met de stichting EURO2000, dat in hoofdlijnen op hun persconferentie van 27 oktober jongstleden in Rotterdam is gepresenteerd, maar waarover mijn Belgische collega en ik nog een definitief oordeel zullen vellen, ziet die gewenste gecontroleerde kaartverkoop er als volgt uit. Alle kaarten zullen zonder tussenkomst van touroperators op naam worden verkocht: op de kaarten die in de voorverkoop (via aanmeldingsformulieren) zullen worden verkocht zal de naam op de kaart worden geprint; voor de kaarten die via bonden, sponsors, etc. worden verkocht, zullen lijsten met namen geëist worden die tijdig voor de organisator, de overheid en de politie beschikbaar dienen te zijn. De kaarten zullen kort voor de start van het toernooi feitelijk worden geleverd. Op deze wijze wordt redelijkerwijs verzekerd dat alle houders van kaarten bekend kunnen zijn en dus ook gecontroleerd kunnen worden op het hebben van een (inter)nationaal stadionverbod. Hoewel doorverkoop nooit helemaal uit te sluiten is, beschikt de organisator en de politie hiermee tevens, in combinatie met de in Nederland reeds bestaande legitimatieplicht in voetbalstadions, over een extra mogelijkheid om op basis van gerichte politie-informatie bezoekers de toegang tot de wedstrijden te ontzeggen. Het kopen van kaarten op de zwarte markt zal verder worden ontmoedigd door de verkoop van slechts twee kaarten per persoon, de terugnameverplichting voor de stichting EURO 2000 van overblijvende kaarten die via de voetbalbonden zijn uitgezet, door een groter percentage kaarten dan bij het WK98 beschikbaar te stellen aan de spelende landen en door de beperking van kaarten aan bonden van niet-spelende landen. Uiteraard dient de opzet van de kaartverkoop goed gecommuniceerd te worden in de richting van het publiek. Met de stichting EURO 2000 heb ik afgesproken dat zoveel mogelijk gezamenlijk te doen. 6 communicatie
Ik ben van mening dat een goede communicatie een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het welslagen van een veilig en feestelijk EK2000. Dit geldt zowel ten aanzien van de communicatie in de richting van het grote publiek inzake de tolerantiegrenzen, het ticketbeleid, de bejegening door de politie, maar ook ten aanzien van de communicatie tussen de verschillende actoren. Samenwerking op dit terrein met de stichting EURO 2000 en andere actoren - met inachtneming van ieders verantwoordelijkheid - acht ik dan ook gewenst en zal in het opgestelde plan van aanpak communicatie EK2000 nader vorm worden gegeven.
7 justitiebeleid
Op 1 maart jongstleden is de herziene landelijke richtlijn bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld in werking getreden. De herziening heeft geleid tot verscherping en harmonisatie van het aanhoudings- en vervolgingsbeleid op het gebied van de bestrijding van voetbalvandalisme en -geweld en sluit aan bij het nationaal beleidskader bestrijding voetbalvandalisme en -geweld voor risicowedstrijden. Ten aanzien van het EK2000 zal genoemde richtlijn de basis vormen van het justitiële beleid, waarbij de aandacht evenals in Frankrijk gericht zal zijn op snelrechtvoorzieningen inclusief daartoe de benodigde menskracht en middelen. Tijdens het EK2000 zal tijdens alle wedstrijden in Nederland een officier van justitie aanwezig zijn in de stadions teneinde het verscherpte OM beleid (lik op stuk-beleid) uit te voeren. In het overheidskader beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen EK2000 wordt de impact van de landelijke richtlijn nader uitgewerkt.
8 reis- en verblijfgedrag van supporters
Door de Nationale Projectgroep EK2000 zal een zo goed mogelijke inschatting gemaakt worden van het te verwachten aantal bezoekers en van het te verwachten reisgedrag van de supporters en van de bezoekers aan de diverse evenementen. Tevens zullen voorstellen worden ontwikkeld om de verkeers- en vervoersstromen zo goed mogelijk te beheersen, respectievelijk te sturen ('crowdmanagement'). Ik beschouw dit vraagstuk als één van de cruciale opgaven van het EK2000. Zoals vermeld vindt er door het nationaal politieproject EURO 2000 een inventarisatie plaats van onder meer het supportersgedrag rond de in het kader van het EK2000 te spelen kwalificatiewedstrijden.
Voorts wordt er ter voorbereiding van het EK2000 op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken van België door de Universiteit van Luik onderzoek gedaan naar het gedrag van (internationale) voetbalsupporters. Aan de hand van onder meer een literatuurstudie, interviews en veldonderzoek worden zoveel mogelijk kenmerken van zowel gewone als de risicosupporters in beeld gebracht teneinde een bijdrage te leveren voor een adequate (beleidsmatige en operationele) bejegening van de bezoekers van het EK aan België en Nederland in het jaar 2000. In het kader van het onderzoek wordt onder meer gekeken naar internationale supportersstromen, het gedrag van de supporters van verschillende Europese landenteams, vormen van geweld zowel binnen als buiten stadions, verplaatsingswijzen, vormen van verblijf, voedingsgewoonten, ervaringen inzake ordehandhaving en de weerslag van genomen (overheids)maatregelen. Na afronding van het onderzoek, waarbij mijn departement via deelname aan de begeleidingscommissie betrokken is, zullen de uitkomsten hiervan worden betrokken bij de voorbereidingen van het EK2000. 9 informatievoorziening
Ik hecht er aan dat de informatie inzake het EK2000 zowel in ons eigen land als in andere landen in Europa zeer actief wordt uitgedragen. Met name waar het gaat over de beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen is het noodzakelijk daarover tijdig 'naar buiten te treden'. De rol van de stichting EURO 2000 is hierbij evident. Inmiddels is afgesproken dat een in overleg met de overheid op te stellen informatiefolder zal worden meegezonden aan de kopers van de toegangskaarten. Daarnaast zullen de autoriteiten in de verschillende speellanden worden verzocht hun publiek overeenkomstig te informeren, waarbij ook gebruik zal worden gemakt van de Nederlandse ambassades in die landen. Ten aanzien van de bestuurlijke en operationele
informatievoorziening wordt de opzet van een Binationaal Informatie Platform en een Binationaal Politieel Informatie Centrum voorzien.
In het voorjaar van 2000 zal een bijeenkomst met de speellanden worden belegd, waarbij nadere afspraken zullen worden gemaakt over de inzet van spotters en liaisons en de daarmee verband houdende informatievoorziening.
10 internationale (politie)samenwerking
Ik hecht aan een goede internationale politiesamenwerking en samenwerking van Europese inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zowel in de voorbereiding op het EK2000 als tijdens het evenement zelf. Na het bekend worden van de deelnemende landen zal een bijeenkomst worden belegd met de (politie)autoriteiten uit die landen teneinde sluitende afspraken te maken over de kwaliteit en de kwantiteit van de in te zetten spotters en liaisons. Hierbij zullen de ervaringen van het CIV worden meegenomen. 11 Oranje-Thuis-situatie
Een groot evenement als een WK of EK heeft niet alleen gevolgen voor en in het organiserende land zelf, maar ook in de landen van de deelnemende teams ('thuissituatie'). Tijdens het WK in Frankrijk is door het nationaal politieproject EURO 2000 een inventarisatie gehouden van de impact van het WK op de openbare orde en veiligheidssituatie in Nederland en de politie-inzet. Uit deze inventarisatie is gebleken dat de Oranje-Thuis-situatie een factor is waar rekening mee moet worden gehouden. Hoewel het feestelijk karakter voorop stond en grote ongeregeldheden zijn uitgebleven, hebben zich in verschillende gemeenten incidenten voorgedaan. Ik acht het verstandig in de voorbereiding op het EK2000 met deze effecten terdege rekening te houden. Hierbij denk ik aan het nog nadrukkelijker investeren in pro-actie en preventie, het organiseren van evenementen, het opstellen van een bejegeningsprofiel politie en ook aan het bieden van inzicht in de benodigde politiecapaciteit. De bevindingen van het nationaal politieproject EURO 2000 inzake de Oranje-Thuis-situatie zullen door mij worden betrokken bij de eerder genoemde inventarisatie van de aanwezige en benodigde politiecapaciteit en bijstand tijdens het EK2000.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

A. Peper

Deel: ' Evaluatie WK 1998 in verband met EK 2000 '




Lees ook