Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 22

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 5 februari 1999
Kenmerk 120/99
Blad /1
Bijlage(n) *
Betreft Gannoteerde Agenda

Algemene Raad d.d. 22/23 februari 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde agenda van de Algemene Raad d.d. 22/23 februari a.s. aan te bieden.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 5 februari 1999
Kenmerk 120/99
Blad /15
Bijlage(n) *
Betreft Geannoteerde Agenda

Algemene Raad d.d. 22/23 februari 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde agenda van de Algemene Raad van 22/23 februari a.s. aan te bieden.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Geannoteerde Agenda Algemene Raad d.d. 22/23 februari 1999

Horizontale betrekkingen

Agenda 2000

Voorafgaand aan de Algemene Raad van 22 februari a.s. zal op 21 februari een Conclaaf van de ministers van Buitenlandse Zaken plaatsvinden. Agenda 2000 zal prominent op de agenda staan. Doel van de besprekingen is om de extra Informele Top op 26 februari in Petersberg voor te bereiden. Het is nog niet bekend op welke wijze het Voorzitterschap de behandeling wil laten plaatsvinden. Waarschijnlijk zal een voortgangs-rapportage over de resultaten van de besprekingen in de ECOFIN Raad en van de behandeling van de structuurfondsen voorliggen. De resultaten van de besprekingen in de Landbouw Raad van
22/23 februari zullen rechtstreeks aan de Informele Top worden voorgelegd. Voor Nederland blijft gelden dat alle elementen van Agenda
2000 (financieel kader, structuurfondsen en hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid) in hun onderlinge samenhang, als een pakket, bekeken moeten worden.

Zoals ook eerder bericht is het Duitse Voorzitterschap vastbesloten het afgesproken tijdpad voor de afronding van Agenda 2000 in maart a.s. vast te houden. In Brussel worden ook op het niveau van Permanente Vertegenwoordigers de onderhandelingen actief voorbereid. De discussie vindt plaats aan de hand van een 'negotiating box', waarin alle elementen van het onderhandelingspakket zijn ondergebracht, en met behulp van non-papers over de verschillende deelonderwerpen. Deze methode zal uiteindelijk moeten leiden tot een voor allen aanvaardbaar compromis.

Voor het Duitse Voorzitterschap vormt het doorvoeren van een stringente begrotingsdiscipline met als basis een sobere begroting voor de Unie (i.c. reële stabilisatie) een belangrijk uitgangspunt. Dit is in lijn met de nationale budgettaire inspanningen in het licht van de EMU. Daardoor kunnen ook de middelen voor de uitbreiding op middellange termijn worden veiliggesteld. Tevens zal een aanvaardbare oplossing gevonden moeten worden voor de scheefgroei in de lastenverdeling tussen de lidstaten.

Deze uitgangspunten van het Duitse Voorzitterschap kunnen op volledige Nederlandse steun rekenen. De oplossing van de
netto-lastenproblematiek vormt voor Nederland een onlosmakelijk onderdeel van definitieve besluitvorming over Agenda 2000. Nederland is van oordeel dat het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid hervormd moet worden in de door de Commissie voorgestelde richting. Reële stabilisatie moet evenwel ook gelden voor de GLB-uitgaven. De hervormingsvoorstellen moeten in die zin worden aangepast. De Algemene Raad en de Ecofin Raad dienen tezamen duidelijk de financiële kaders hiervoor te scheppen.

Voorts wenst Nederland binnen een reëel gestabiliseerd uitgavenkader een 'fair share' uit de structuurfondsen-enveloppe. In dit kader ervaart Nederland het als positief dat de Commissie een document heeft gemaakt waarin verschillende scenario's voor het eventuele totaalbedrag voor Categorie 2 (Structuur- en Cohesiebeleid) zijn ontwikkeld. Hierbij is ook rekening gehouden met het streven van o.m. Nederland om de totaaluitgaven voor Categorie 2, t.o.v. het gemiddelde bedrag in de huidige programmeringsperiode, in de in aanmerkingkomende regio's reëel te stabiliseren. De verschillende scenario's zullen op korte termijn in Brussel aan de orde komen. Het Voorzitterschap heeft aangegeven dat ten aanzien van de Structuurfondsen tijdens de Algemene Raad van 22 februari a.s. getracht zal worden overeenstemming te bereiken over de specifieke verordeningen inzake het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Overigens staat overeenstemming terzake los van de financiële invulling bij de Structuurfondsen; het gaat hierbij om de technische modaliteiten van beide Fondsen.

Voorbereiding implementatie Verdrag van Amsterdam

De Raad zal aan de hand van een overzicht van het Voorzitterschap de resterende voorbereidende werkzaamheden bespreken die nog voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam moeten worden verricht. Het Voorzitterschap heeft dit document nog niet verspreid. Naar verwachting zal in het overzicht worden gewezen op de nog te nemen beslissingen over de ambtelijke werkstructuur onder de JBZ-Raad en de afronding van de incorporatie van Schengen in de Unie.

Wat betreft de tweede pijler moet, zoals bekend, de Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB nog worden benoemd en de Eenheid voor Beleidsplanning en Vroegtijdige Waarschuwing nog worden opgericht.

Nederland hecht aan de bespreking van de stand van zaken van de voorbereiding van 'Amsterdam' gezien het belang van een soepele overgang naar het nieuwe Verdragskader.

(evt.) Uitbreiding

Naar verwachting zal de Commissie tijdens de Raad een aan de actualiteit aangepast advies inzake het toetredingsverzoek van Malta geven.

Malta heeft in 1990 het lidmaatschap aangevraagd. In 1993 gaf de Commissie een positief 'avis'. Naar aanleiding daarvan verklaarde de Europese Raad van Corfu in juni 1994 dat Malta deel zou nemen aan de volgende uitbreidingsronde. In 1995 werd besloten dat de onderhandelingen met Malta zouden beginnen zes maanden na het einde van de Intergouvernementele Conferentie (die zou resulteren in het Verdrag van Amsterdam).

De regeringswisseling in oktober 1996 leidde er evenwel toe dat Malta toen zijn lidmaatschapsaanvraag opschortte. Na de verkiezingen van 5 september 1998, die opnieuw een regeringswisseling tot gevolg heeft gehad, heeft de nieuwe regering van Malta besloten zijn aanvraag te reactiveren.

De Europese Raad van Wenen heeft verheugd kennis genomen van deze reactivering. De verwachting is dat het komende advies opnieuw positief zal zijn over toetreding van Malta tot de EU. Nederland staat positief t.a.v. toetreding van Malta tot de EU.

Mensenrechten (China)

De Raad zal een eerste discussie houden over de uitkomsten van de zesde ronde van de EU-China mensenrechtendialoog, die op 8/9 februari a.s. te Berlijn wordt gehouden. Voorzien is dat tijdens de volgende Algemene Raad op 22/23 maart a.s. de EU-positie m.b.t. de aanstaande VN Commissie voor de Rechten van de Mens (22 maart-30 april 1999) wordt bepaald.

Nederland is voorstander van voortzetting van de EU-China mensenrechtendialoog. Alhoewel Nederland niet in de Trojka zit, heeft het actief meegewerkt aan de voorbereiding van de zesde ronde van de mensenrechtendialoog. Tevens heeft Nederland aangedrongen op een zo laat mogelijke besluitvorming over een EU-positie in de Mensenrechtencommissie teneinde de druk op China tot het nemen van positieve stappen zo lang mogelijk in stand te houden. Tenslotte is gepleit voor nauwe coòrdinatie met de VS. Uw Kamer zal separaat per brief worden ingelicht over de Nederlandse inzet bij de zesde ronde van de mensenrechtendialoog (Berlijn, 8/9 februari).

Externe betrekkingen

Associatieraden Letland, Litouwen en Slovenië

(waarschijnlijk A-punt)

En marge van de Algemene Raad zullen op 23 februari a.s. Associatieraden worden gehouden met Slovenië, Letland en Litouwen.

Associatieraden vinden eens per jaar plaats in het kader van de Europa Akkoorden die met 10 landen in Midden- en Oost-Europa gesloten zijn. Tijdens de Associatieraden komt ondermeer de implementatie van de Partnerschappen voor Toetreding en de voortgang bij de overname van het acquis communautaire aan de orde.

Het is eerste keer dat met Slovenië een Associatieraad wordt gehouden. Het Europa Akkoord met dit land is onlangs op 1 februari jl. in werking getreden.

Met Litouwen en Letland is het de tweede Associatieraad.

De voorbereidingen op EU-toetreding van deze kandidaat-lidstaten zullen bij de besprekingen centraal staan. Daarbij zal worden ingegaan op de versterkte pre-toetredingsstrategie, de Partnerschappen voor Toetreding en het voortgangsrapport van de Commissie. Op 1 maart a.s. zal met deze landen begonnen worden met de individuele acquis screening.

Voorts zal aandacht worden besteed aan regionale samenwerking en de betrekkingen onder het Europa Akkoord.

De politieke dialoog met deze landen vindt plaats tijdens de lunch. Als onderwerpen zijn voorlopig geagendeerd de situatie in Rusland, de situatie in Kosovo en de situatie in de overige de buurlanden van Slovenië, Letland en Litouwen.

Het vaststellen van het standpunt van de Europese Unie is doorgaans een A-punt in de Raad.

Nederland staat positief tegenover toetreding van deze landen tot de EU. De Associatieraad is een van de fora waarin de dialoog plaatsvindt. Het Voorzitterschap voert namens de EU het woord tijdens de Associatieraad.

Belarus (mogelijk A-punt)

Op 17 januari 1999 zijn de ambassadeurs van de EU lidstaten weer naar Minsk teruggekeerd. Zij waren medio 1998 teruggeroepen uit protest tegen de gedwongen ontruiming - op last van de Belarussische autoriteiten - van de residenties van de Duitse, Franse en Italiaanse ambassadeurs in Drozdy. De terugkeer werd mogelijk gemaakt doordat het Voorzitterschap van de EU en de Belarussische Minister van Buitenlandse Zaken in een Gemeenschappelijke Verklaring van 10 december 1998 overeenstemming hadden bereikt over de voorwaarden voor terugkeer. Belarus heeft ondermeer toegezegd de WeenseConventie te zullen eerbiedigen.

Hiermee is de weg vrij gekomen voor intrekking van de visum-restricties, die de EU in juli 1998 had ingesteld voor prominente vertegenwoordigers van de regering van Belarus.

De Algemene Raad van 25-26 januari jl. nam kennis van de terugkeer van de ambassadeurs en sprak de verwachting uit dat de Gemeenschappelijke Verklaring één maand na hun terugkeer volledig zou zijn uitgevoerd. De Algemene Raad gaf de opdracht de intrekking van het Gemeenschappelijk Standpunt voor te bereiden. De Algemene Raad van 22 februari a.s. zal nu het formele besluit tot opheffing van de visumrestricties dienen te nemen.

Het ziet ernaar uit dat de Belarussische regering haar toezeggingen in de Gemeenschappelijke Verklaring zal nakomen.

Nederland zal tijdens de komende Algemene Raad dan ook akkoord gaan met het voorstel dat de visumrestricties worden opgeheven.

De overeenkomst over Drozdy neemt de bezwaren van de EU over de tekortkomingen van het democratische systeem in Belarus niet weg. Derhalve zal ook in de toekomst de EU druk op Belarus ten gunste van democratische verbeteringen blijven uitoefenen.

(evt.) Egypte

De Raad zal mogelijk de voortgang bespreken van de onderhandelingen met Egypte over een Euro-Mediterraan Associatie-akkoord. In de twee weken voorafgaand aan de Algemeen Raad zal de Commissie opnieuw onderhandelingen voeren met Egypte. De Commissie verwacht dat voortgang in deze onderhandelingen, die nu reeds vier jaar gaande zijn, op ditmoment mogelijk is. De belangrijkste nog uitstaande kwesties zijn:


1. concessies van de EU ten behoeve van verruiming van de Egyptische toegang tot de EU-landbouwmarkt (sinaasappelen, rijst, aardappelen en snijbloemen);


2. terug- en overnameclausule;


3. mensenrechtenclausule.

Wat betreft de concessies op landbouwgebied houdt Nederland zich aan het staande EU-beleid dat het uitgangspunt voor de concessies de traditionele handelsstroom is, waarbij er ruimte is voor een zekere groei.

Egypte is tegen een terug- en overnameclausule zolang de EU niet kan aantonen dat de retournering van illegale migranten naar Egypte werkelijk een probleem is. Egypte wijst er daarbij op dat samenwerking reeds plaats vindt op bilaterale basis. In het bijzonder is Egypte gekant tegen de overnameclausule. Nederland blijft erop insisteren dat de bepalingen van de clausule deel uitmaken van het verdrag.

Egypte maakt er bezwaar tegen dat de EU het land ten aanzien van mensenrechten anders wil behandelen dan het t.a.v. Israël heeft gedaan. In alle vier tot nog toe gesloten Euro-Mediterrane Associatie-overeenkomsten (Israël, Tunesië, Marokko, Jordanië) is vastgelegd dat:


1) het verdrag onder meer is gebaseerd op eerbiediging van de rechten van de mens en de democratische beginselen;


2) een partij passende maatregelen kan nemen indien de andere partij een verplichting onder het verdrag niet nakomt.

In twee akkoorden, te weten die met Marokko en Jordanië, is op wens van de EU in een Gemeenschappelijke Verklaring bij het verdrag nog eens uitdrukkelijk vastgelegd dat de onder 1) genoemde rechten en beginselen tot de onder 2) bedoelde verplichtingen behoren. Egypte accepteert nu deze Gemeenschappelijke Verklaring niet omdat ook Israël die niet heeft hoeven accepteren. De EU houdt evenwel vast aan haar wens tot opname van een interpretatieve verklaring bij het akkoord.

Nederland hoopt dat de onderhandelingen met Egypte zo spoedig mogelijk kunnen worden afgesloten. Nederland is van oordeel dat de Commissie bij deze onderhandelingen moeilijke kwesties als die van de bepalingen inzake mensenrechten en die van de terug- en overnameclausule voortdurend ter sprake moet blijven brengen en deze problemen niet moet laten liggen tot het moment dat de Raad gevraagd wordt de laatste knopen door te hakken.

(evt.) EU-Japan

De Raad zal zich mogelijk moeten uitspreken over de juiste rechtsbasis voor een verordening ter continuering van de activiteiten van de Commissie gericht op verbetering van de markttoegang tot Japan. Het Japan-programma van de Commissie bestaat al enkele jaren zonder een adequate rechtsbasis, maar een recente uitspraak van het Europese Hof maakt het noodzakelijk dat alle budgetlijnen verankerd worden in het Verdrag. Het probleem dat zich voordoet, is dat de activiteiten in het kader van dit programma deels onder artikel 113 vallen (exclusieve bevoegdheid EG), deels niet. Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor exportbevordering. Erwordt gezocht naar een oplossing die voorkomt, dat via de Japan-verordening, de reikwijdte van artikel 113 wordt verbreed. Een compromis voorstel, waarbij tevens artikel 235 als rechtsbasis dient, is voor Nederland aanvaardbaar.

(evt.) EU-ASEAN: Birma

Tijdens de Algemene Raad zal opnieuw gesproken worden over de kwestie van de deelname van Birma aan de komende ministeriële bijeenkomst EU-ASEAN, die op 29 maart 1999 zal plaatsvinden te Berlijn. Tijdens de Algemene Raad van 25 januari heeft Nederland een krachtige positie ingenomen tegen deelname van Birma aan deze bijeenkomst in verband met de aanhoudende slechte mensenrechtensituatie in dat land.

In het Gemeenschappelijk Standpunt ten opzichte van Birma van 28 oktober 1996, dat gericht is op democratisering en verbetering van de mensenrechtensituatie, geeft de Europese Unie aan bereid te zijn een kritische dialoog met Birma aan te gaan over de mensenrechten.

Nederland blijft voorstander van deze aanpak.

Tot op heden heeft Birma op geen enkele wijze getoond bereid te zijn veranderingen in haar mensenrechtenbeleid door te voeren, laat staan een hierover een betekenisvolle dialoog te voeren met de EU.

Met betrekking tot de ministeriële bijeenkomst zelf, heb ik tijdens de vorige Algemene Raad reeds aangegeven dat een harde garantie van ASEAN verkregen zou moeten worden dat men bereid was om een serieuze dialoog over de mensenrechten in Birma aan te gaan. Slechts onder deze uitdrukkelijke voorwaarde zou ermogelijk overeenstemming bereikt kunnen worden over een vorm van Birmese aanwezigheid tijdens de Ministeriële. Birmese aanwezigheid zou echter van een lager niveau dan dat van minister van Buitenlandse zaken dienen te zijn.

Ik zal dit standpunt ook tijdens deze Algemene Raad naar voren brengen.

(evt.) EU-VS

Afhankelijk van onvoorziene ontwikkelingen in het geschil tussen EU en VS over de Europese marktordening voor bananen, zal de Raad een bespreking aan dit onderwerp wijden. Tot 1 maart wordt echter enige windstilte verwacht.

Eind januari heeft het WTO Geschillenbeslechtingsorgaan het Amerikaanse retaliatieverzoek (i.c. intrekken handels-concessies ter waarde van 509 mln euro tegen EU-landen, Nederland en Denemarken uitgezonderd) in behandeling genomen. Het retaliatieverzoek is na enkele dagen onderhandelen niet daadwerkelijk geaccepteerd, omdat de Commissie arbitrage heeft aangevraagd over de hoogte van de retaliatie (deze moet nl. een realistische weergave zijn van de door de VS geleden schade als gevolg van het EU-bananenrégime). Het arbitragepanel moet uiterlijk op 1 maart uitspraak doen, waarna de VS opnieuw het retaliatieverzoek - nu aangepast aan de door het arbitragepanel bepaalde schade - zal kunnen indienen.

Nederland acht het een goede zaak dat het panel dat de hoogte van de arbitrage moet bepalen, hetzelfde is als het panel dat momenteel, op verzoek van de EU en van Ecuador, de Europese marktordening op WTO-conformiteit beoordeeld. Nederland zal bij de verdere behandeling van dit dossier blijven waken overeen constructief gebruik van het geschillen-beslechtingssysteem.

Zuid-Afrika

De Algemene Raad zal zich buigen over de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Zuid-Afrika over een handels- en samenwerkingsakkoord. En marge van het World Economic Forum in Davos hebben de Zuid-Afrikaanse Minister van Handel, Erwin en Europees Commissaris Pinheiro overeenstemming bereikt over een concept-tekst voor het eindakkoord. De concept-tekst wordt momenteel bestudeerd door de lidstaten.

Eén van de belangrijkste uitstaande kwesties was het gebruik door Zuid-Afrika van de namen sherry en port. Op dit punt is een compromis voorstel geformuleerd waar Zuid-Afrika mee in zou kunnen stemmen. Het compromis houdt in dat Zuid-Afrika gedurende een overgangstermijn de namen mag hanteren, en dat na afloop van de termijn opnieuw onderhandeld zal worden. Het voorstel wordt nu door de lidstaten die een rechtstreeks belang in deze sector hebben bestudeerd.

De Nederlandse regering zet zich krachtig in om tot spoedige afsluiting van het akkoord te komen. Het streven is erop gericht tijdens de Algemene Raad van 22 februari overeenstemming te bereiken.

West-Balkan / Kosovo

De Algemene Raad zal spreken over de situatie in Kosovo en over het verloop van het vredesoverleg over Kosovo te Rambouillet in Frankrijk.

De Contactgroep, bestaande uit de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Duitsland en het EU-Voorzitterschap (thans tevens Duitsland), heeft in Londen op 29 januari jl. overeenstemming bereikt over een plan van aanpak voor het bereiken van een interimregeling voor Kosovo.

De Contactgroep heeft vertegenwoordigers van de FRJ en Servië, en van de Kosovo-Albanezen, gesommeerd vóór 6 februari a.s. te beginnen met onderhandelingen over een dergelijke regeling. De besprekingen staan onder co-voorzitterschap van de Britse en Franse ministers van Buitenlandse Zaken, Cook en Védrine. De onderhandelingen zouden maximaal een week mogen duren, eventueel verlengd met een week.

Ik zond uw Kamer reeds eerder, op 2 februari jl., een mede door de Minister van Defensie ondertekende brief (kenmerk DEU-047/99) over dit onderwerp.

Mogelijk komen tijdens de Algemene Raad voorstellen ter sprake van het Voorzitterschap inzake eventuele sanctieverlichting, of - verzwaring, voor de FRJ. De inhoud van de voorstellen zal afhankelijk zijn van de Servische opstelling in het onderhandelingsproces. Een soortgelijke benadering zal waarschijnlijk worden gekozen ten aanzien van de Kosovo-Albanezen.

Nederland is het eens met deze "wortels en stokken" benadering. Nederland is evenwel van mening dat sanctie-verlichting eerst aan de orde kan zijn ná het bereiken van een interimregeling.

Midden-Oosten Vredes Proces

De Raad zal het Midden-Oosten vredesproces bespreken in het licht van de laatste ontwikkelingen. Het Voorzitterschap zal verslag doen van de gezamenlijke reis met de Commissie en de Speciale Afgezant Moratinos naar de regio (10-14 februari). Op 25 januari 1999 gaf de Raad een verklaring uit waarin wordt betreurd dat de Isralische regering de implementatie van het Wye River Memorandum blijft opschorten, en daarmee ingaat tegen de geest en de letter van het memorandum.

Nederland meent dat het EU-beleid erop gericht dient te blijven dat de bepalingen van het Wye-akkoord daadwerkelijk worden uitgevoerd en, waar mogelijk, actief worden ondersteund. Beide partijen moeten hun verplichtingen volledig nakomen en dienen unilaterale stappen, zoals de uitbreiding van nederzettingen, achterwege te laten.

Deel: ' Gannoteerde Agenda Algemene Europese Raad '




Lees ook