Ministerie van Financien

Titel: Wijziging Uitvoeringsregeling loonbelasting


M I N I S T E R I E V A N F I N A N C I E N

DIRECTORAAT-GENERAAL VOOR FISCALE ZAKEN

DIRECTIE WETGEVING DIRECTE BELASTINGEN

s-Gravenhage, 3 maart 2000

NR. WDB 00/ 101M

ONDERWERP

Wijziging van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op het artikel 13 van de Wet op de loonbelasting 1964;

Besluit:

Artikel I

De Uitvoeringsregeling loonbelasting 19901 wordt als volgt gewijzigd.

A. In artikel 14, tweede lid, onderdeel a, wordt f 1500 vervangen door: f 1650

B. Artikel 16e komt te luiden:

Artikel 16e. De waarde van deelneming aan bedrijfsfitness, geheel of nagenoeg geheel gedurende de werktijd en waaraan de deelneming openstaat voor alle werknemers, wordt gesteld op nihil. Onder bedrijfsfitness wordt verstaan: conditie- of krachttraining van werknemers welke plaatsvindt onder deskundig toezicht en welke georganiseerd of geïnitieerd wordt door de inhoudingsplichtige.

C. In artikel 24, eerste lid, wordt dan wel artikel 7, vijfde lid, van het besluit vervangen door: artikel 7, vijfde lid, van het besluit, dan wel artikel 11, vijfde lid, van deze regeling.

Artikel II


1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Artikel I, onderdelen A en C, werkt terug tot en met 1 januari 2000.


3. Artikel I, onderdeel B, werkt, indien dat in het voordeel is van de werknemer, terug tot en met
1 januari 1999.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën,

Toelichting

Hierna worden de wijzigingen voor zover nodig nader toegelicht.

Artikel I, onderdeel A. (artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990)

De wijziging van het in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, opgenomen maximale bedrag van de catalogusprijs van de fiets strekt ertoe dit bedrag te actualiseren per 1 januari 2000. Inhoudingsplichtigen die hun fietscontract met hun werknemers willen verlengen, kunnen niet als voorheen eenzelfde pakket aanbieden als gevolg van prijsstijgingen. Door ophoging van het maximale bedrag van de catalogusprijs van de fiets naar f 1650 wordt aan dit probleem tegemoetgekomen.

Artikel I, onderdeel B. (artikel 16e van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990)

Op basis van het gewijzigde artikel 16e dat uitvoering geeft aan artikel 13, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, is vastgelegd dat de waarde van aan de werknemer verstrekte bedrijfsfitness die door de inhoudingsplichtige is georganiseerd, dan wel door de inhoudingsplichtige bij een derde is ingekocht, onder bepaalde voorwaarden wordt gesteld op nihil. Door het vervallen van de voorwaarde dat de lichamelijke oefening plaatsvindt op de plaats waar arbeid wordt verricht, wordt het voor medewerkers van kleine ondernemingen die een eigen fitnessruimte niet kunnen inpassen, voor een aantal beroepsgroepen, alsmede voor medewerkers in de buitendienst mogelijk deel te nemen aan bedrijfsfitness.

De tweede volzin van dit artikel strekt ter verduidelijking van het begrip bedrijfsfitness. Ten aanzien van bedrijfsfitness in de vorm van conditie- of krachttraining, welke geheel of nagenoeg geheel in de werktijd en onder deskundig toezicht plaatsvindt, mag worden aangenomen dat deze zozeer gericht zal zijn op het voorkomen van bepaald arbeidsgerelateerd ziekteverzuim dat daarmee de normale sport- of ontspanningsuitgaven van de werknemer niet worden beïnvloed. Voor de waardering op nihil is vereist dat de bedrijfsfitness georganiseerd of geïnitieerd wordt door de inhoudingsplichtige, geheel of nagenoeg geheel gedurende de werktijd plaatsvindt, en openstaat voor alle werknemers.

De waarde van de deelname aan lichaamsbeweging dat het karakter heeft van recreatie, vrijetijdsbesteding of naar de aard ervan een persoonlijke aangelegenheid is, komt, ook als de lichaamsbeweging geheel of nagenoeg geheel gedurende de werktijd plaatsvindt, niet in aanmerking voor onbelaste verstrekking.

Artikel I, onderdeel C. (artikel 24, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990)

De in dit onderdeel opgenomen wijziging betreft een wijziging van technische aard. De wijziging strekt ertoe de omissie dat artikel 11, vijfde lid, niet is opgenomen in artikel 24, eerste lid van deze regeling, te herstellen. De werknemer doet, overeenkomstig de in artikel 24, eerste lid, opgenomen artikelen, een afschrift van een door de inspecteur op verzoek afgegeven beschikking zoals bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van deze regeling, toekomen aan de inhoudingsplichtige .

Artikel II (inwerkingtredingbepaling)

In artikel II is de inwerkingtreding van deze regeling geregeld. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Artikel I, onderdelen A en C, werkt terug tot en met 1 januari 2000. Voor artikel I, onderdeel B, wordt een uitzondering gemaakt. Dit onderdeel werkt terug tot en met 1 januari 1999 indien dat in het voordeel is van de werknemer. De wijziging inzake de waardering van de deelname aan bedrijfsfitness op nihil houdt een verruiming in. De definitie van bedrijfsfitness kan in sommige situaties in zekere zin een beperking inhouden ten opzichte van het begrip lichamelijke oefening zoals opgenomen in het huidige artikel 16e in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990. In een dergelijke situatie, indien dat in het nadeel is van de werknemer, zal deze wijziging niet terugwerken tot en met 1999.

De Staatssecretaris van Financiën,

Deel: ' Financien wijziging Uitvoeringsregeling loonbelasting '




Lees ook