Universiteit van Amsterdam


Fossiele bladeren geven een nauwkeurig beeld van vroegere CO2- concentraties

Het inzicht in het verband tussen broeikasgassen en het klimaat is sterk afhankelijk van nauwkeurige gegevens over atmosferische CO2-concentraties in het verleden. Tot voor kort vormden zeer oude luchtbellen in het landijs van Antarctica en Groenland de belangrijkste bron van informatie. De nauwkeurigheid van de analyse van deze luchtbellen is echter beperkt, zodat er behoefte is aan een alternatieve methode. Veranderingen in de atmosferische CO2-concentratie blijken zeer nauwkeurig bepaald te kunnen worden met behulp van het aantal huidmondjes in fossiele bladeren. Een wetenschappelijk artikel over dit onderzoek verscheen 18 juni in Science.

Huidmondjes zijn kleine, afsluitbare openingen in de bladwand. Zij reguleren de uitwisseling van CO2, zuurstof en waterdamp tussen het inwendige van het blad en de buitenwereld. Onderzoek laat zien dat het aantal huidmondjes per bladoppervlakte afneemt bij een steeds toenemende hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Met fossiele bladresten kunnen op grond hiervan vroegere CO2-concentraties berekend worden.

Met behulp van berkenbladeren uit een veenprofiel in de buurt van Denekamp (Overijssel), zijn CO2- concentraties bepaald vanaf het einde van de laatste ijstijd, zo'n 11.500 jaar geleden. De klimaatsverbetering valt samen met een snelle stijging van de CO2-concentratie. Het blijkt dat de stijging aanzienlijk hoger is dan de schaarse gegevens uit landijs deden vermoeden. Ook blijkt dat de CO2-concentratie in de periode van de laatste ijstijd tot heden sterker wisselde dan werd gedacht.

Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van diverse universiteiten, onder wie bioloog dr. B. van Geel van de UvA.

Laatste wijzigingen: 21 juni 1999 - webmaster@uva.nl Bron: Bureau Voorlichting en Redactie

Deel: ' Fossiele bladeren geven beeld vroegere CO2- concentraties '




Lees ook