Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Adviseur Strategische Beleidsplanning

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag


Datum

10 februari 2003

Behandeld

mr. M.W.J. Lak


Kenmerk

SPL-304/02

Telefoon

(+ 00 31) 70 348.66.54


Blad

1/2

Fax

(+ 00 31) 70 348.42.58


Bijlage(n)


-

E-Mail

maarten.lak@minbuza.nl


Betreft

Evaluatierapport over eerste AIV zittingsperiode 1997-2001

De voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken heeft u toegezonden het evaluatierapport van de onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van Prof. dr. A. van Staden inzake de eerste zittingsperiode van de AIV van 1997 tot en met 2001, alsmede het standpunt van de raad over dit rapport. De regering, in het bijzonder de Minister van Defensie, de Staatssecretarissen voor Ontwikkelingssamenwerking en Europese Zaken en ondergetekende, hebben met belangstelling kennisgenomen van het evaluatierapport en de reactie van de AIV erop. Mede namens hen sta ik in deze brief stil bij enige aspecten.

Uiteraard is het in de eerste plaats aan de AIV zelf om de bevindingen van de evaluatiecommissie, voor zover die worden onderschreven, in praktijk te brengen. Voor ons als bewindslieden zijn vooral enige praktische punten van belang.

De vaststelling van het AIV-werkprogramma

Wij achten het onverminderd van belang jaarlijks overleg met de AIV te voeren, onder andere over het ontwerp-werkprogramma. Het werkprogramma zal vervolgens, zoals voorheen, door de betrokken bewindspersonen worden vastgesteld. Een en ander staat verdere gesprekken - oriënterend of over specifieke adviesaanvragen - van bewindslieden met permanente commissies van de raad niet in de weg.

Vervlechting en onafhankelijkheid.

In de evaluatie is de vraag aan de orde gesteld of er sprake is van een dusdanige vervlechting van de AIV-staf met departementen dat de onafhankelijke advisering door de AIV in het geding zou kunnen komen. Wij zijn met de AIV van oordeel dat dit niet het geval is en menen bovendien dat de voordelen van de huidige gang van zaken evident zijn. Er is naar onze mening geen aanleiding om AIV-stafleden van buiten de departementen aan te trekken of de staf buiten het departement van Buitenlandse Zaken te huisvesten. De huidige praktijk, dat personeel van Buitenlandse Zaken of Defensie wordt gekandideerd voor staffuncties bij de AIV, behoeft wat ons betreft geen aanpassing. Als de raad daar in voorkomende geval wél behoefte aan heeft, vernemen wij dat graag.

Praktische verbeteringen

Wat een aantal praktische verbeteringen betreft in de voorbereiding van het jaarlijkse AIV-werkprogramma, de adviesaanvragen en de regeringsreactie op adviezen, zijn inmiddels in een overleg van ambtelijke contactpersonen met de staf AIV op 29 augustus jl. afspraken gemaakt. Dit overleg zal periodiek worden voortgezet om de goede gang van zaken te bevorderen.

Publieke aandacht voor adviezen van de raad

Op 14 november heb ik gesproken met de Voorzitter van de AIV, mr. F. Korthals Altes. Bij de vraag hoe meer publieke aandacht kan worden gevestigd op de adviezen van de raad heb ik de suggestie gedaan dat de raad in voorkomend geval een symposium kan beleggen, nadat een advies tot stand is gekomen en voordat een regeringsreactie daarop is opgesteld.

Wij vertrouwen erop dat de AIV en zijn permanente commissies ook de komende jaren relevante en welkome bijdragen zullen leveren aan de beleidsvorming.

Een kopie van deze brief zend ik aan voorzitter van de Eerste Kamer der Staten Generaal en de voorzitter van AIV, mr. F. Korthals Altes.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Mr. J.G. de Hoop Scheffer

Deel: ' Evaluatierapport over eerste AIV zittingsperiode 1997-2001 '




Lees ook