Persbericht nr. 96/180 Den Haag, 8 november 1996

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN LEDEN VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL KLEIN MOLENKAMP EN B.M. DE VRIES OVER DE FISCALE BEHANDELING VAN LOKALE OMROEPACTIVITEITEN

VRAGEN:

1. Bestaat er onduidelijkheid over de toepassing van de Wet Omzetbelasting bij lokale omroepactiviteiten?

2. Leidt dit bij veel lokale omroepen tot problemen?

3. Gaan inspecties in verschillende regios verschillend met deze problematiek om?

4. Vormt de vooraftrek van lokale omroepen een knelpunt? Hoe verhoudt zich dat tot de uitspraak van de Hoge Raad van 25 januari 1995, nr. 29.652, inzake de aftrek van voorbelasting?

5. Heeft de OLON al in februari 1995 gevraagd om duidelijkheid omtrent deze problematiek?

6. Bent u alsnog bereid op korte termijn de gewenste helderheid over de BTW- problematiek te verschaffen aan de lokale omroepen?

OLON = Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland

ANTWOORDEN:

1, 2, 3 en 4. Op grond van artikel 11, lid 1, aanhef en onderdeel n, van de Wet op de om- zetbelasting 1968 geldt voor de niet-commerciële activiteiten van openbare radio- en televisie-organisaties een vrijstelling van BTW. Indien naast de niet-commerciële activiteiten ook commerciële activiteiten, zoals het uit- zenden van reclame, plaatsvinden, welke commerciële activiteiten recht op aftrek geven van de zogenoemde voorbelasting, zal de voorbelasting moeten worden gesplitst in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel. In de prak- tijk geschiedde dit aan de hand van de verhouding tussen de commercieel ge- bruikte en de niet-commercieel gebruikte zendtijd. De Hoge Raad besliste in zijn arrest van 25 januari 1995 echter dat in het geval alle inkomsten wor- den verkregen uit reclameboodschappen alle voorbelasting in aftrek kan wor- den gebracht, ook die welke niet rechtstreeks betrekking heeft op reclame- uitzendingen. Open bleef de vraag hoe moest worden gehandeld indien niet alle inkomsten uit reclame worden verkregen. Het betreft dan bijvoorbeeld inkomsten uit nevenactiviteiten of subsidies. Daarover is bij het arrest van de Hoge Raad van 30 augustus 1996 meer duidelijkheid ontstaan: er is geen sprake van ondernemerschap, en in zoverre ook niet van aftrek van voorbelasting, als het gaat om uitzendingen die niet afhankelijk zijn van de ernaast verrichte commerciële activiteiten.
Ik merk in dit verband nog op, dat de problematiek van de aftrek van voor- belasting bij lokale omroepen in beginsel niet groter is dan die bij andere ondernemers die zowel vrijgestelde als belaste prestaties verrichten. Ook bij dergelijke ondernemers doen zich splitsingsproblemen voor die alleen aan de hand van desbetreffende feitelijke situatie zijn op te lossen. Het is aan de inspecteur om in concrete gevallen met de betrokken ondernemer zonodig tot afspraken te komen. Met betrekking tot de lokale omroepen is mij in dit verband niet bekend dat in de praktijk grote verschillen zijn ontstaan.
Het was en is mijn bedoeling om voor de lokale omroepen bij resolutie nade- re richtlijnen inzake de aftrek van de voorbelasting te geven. Ik heb hier- mede gewacht tot het tijdstip dat de cassatie-procedure welke heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 30 augustus j.l. was geëindigd.

5. Ja. De OLON is in 1995 telefonisch medegedeeld - hetgeen naderhand schrif- telijk is bevestigd - dat het vigerende beleid gelet op het in januari ver- schenen arrest zou moeten worden bijgesteld, doch dat ook meer duidelijk- heid verkregen moest worden voor de afwijkende gevallen. Terzake is gewezen op de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 4 januari 1995 die in een andere richting wees dan de OLON gewenst achtte en die ten grondslag heeft gelegen aan het arrest van de Hoge Raad van 30 augustus j.l.

6. Ik ben voornemens de BTW-positie van lokale en regionale omroepen op korte termijn door middel van een resolutie nader te regelen. De regeling zal er in hoofdlijn op neerkomen, dat de voorbelasting in aftrek kan worden ge- bracht naar rato van de verhouding tussen de belaste opbrengsten en de to- tale opbrengsten dan wel (ingeval sprake is van een tekort) naar rato van de mate waarin de kosten worden gedekt door belaste opbrengsten.

Persvoorlichter: drs. Ph. van Veller

Deel: ' Fiscale behandeling van lokale omroepactiviteiten '




Lees ook