expostbus51


Ministerie van Financien


FINANCIEN: VERSTERF MUNTEN DOOR OVERSTAP OP EURO

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID

VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL BALKENENDE, WIJN EN DE HAAN

OVER HET > MUNTEN EN BANKBILJETTEN BIJ DE OVERSTAP OP DE EURO

VRAGEN:


1.

Hoe hoog schat De Nederlandsche Bank (DNB) de opbrengsten in van het > bankbiljetten ten gevolge van de vervanging van Nederlandse door Eurobiljetten?

2.

Wordt normaliter 10 jaar gewacht alvorens het voordeel uit versterf van bankbiljetten in te boeken als winst van DNB? Ligt het in casu niet voor de hand, gezien het uitzonderlijk feit dat de complete hoeveelheid bankbiljetten in één keer uit de roulatie wordt genomen, om in ieder geval een deel van de winst uit versterf van bankbiljetten in de tijd naar voren te halen?

3.

Wordt het grootste deel van de winst uit versterf van bankbiljetten uitgekeerd aan de Nederlandse Staat als enig aandeelhouder? Bent u bereid met het vrijkomend bedrag verdergaand tegemoet te komen aan het Midden- en Kleinbedrijf dag bij de introductie van de Euro met grote kosten wordt geconfronteerd?

4.

Is uw veronderstelling gerechtvaardigd dat de waarde van de guldenmunten die worden ingenomen en de waarde van de euromunten die worden uitgegeven gelijk is?
Zullen niet veel Nederlanders geldmuntgeld als souvenir willen bewaren? Zouden de inkomsten ten gevolge van de uitgifte van Euromunten daarom toch niet wel degelijk hoger kunnen zijn da die van de uitgaven als gevolg van het innemen van guldenmuntgeld?

ANTWOORDEN:


1 en 2.
De vervanging van guldenbankbiljetten door eurobankbiljetten genereert voor DNB geen extra winst uit versterf (zie ook mijn antwoord op Kamervragen van de leden Balkenende, De Haan en Wijn brief BGW 98-2659 U d.d. 27 oktober 1998). De omschakeling op de euro leidt er uitsluitend toe dat, zou de huidige Nederlandse systematiek gevolgd worden, de realisatie van de opbrengst uit het versterf van guldenbankbiljetten geconcentreerd in 2012 optreedt in plaats van verspreid over een bredere tijdspanne.

Hoewel er aldus geen sprake is van extra winst voor DNB uit versterf, en dus ook geen extra inkomsten voor de Staat uit hoofde van de winstafdracht, deel ik uw mening dat, gezien het uitzonderlijke karakter van de omwisseling, het voor de hand ligt een deel van de verwachte winst uit het versterf in de tijd naar voren te halen. In dit kader beoogt DNB een specifieke versterfsystematiek voor de guldenbankbiljetten. Hierbij is aangetekend dat de ECB nog wel instemmingsrecht heeft (artikel 32 statuten ESCB/ECB).

Naar verwachting zal reeds in 2002 een groot deel van de guldenbankbiljetten bij DNB worden aangeboden. Op basis hiervan kan DNB medio 2002 een goede raming maken van het verwachte totale versterf. Daar de guldenbankbiljetten nog tot 2032 bij DNB kunnen worden ingeleverd, en het niet is uitgesloten dat in de jaren direct volgend op 2002 nog veel guldenbankbiljetten bij DNB worden aangeboden, zal het daadwerkelijke versterf toch lager dan geraamd kunnen uitvallen. DNB zal daarom uit het oogpunt van behoedzaamheid in 2002 65% van het geraamde versterf als winst boeken. Dit komt ten goede aan de Staat via de winstuitkering aan de Staat in 2003. In 2007 zal DNB een tweede winsttoevoeging doen, zodanig dat in totaal 90% van het op dat moment geschatte totale versterf als winst is geboekt. Dit zal tot uiting komen in de winstuitkering van DNB aan de Staat in 2008.

In 2012 zal DNB het alsdan nog resterende ongerealiseerde versterf als winst boeken. Dit zal uiteindelijk in 2013 tot de laatste uitkering aan de Staat uit hoofde van het versterf van guldenbankbiljetten leiden. De eventuele inwisseling van guldenbankbiljetten tussen 2013 en 2032 zal ten laste van de winst van DNB plaatsvinden.

3.

De winst die DNB uit versterf realiseert, wordt op de winst- en verliesrekening van DNB opgevoerd. Ten aanzien van de jaarlijkse nettowinst van DNB, heb ik met DNB de afspraak gemaakt dat een vast percentage van 5 procent van de winst zal worden toegevoegd aan de reserves van de DNB en dat de resterende 95 procent zal worden uitgekeerd aan de Staat. Winstafdrachten van DNB zijn overigens niet relevant voor het uitgavenkader.
Wat betreft tegemoetkoming aan het MKB hebben de Staatssecretaris en ondergetekende op 13 november j.l. in de nota van wijziging bij het belastingplan 1999, de Kamer geïnformeerd over onze voornemens ten aanzien van een fiscale faciliteit voor het MKB. Voor het overige verwijs ik naar mijn antwoord d.d. 27 oktober 1998 (BGW 98-2659 U).

4.

De veronderstelling dat de waarde van de in te nemen guldenmunten gelijk zal zijn aan de uit te geven euromunten, is naar mijn mening een realistische werkhypothese. De behoefte aan euromunten zal grosso modo even groot zijn als de behoefte aan guldenmunten. Weliswaar is het mogelijk dat er ex post enig verschil blijkt te zijn tussen de waarde van de ingeleverde guldenmunten en de uitgegeven euromunten (bijvoorbeeld omdat het publiek guldenmunten als souvenir bewaart), maar daarvan valt op dit moment geen betrouwbare schatting te geven. Zelfs het aantal guldenmunten dat nog actief in omloop is, is met onzekerheid omgeven. Sinds 1948 zijn er zes miljard stuks guldenmunten uitgegeven; op basis van DNB-onderzoek naar het jaarlijks versterf is naar huidig inzicht aannemelijk dat er nog circa drie miljard stuks guldenmunten in omloop zijn.
Overigens dient opgemerkt te worden dat zelfs indien in 2002 een kleine positieve kasopbrengst gerealiseerd zou worden, er met dit bedrag geen uitgaven gedaan mogen worden. Hiervoor verwijs ik tevens naar mijn antwoord d.d. 27 oktober 1998 (BGW 98-2659 U).

Woordvoerder: drs. F.F.M. Kemperman
Tel.nr.: 070 - 342 8236

Deel: ' Financien versterf munten door overstap op euro '




Lees ook