Ministerie van Financien

Titel: Investeringsaftrek



INKOMSTENBELASTING. INVESTERINGSAFTREK. TER BESCHIKKING STELLEN.

Besluit van 21 december 1999, nr. DB 1999/2732 M

De plaatsvervangende Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. Inleiding

Bedrijfsmiddelen welke zijn bestemd om - direct of indirect - hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden, komen op grond van artikel 11, zesde lid, onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, niet in aanmerking voor investeringsaftrek.

De Hoge Raad heeft een tweetal arresten gewezen met betrekking tot het ter beschikking stellen van roerende zaken. Naar aanleiding daarvan zijn mij nadere vragen gesteld over het onderscheid ter beschikking stellen aan derden versus het in eigen gebruik zijn van roerende zaken bij investerende ondernemers. In dit besluit geef ik, gelet op de parlementaire geschiedenis en met inachtneming van de jurisprudentie, een praktisch handvat voor het aanbrengen van dit onderscheid.


2. Parlementaire geschiedenis en jurisprudentie


a. parlementaire geschiedenis

Bij de invoering van de WIR is in de parlementaire behandeling niet aangegeven wat onder ter beschikking stellen moet worden verstaan. In antwoord op nadien in het parlement gestelde vragen is geantwoord dat sprake is van "ter beschikking stellen" wanneer een ander in de gelegenheid wordt gesteld van het gebodene gebruik te maken, onder welke naam of in welke vorm dan ook. Hierbij moet niet alleen worden gedacht aan verhuur. Ook bij time-charter van schepen en bij hotelexploitatie is in principe sprake van "ter beschikking stellen". Omdat een uitsluiting in de dienstensector zoals bij hotelexploitatie niet is bedoeld, wordt een minder strikt standpunt ingenomen indien sprake is van een normale zakelijke exploitatie, waarbij de afstand van het gebruik min of meer kortstondig is, terwijl een relatie tussen de eigenaar/exploitant en de gebruiker(s), afgezien van die ter zake van het gebruik, ontbreekt. Te denken valt hierbij aan hotels, café's, restaurants, tennishallen, bowling-banen, squash-banen en dergelijke. (vraag 52, Kamerstuk 15 300, IXB en XIII, nr. 21).

Bij de invoering van de huidige investeringsaftrek is gezegd dat het begrip "ter beschikking stellen" is ontleend aan het WIR-regime en de continuering en stroomlijning behelst van de uitsluitingsbepalingen die dit regime in deze sfeer ook reeds kende, maar in vergelijking daarmee een beperking aanbrengt doordat roerende zaken welke zijn bestemd om hoofdzakelijk aan derden ter beschikking te worden gesteld, bij voorbeeld in de vorm van verhuur, steeds van investeringsaftrek zijn uitgesloten, derhalve ook indien deze bedrijfsmiddelen worden verhuurd aan de marktsector (MvT, Wet van 28-12-89, Kamerstuk 21 343, nr. 3, blz. 9).


b. jurisprudentie

Met betrekking tot de investering in de aanleg van een elektrische installatie door een campingbedrijf heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in het geval een ondernemer in het kader van de exploitatie van zijn onderneming een pakket diensten aanbiedt tegen een all-in-prijs per seizoen en tot dit pakket de levering van stroom behoort, dit niet meebrengt dat de desbetreffende installatie aan de huurders ter beschikking wordt gesteld (BNB 1983/294). In gelijk zin met betrekking tot investeringen in handdoekautomaten welke de ondernemer bij afnemers van zijn papieren handdoeken heeft geplaatst (BNB 1988/60).

De Hoge Raad heeft verder bepaald dat vraag en antwoord 52 (zie hiervoor onder 2a) betrekking hebben op en beperkt zijn tot situaties, waarin het gaat om het ter beschikking stellen van gebouwen en installaties. De aankoop van roerende zaken ten behoeve van de verhuur aan klanten is een investering in bedrijfsmiddelen welke zijn bestemd om hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden en zijn derhalve uitgesloten van investeringsaftrek. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt doordat de positie van een ondernemer, die het bedrijfsmiddel als zodanig verhuurt, niet gelijk is aan de positie van de in antwoord 52 bedoelde ondernemers die (gedeelten van) gebouwen en installaties ter beschikking stellen. In antwoord 52 gaat het om bedrijfsmiddelen die in het kader van de bedrijfsuitoefening door de desbetreffende ondernemer zelf worden gebruikt, en ziet derhalve niet op bedrijfsmiddelen die uitsluitend worden gebezigd bij wijze van verhuur aan derden (BNB 1995/345 m.b.t. videobanden en BNB 1997/103c m.b.t. kano's).


3. Roerende zaken

De hiervoor weergegeven jurisprudentie geven mij aanleiding een nadere verduidelijking te geven met betrekking tot investeringen in bepaalde roerende zaken waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds het rechtstreeks als zodanig ter beschikking stellen aan derden en anderzijds het binnen het kader van de eigen bedrijfsuitoefening gebruiken. Bij dit onderscheid kan naar mijn mening de hoofdwerkzaamheid van de onderneming van belang zijn.

In het geval de hoofdwerkzaamheid van de onderneming is gericht op het ter beschikking stellen van roerende zaken, ook in het geval van een kortstondige periode, komen deze niet in aanmerking voor investeringsaftrek. In die situatie wordt een prijs betaald om gebruik te mogen maken van het desbetreffende bedrijfsmiddel als zodanig. Als voorbeelden valt hierbij te denken aan speciaal voor verhuur bestemde roerende zaken zoals videobanden, gereedschappen, stoelen, servies, steigers, tenten, fietsen, aanhangwagens, kanos, kartauto's en dergelijke.

In het geval het ter beschikking stellen van het desbetreffende bedrijfsmiddel geen bedrijfsdoel op zich zelf is, maar als ondergeschikte nevenprestatie uitsluitend deel uitmaakt van een meer omvattende dienstverlening waarvoor een all-in-prijs wordt berekend, en dit geheel van diensten de hoofdwerkzaamheid is van de onderneming, en deze dienstverlening op zichzelf niet is aan te merken als het verhuren of op andere wijze ter beschikking stellen van het bedrijfsmiddel als zodanig, kan de investering in principe in aanmerking komen voor investeringsaftrek. Als voorbeelden valt hierbij te denken aan het ter beschikking stellen van bestek in een restaurant, een pan bij het geven van kookles, een zadel bij het geven van paardrijles, een golfclub bij een midgetgolfspel, een bowlingbal bij een bowlingspel, een paintballgeweer bij een paintballspel.

Deel: ' Financien Besluit Investeringsaftrek '




Lees ook