Persbericht FNV


Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers en verjaring

Aanbod kabinet aan asbestslachtoffers schiet tekort

Aan de Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Postbus 20018, 2500 EA Den Haag

Betreft: Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers en verjaring

Geachte Dames en Heren,

Hierbij maken de drie vakcentrales gebruik van de gelegenheid om commentaar te leveren op de regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers en verjaring.

1. Algemeen
Zoals het kabinet verheugd is over de totstandkoming van het instituut Asbestslachtoffers, zo zijn de vakcentrales ermee ingenomen dat er nu een regeling is getroffen voor al die asbestslachtoffers die vanwege verjaring of vanwege onvindbaarheid c.q. faillissement van de voormalige werkgever niet voor een reguliere schadevergoeding in aanmerking komen.
Niettemin menen de vakcentrales dat aan de regeling een aantal bezwaren kleeft.

2. De hoogte van de tegemoetkoming
De vakcentrales beoordelen de hoogte van de tegemoetkoming als volstrekt onvoldoende.
Weliswaar kan niet worden ontkend dat de overheid de blootstelling aan asbest niet zelf veroorzaakt heeft, maar de overheid kan in ieder geval ernstige nalatigheid worden verweten.

Immers pas in 1993 is het asbestverbod afgekondigd, terwijl reeds jaren daarvoor de ernst van de gezondheidsschade volstrekt duidelijk was. Van de mogelijkheden om een vervangingsplicht voor asbest gefaseerd in te voeren heeft de overheid geen gebruik gemaakt. Voorts menen de vakcentrales dat de hoogte van de tegemoetkoming ten onrechte is afgeleid van het bedrag dat oud-mijnwerkers ontvangen. Er is vanzelfsprekend bij de vakcentrales geen enkele behoefte om de gezondheidsproblematiek van de oud-mijnwerkers te relativeren; echter de situatie waarin asbestslachtoffers zich bevinden is in de regel nog ernstiger, omdat zij ten dode zijn opgeschreven.

De vakcentrales menen dan ook dat het verschil in uitkering voor de betreffende asbestslachtoffers, die in dezelfde omstandigheden verkeren als zij die in aanmerking komen voor de bemiddeling door het asbestinstituut, buitengewoon schrijnend is.

Asbestslachtoffers die hun schade wel kunnen verhalen op hun (voormalige) werkgever komen in aanmerking voor een smartengeld van 90.000 gulden en een vergoeding van hun totale materiële schade. De vakcentrales beoordelen het verschil met de tegemoetkoming als onaanvaardbaar en menen dan ook dat deze het bedrag van 90.000 gulden dient te benaderen.

In dit verband willen de vakcentrales er ten overvloede op wijzen dat ook de gehele voorbereidingsgroep van het asbestinstituut, bestaande uit zowel comité asbestslachtoffers als werkgevers-, werknemersorganisaties en verzekeraars, de staatssecretaris heeft verzocht bij de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming zoveel mogelijk aan te sluiten bij het smartengeld dat slachtoffers via het asbestinstituut zullen ontvangen. Terzake zij verwezen naar de brief van de kwartiermaker, mr. B.J. Asscher, d.d. 23 november 1998.

3. Ingangsdatum van de regeling
In het "Convenant Instituut Asbestslachtoffers" is een compromis bereikt over de rechten van de nabestaanden van mesothelioom-slachtoffers. Dit bestaat er uit dat voor wat betreft de bemiddeling via het asbestinstituut als nabestaanden zijn gedefinieerd de nabestaanden van mesothelioom-slachtoffers die op of na 6 juni 1997 in leven waren dan wel zijn en die op grond van werkgevers-aansprakelijkheid een claim hebben ingediend of nog zullen indienen, respectievelijk wier nabestaanden nog een claim op basis van de artikelen 6:107 en 6:108 BW zullen indienen. Deze datum is ontleend aan de dag waarop het kabinet besloot tot het treffen van een regeling voor asbestslachtoffers bij wie de aansprakelijke werkgever ontbreekt vanwege onvindbaarheid, faillissement of verstreken verjaringstermijn.

Mesothelioom-slachtoffers, die voor 6 juni 1997 nog in leven waren en van wie de nabestaanden de mogelijkheid hebben om een werkgever aansprakelijk te stellen zullen dat niet doen via een beroep op het asbestinstituut maar wel, en met succes, via een beroep op de rechter.

Over een dergelijke mogelijkheid beschikken de nabestaanden van mesothelioom-slachtoffers, die voor 6 juni 1997 nog in leven waren maar bij wie sprake is van een onvindbare of failliete werkgever, niet. Maar ook de regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers biedt geen enkel soulaas omdat de ingangsdatum 6 juni 1997 is.

De nabestaanden van deze mesothelioom-slachtoffers staan dus letterlijk met lege handen.

De vakcentrales menen dat deze schrijnende situatie moet worden verholpen door de ingangsdatum te verschuiven en wel naar vijf jaren voorafgaande aan het in werking treden van de regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers, die naar verwachting op 1 oktober 1999 in werking treedt.

4. Oplossing probleem verjaring
Reeds naar aanleiding van het advies dat Prof. Mr. J. De Ruiter in 1997 heeft uitgebracht over asbestslachtoffers, hebben de vakcentrales betoogd dat dit asbestslachtoffers, die worden getroffen door het probleem van de verjaring onvoldoende tegemoet komt. Als gevolg van de verjaringstermijn kunnen deze slachtoffers hun "recht" niet meer halen, enkel en alleen vanwege de lange incubatietijd van de ziekte. Dit probleem wordt in de toekomst alleen nog maar dringender. Immers in 2018 wordt de piek van asbestzaken verwacht.

De vakcentrales hebben er destijds dan ook voor gepleit dat de problematiek met betrekking tot de verjaringstermijn wordt opgelost.

Dat is in de praktijk het geval voor asbestslachtoffers, die van de regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers gebruik kunnen maken (behoudens de hiervoor genoemde bezwaren inzake het bedrag) en zij die de blootstelling aan asbest hebben opgelopen bij de overheid als werkgever die kenbaar heeft gemaakt af te zien van verjaring.

Niet opgelost is de verjaringstermijn voor asbestslachtoffers die hun rechten claimen bij een nog bestaande particuliere werkgever.

In de brief van de staatssecretaris Hoogervorst aan Uw Kamer wordt medegedeeld dat de huidige regeling verjaring van vorderingen tot schadevergoeding, waarvan de gevolgen scherp aan het licht zijn getreden voor asbestslachtoffers met maligne mesothelioom, zoals die zich heeft aangediend bij asbestgerelateerde ziekten, is heroverwogen.

Dit heeft er toe geleid dat het kabinet een wetsvoorstel zal indienen met de strekking dat een rechtsvordering tot vergoeding van personenschade niet zal verjaren zolang de schadelijder niet bekend is met zijn schade en de daarvoor aansprakelijke persoon.

Het zal duidelijk zijn dat de vakcentrales het eens zijn met het uitgangspunt dat aan het indienen van dit wetsvoorstel ten grondslag ligt.

De vakcentrales zijn echter hevig teleurgesteld dat de nieuwe regeling slechts van toepassing is als de schade veroorzakende gebeurtenis –in dit geval de blootstelling aan asbest- plaatsvindt na invoering van de nieuwe wet. Dat betekent dat de regeling als een wassen neus voor huidige en komende asbestslachtoffers beschouwd moet worden, terwijl hun omstandigheden juist de oorzaak zijn van de heroverweging van de verjaringsregeling.

Feitelijk betekent dit dat asbestslachtoffers, die bij een particuliere werkgever zijn blootgesteld aan asbest, niettegenstaande de beoogde nieuwe wetgeving in de kou blijven staan.

De vakcentrales hebben op zichzelf begrip voor het argument van de rechtszekerheid.

Zij menen echter dat met inachtneming van de rechtszekerheid een andere aanpak mogelijk is en wel deze dat zaken, die niet verjaard zijn op het moment dat de nieuwe wet in werking treedt niet meer voor verjaring in aanmerking komen.

Op die wijze kan in ieder geval ten dele tegemoet worden gekomen aan de voor asbestslachtoffers onrechtvaardig uitwerkende huidige regeling zonder dat het beginsel van rechtszekerheid wordt aangetast.

Hoewel de vakcentrales op een later tijdstip commentaar zullen leveren op een concreet wetsvoorstel, zou Uw Kamer indien zij de bovenvermelde bezwaren deelt daarvan reeds nu blijk kunnen geven.

5. Protocol asbestose en protocol longkanker
Recent is door de Gezondheidsraad een advies over protocollering van asbestose uitgebracht.

De vakcentrales menen dat nu met spoed moet worden bewerkstelligd dat ook de lijders aan asbestose die aan de overige algemene voorwaarden voldoen, gebruik kunnen maken van de regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers. Dat zelfde geldt naar het oordeel van de vakcentrales eveneens voor longkankerpatiënten met een asbestblootstellingsverleden zodra de gezondheidsraad terzake een advies het licht doet zien.

Hoogachtend,

namens FNV, CNV en MHP,

D. Terpstra

Voorzitter CNV

26 april 1999
Brief

Deel: ' FNV Aanbod kabinet aan asbestslachtoffers schiet tekort '




Lees ook