Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directeur Generaal Politieke Zaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 04 maart 1999
Kenmerk 640013
Betreft Europese Unie:

Gemeenschappelijk Buitenlands en

Veiligheidsbeleid

Zeer geachte Voorzitter,

Ik heb de eer U hierbij de teksten toe te zenden van GBVB-verklaringen die de Raad van de Europese Unie heeft aangenomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Bijlagen: Verklaring inzake de Filipijnen: terechtstelling van Leo Echegaray

Verklaring inzake Afghanistan

Verklaring inzake het conflict tussen Eritrea en Ethiopië

Verklaring inzake de executie van Sean Sellers

Verklaring inzake de vredesinspanningen in de democratische Republiek Congo

Verklaring inzake de betrekkingen tussen Bulgarije en de FYROM

Verklaring inzake Oost-Timor

Verklaring inzake de veroordeling van alle vormen van terrorisme

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER DE FILIPIJNEN: TERECHTSTELLING VAN LEO ECHEGARAY

De Europese Unie betreurt ten zeerste de terechtstelling van de heer Leo Echegaray, Filipijns onderdaan, op 5 februari 1999 en het besluit van de Filipijnse autoriteiten om aldus het feitelijke moratorium van de doodstraf te verbreken dat de Filipijnen meer dan tweeëntwintig jaar hebben nageleefd. De Europese Unie betreurt het dat niet geluisterd is naar haar herhaaldelijk aandringen bij de Filipijnse autoriteiten op handhaving van dit moratorium.

De Europese Unie is van oordeel dat de afschaffing van de doodstraf bijdraagt tot de versterking van de menselijke waardigheid en tot de geleidelijke ontwikkeling van de mensenrechten.

De Europese Unie hecht het grootste belang aan het respect voor het recht op leven zoals vastgelegd in artikel 3 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens.

De Europese Unie wijst de doeltreffendheid van de doodstraf als instrument ter voorkoming van misdaad af.

De Europese Unie ijvert vastberaden voor de afschaffing van de doodstraf in de gehele wereld, zij roept de Filipijnse autoriteiten op om het moratorium van terechtstellingen opnieuw te laten gelden.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa en het eveneens geassocieerde land Cyprus, alsmede de EVA-landen van de Europese Economische Ruimte sluiten zich bij deze verklaring aan.


10 februari 1999
_________________________________________________________________

VERKLARING VAN DE EUROPESE UNIE OVER AFGHANISTAN

De geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus en de EVA-landen IJsland en Liechtenstein die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, verklaren dat zij zich aansluiten bij de doelstellingen van het Nieuwe Gemeenschappelijk Standpunt dat op 25 januari 1999 door de Raad van de Europese Unie is bepaald inzake Afghanistan.

De Europese Unie neemt kennis van dit standpunt dat haar ten zeerste verheugt.


12 februari 1999
_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER HET CONFLICT TUSSEN ERITREA EN ETHIOPIË

Met verbijstering en diepe teleurstelling heeft de Europese Unie kennis genomen van het recente uitbreken van een open oorlog tussen Ethiopië en Eritrea. De niet aflatende inspanningen van de internationale gemeenschap, en met name van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid, zijn daarmee tenietgedaan.

De Europese Unie veroordeelt scherp het gebruik van geweld door de twee landen en dringt erop aan dat beide partijen het moratorium op luchtaanvallen waartoe zij zich hebben verbonden, naleven.

De Europese Unie steunt krachtig Resolutie 1227 van de VN-Veiligheidsraad, met name de oproep aan alle staten om alle leveranties van wapens en munitie aan Ethiopië en Eritrea onmiddellijk stop te zetten. De Europese Unie roept beide partijen bij het conflict op, de oorlog onmiddellijk te beëindigen. Het verlies van nog meer mensenlevens en de verdere vernietiging van have en goed moeten absoluut worden voorkomen, met name moet de veiligheid van de burgerbevolking worden gewaarborgd, en moet de weg om het conflict via onderhandelingen bij te leggen, opnieuw worden geopend.

Bij wijze van eerste stap worden beide partijen opgeroepen unilateraal in te stemmen met een staken van de vijandelijkheden.

De Europese Unie prijst het werk van de OAE en moedigt de staatshoofden en de secretaris-generaal van de OAE aan, alles in het werk te stellen om een onmiddellijk en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren tot stand te brengen en hun bemiddelingsproces te hervatten. De Europese Unie blijft deze inspanningen steunen.

De Europese Unie staat klaar om bijstand te verlenen en daartoe een speciale Trojka-missie af te vaardigen om een spoedige oplossing van het conflict te bevorderen op basis van de OAE-voorstellen voor een kaderovereenkomst.


16 februari 1999
_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER DE EXECUTIE VAN SEAN SELLERS

De EU betreurt de executie van Sean Sellers op 4 februari 1999 in de staat Oklahoma ten zeerste. De heer Sellers was 16 op het tijdstip waarop hij de misdaad pleegde waarvoor hij veroordeeld is. Sinds 1959 hadden de Verenigde Staten geen gevangenen geëxecuteerd voor een op die leeftijd gepleegde misdaad. De EU had bij de Amerikaanse autoriteiten, zowel op federaal niveau als op het niveau van de staat, stappen ondernomen om deze executie te voorkomen.

In artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) - waarbij de Verenigde Staten partij zijn - wordt uitdrukkelijk bepaald dat de doodstraf niet mag worden opgelegd voor misdrijven die zijn begaan door personen beneden de leeftijd van
18 jaar.

Het is de EU bekend dat de Verenigde Staten een voorbehoud hebben gemaakt bij artikel 6 van het ICCPR. Niettemin is de EU van mening dat artikel 6 de minimumregels geeft voor de bescherming van het recht op leven en de algemeen aanvaarde normen op dit gebied weergeeft. De EU tekent daarbij aan dat volgens het Comité voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties het voorbehoud van de VS niet verenigbaar is met het onderwerp en het doel van het Verdrag en moet worden ingetrokken.

De EU is van mening dat de afschaffing van de doodstraf de bevordering van de menselijke waardigheid en de geleidelijke ontwikkeling van de mensenrechten ten goede komt. Daarom streeft de EU naar de wereldwijde afschaffing van de doodstraf.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, Bulgarije, Estland, Hongarije, Litouwen, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië, het geassocieerde land Cyprus en de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


18 februari 1999
_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER DE VREDESINSPANNINGEN IN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO (DRC)


1. De Europese Unie blijft uitermate bezorgd over de voortdurende crisis in Congo. Zij herinnert aan haar verklaringen van 11, 19 en 27 augustus 1998 en herhaalt dat het huidige conflict alleen opgelost kan worden na onderhandelingen over een voor alle Congolezen aanvaardbare regeling die Congo en de andere landen van de regio vrede, stabiliteit en democratie brengt.


2. De Europese Unie is van oordeel dat er nu, in het licht van enkele positieve signalen over de mogelijke ondertekening van een akkoord over een staakt-het-vuren, vredesinspanningen geleverd moeten worden om snel tot de sluiting van zo'n akkoord te komen. De Europese Unie verwelkomt President Kabila's bereidheid om onderhandelingen te openen met alle partijen in het conflict, waaronder de rebellen, en moedigt hem aan zo spoedig mogelijk een staakt-het-vuren tot stand te brengen. De Europese Unie dringt er ook bij alle andere bij het conflict betrokken partijen, zowel de rebellen als de externe actoren, op aan een constructieve bijdrage aan de huidige vredesinspanningen te leveren.


3. De Europese Unie spreekt andermaal haar krachtige steun uit aan de regionale vredesinitiatieven, onder meer in het kader van de SADC en de OAE en van President Chiluba. De Unie onderstreept dat er een gestaag alomvattend onderhandelingsproces nodig is en juicht het toe dat er in januari in dat kader twee comités zijn ingesteld, namelijk voor de veiligheid aan de grenzen en voor een staakt-het-vuren. De Europese Unie steunt de regionale vredesinspanningen via de activiteiten van de Speciale gezant van de Europese Unie voor het gebied van de Grote Meren, de heer Aldo Ajello, die momenteel weer een bezoek brengt aan enkele van de betrokken landen.


4. De Europese Unie is bereid een wederopbouwprogramma voor Congo in overweging te nemen indien de vijandelijkheden effectief gestaakt worden en er intern vooruitgang geboekt wordt op het gebied van vrede, democratie en mensenrechten. Zij juicht de verklaring van de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad van 11 december 1998 toe waarin deze raad zich bereid toont om, in het licht van het streven naar een vreedzame oplossing van het conflict, een actieve betrokkenheid van de Verenigde Naties te overwegen om te helpen bij de uitvoering van een doeltreffend staakt-het-vuren en een overeengekomen procedure voor een politieke regeling van het conflict.


5. De Europese Unie spreekt andermaal haar steun uit aan de beginselen van territoriale integriteit en eerbieding van de soevereiniteit en veiligheid van Congo en zijn buurlanden. Zij roept op tot onderhandelingen tussen alle betrokken partijen gericht op een snelle politieke oplossing van het conflict die leidt tot de terugtrekking van de buitenlandse troepen uit Congo. Die regeling moet rusten op twee pijlers, namelijk de oplossing van 1) de regionale veiligheidsproblemen dankzij een mechanisme waarmee tegemoetgekomen wordt aan de legitieme veiligheidswensen van de buurlanden, en 2) de interne situatie in Congo door het openen van een overkoepelende politieke dialoog met als doel om in het land een democratische samenleving te vestigen.


6. De Europese Unie veroordeelt met klem de gewelddadigheden die sinds het begin van de crisis tegen de burgerbevolking zijn begaan. Zij doet een dringend beroep op de partijen in het conflict om de mensenrechten en het humanitaire recht te eerbiedigen. In dit verband spreekt de Europese Unie de hoop uit dat de komende missie naar Congo van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties, de heer Garreton, zal helpen licht te werpen op de gevolgen van het conflict voor de mensenrechtensituatie, en zal bijdragen tot een nauwere samenwerking op dit gebied tussen de internationale gemeenschap en Congo.


7. De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus en de EVA-landen IJsland en Noorwegen, leden van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


19 februari 1999
_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER DE BETREKKINGEN TUSSEN BULGARIJE EN DE FYROM

Met grote voldoening neemt de EU kennis van de Gezamenlijke Verklaring van de Republiek Bulgarije en de Voormalig Joegoslavische Republiek Macedonië, die bevorderlijk zal zijn voor de sluiting van verdere bilaterale overeenkomsten. De Republiek Bulgarije en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben daarmee laten zien hoe moeilijke vraagstukken op vreedzame wijze en in een geest van goed nabuurschap kunnen worden opgelost. De EU beschouwt de ondertekening van die overeenkomsten als een waardevolle bijdrage tot de stabiliteit en de veiligheid in een regio waarin nog niet alle mogelijkheden tot samenwerking zijn uitgeput. Tevens ziet de EU in de geïntensiveerde dialoog tussen de Republiek Bulgarije en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een belangrijke stap naar de verdere integratie van deze landen in Europese structuren. De EU zal zowel de Republiek Bulgarije als de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in dat streven blijven steunen.


24 februari 1999
_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER OOST-TIMOR

De Europese Unie verheugd zich over de positieve resultaten van de recente ministeriële bijeenkomst onder de auspiciën van de secretaris-generaal van de VN, waarbij de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken Alatas officieel het nieuwe beleid van Indonesië ten aanzien van Oost-Timor heeft bekendgemaakt.

De Europese Unie neemt akte van het standpunt van Indonesië dat verreikende autonomie binnen het constitutionele kader van de Republiek Indonesië voorlopig de beste oplossing is en dat de Oost-Timorezen over dit voorstel moeten worden geraadpleegd. Mochten de Oost-Timorezen dit voorstel verwerpen, dan zal de Indonesische regering aanbevelen dat het in juni te verkiezen Raadgevend Volkscongres (MPR), de Annexatiewet van 1978 herroept en de onafhankelijkheid van Oost-Timor aanvaardt.

De Europese Unie stelt het op prijs dat Indonesië met het nieuwe beleid erkent dat er geen blijvende oplossing voor dit probleem haalbaar is zonder dat het volk van Oost-Timor wordt geraadpleegd, en dat de betrokken partijen ermee hebben ingestemd zich te beraden op de VN-voorstellen voor een akkoord over de manier waarop de Indonesische voorstellen in overeenstemming kunnen worden gebracht met de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht. De Europese Unie is trouwens van mening dat de procedure voor de raadpleging van de Oost-Timorezen hierbij een kernvraagstuk zal vormen.

Gelet op deze ontwikkelingen, die een nieuwe stimulans hebben gegeven aan de door de VN gesteunde besprekingen, beklemtoont de Europese Unie de noodzaak van internationale steun voor de inspanningen van de secretaris-generaal van de VN.

Tevens neemt de Europese Unie met voldoening kennis van het feit dat de gevangenisstraf van de heer Xanana Gusmao is omgezet in huisarrest. In dit verband dringt de Europese Unie er bij de Indonesische autoriteiten op aan, de heer Xanana Gusmao en andere Timorese politieke gevangenen hub volledige vrijheid terug te geven teneinde de best mogelijke voorwaarden voor een oplossing van de Oost-Timorese kwestie te scheppen.

De Europese Unie, die zich laat leiden door deze recente positieve ontwikkelingen,


- zegt haar steun toe aan de voortgezette inspanningen van de secretaris-generaal van de VN om een oplossing voor het Oost-Timor-probleem te vinden,


- benadrukt dat een eerlijke, vrije en uitvoerige raadpleging van de Oost-Timorezen door de VN noodzakelijk is,


- verklaart zich bereid de organisatie van die raadpleging te steunen.

Tegelijk stimuleert de Europese Unie Indonesië ertoe de militaire aanwezigheid in Oost-Timor verder af te bouwen en geeft ze uiting aan haar bezorgdheid over het bewapenen van burgermilities, hetgeen de kansen voor het vinden van een vreedzame oplossing in het gedrang kan brengen.

De Europese Unie blijft ten zeerste bezorgd over de toename van de spanningen en het geweld in Oost-Timor. De Europese Unie doet een beroep op alle partijen om blijk te geven van zelfbeheersing. Bovendien vraagt zij met klem dat de milities ontwapend en ontbonden worden. Voorts staat de Europese Unie achter het voorstel om met spoed te zorgen voor VN-aanwezigheid in Oost-Timor, hetgeen de thans hoge spanningen zou helpen verminderen.

De met de Europese Unie geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus en de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


24 februari 1999

VERKLARING VAN DE EUROPESE UNIE INZAKE VEROORDELING VAN ALLE VORMEN VAN TERRORISME

De Europese Unie herhaalt haar veroordeling van alle vormen van terrorisme. Bij de legitieme strijd tegen het terrorisme moeten de mensenrechten, de rechtsstaat en de democratische beginselen volledig in acht worden genomen. Legitieme belangen moeten tot uitdrukking worden gebracht via een politiek proces, niet door geweld.

De EU betreurt ten zeerste dat de arrestatie van Abdullah Ocalan tot massale onrust en gewelddadigheden heeft geleid, met als gevolg dodelijke slachtoffers, gijzelneming, intimidatie en vernieling op grote schaal. Zij bevestigt haar standpunt dat dergelijke gewelddadigheden ontoelaatbaar zijn en onder geen beding kunnen worden getolereerd.

De Europese Unie neemt er nota van dat de Turkse regering garandeert dat Abdullah Ocalan een eerlijk proces zal krijgen. Zij verwacht dat dit een eerlijke en correcte behandeling betekent, alsmede een openbaar proces, overeenkomstig het beginsel van de rechtsstaat, voor een onafhankelijke rechter, met toegang tot juridische bijstand naar keuze en met internationale waarnemers die tot het proces worden toegelaten. Zij onderstreept opnieuw dat zij zonder voorbehoud tegen de doodstraf is.

De EU respecteert ten volle de territoriale integriteit van Turkije. Tegelijkertijd verwacht de EU dat Turkije zijn problemen langs politieke weg oplost onder volledige eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat in een democratische samenleving, alsmede in volledige overeenstemming met Turkijes verplichtingen als lid van de Raad van Europa. In deze context verwelkomt zij alle oprechte inspanningen om de strijd tegen het terrorisme te scheiden van het zoeken naar politieke oplossingen en om verzoening tot stand te brengen. De EU staat klaar om, ter ondersteuning hiervan, haar bijdrage te leveren, mede door voortgezette financiële steun.

Turkijes inspanningen om in deze geest een oplossing te vinden voor deze problemen kunnen de betrekkingen tussen de EU en Turkije alleen maar ten goede komen.


24 februari 1999

Deel: ' GBVB-verklaringen Raad van de Europese Unie - 18852 '




Lees ook