Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directeur Generaal Politieke Zaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 01 februari 1999
Kenmerk 122991
Betreft Europese Unie:

Gemeenschappelijk Buitenlands en

Veiligheidsbeleid

Zeer geachte Voorzitter,

Ik heb de eer U hierbij de teksten toe te zenden van GBVB-verklaringen die de Raad van de Europese Unie heeft aangenomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Bijlagen: Verklaring inzake biologische en toxinewapens (BTWC)

Verklaring inzake Angola, Westelijke Sahara, Soedan, Sierra Leone

Verklaring inzake aanvang vredesbesprekingen in Colombia

Verklaring inzake het besluit van de Israëlische regering om de uitvoering van het Wye-memorandum op te schorten

Verklaring inzake het conflict tussen Eritrea en Ethiopië

Verklaring inzake de presidentsverkiezingen in Kazachstan

Verklaring inzake de huidige politieke toestand in Haïti


_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE MET BETREKKING TOT DE AANSTAANDE MINISTERIËLE MISSIE

VAN HET CO-VOORZITTERSCHAP VAN DE IPF-COMMISSIE INZAKE SOEDAN

Met het oog op de aanstaande ministeriële missie aan de regio die het co-voorzitterschap van de IPF-commissie inzake Soedan zal ondernemen, waardeert de Europese Unie de geboekte vorderingen en gedane inspanningen maar wijst zij er nogmaals op dat het huidige staakt-het-vuren tijdig moet worden verlengd. De Unie herhaalt haar oproep om het staakt-het-vuren ook geografisch uit te breiden.

De Europese Unie erkent de nijpende behoefte aan voortgezette humanitaire bijstand aan de bevolking van zuidelijk Soedan en doet een oproep aan de regering en de SPLM/A om hun medewerking te blijven verlenen aan de internationale spoedhulpacties.

Verlenging van het huidige staakt-het-vuren, zou de internationale gemeenschap in staat stellen de verlening van bijstand aan de bevolking van zuidelijk Soedan voort te zetten. De EU zou die verlenging ook beschouwen als een belangrijk signaal van de bereidheid der partijen effectief mee te werken aan de inspanningen van de IGAD om het Soedanese conflict via onderhandelingen te beëindigen. Deze onderhandelingen moeten spoedig worden hervat.

De Europese Unie zegt opnieuw haar steun toe aan de ministeriële missie van het co-voorzitterschap van de IPF-commissie inzake Soedan, die op 23 januari begint. Deze missie heeft voornamelijk ten doel om met de partijen - in nauw overleg met de Keniaanse voorzitter van de IGAD - ministeriële subcommissie inzake het conflict in zuidelijk Soedan - van gedachten te wisselen over een passende wijze om het huidige staakt het vuren te consolideren en eventueel uit te breiden. Ook is het de bedoeling spoed te zetten achter de vredesonderhandelingen, overeenkomstig de conclusies die tijdens de vorige ministeriële vergadering van de IPF-commissie inzake Soedan op
19 en 20 november 1998 in Rome zijn bereikt.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost- Europa en de EVA-landen Liechtenstein en Noorwegen, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


26 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER DE HUIDIGE POLITIEKE TOESTAND IN HAÏTI

De Europese Unie betreurt de huidige politieke en constitutionele crisis in Haïti. Zij acht de dialoog tussen de President van de Republiek en de betrokken politieke krachten van wezenlijk belang voor de democratische ontwikkeling in Haïti.

Volgens de Europese Unie kan een duurzame oplossing van de crisis slechts voortkomen uit verkiezingen die in een vrije, eerlijke en transparante sfeer worden georganiseerd. Zij is van mening dat alle betrokken politieke krachten bij de voorbereiding van deze verkiezingen en de vorming van een nieuwe verkiezingsraad moeten worden betrokken, zoals de President van de Republiek hee£t gememoreerd.

De Europese Unie onderstreept dat haar aanzienlijke inzet alsmede die van haar lidstaten - voor Haïti sedert eind 1994 hoofdzakelijk wordt gemotiveerd door het herstel van de democratie in Haïti. De verantwoordelijkheid voor de consolidatie van de democratie in dit land berust bij de President, de Regering en het Parlement in hun hoedanigheid van vertegenwoordigers van het Haïtiaanse volk. Tevens vormt deze consolidatie het belangrijkste criterium voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Haïti.

De Europese Unie roept alle betrokken krachten op een politieke dialoog aan te gaan om te komen tot de vorming van een nieuwe verkiezingsraad, die zich ertoe zal verbinden de volgende verkiezingen zo spoedig mogelijk te organiseren. De Europese Unie onderstreept nogmaals dat zij bereid is bijstand te verlenen bij de voorbereiding van deze verkiezingen, waarbij de kiezers een zo breed mogelijke waaier van politieke opinies en een zo groot mogelijke keuze aan kandidaten zal worden geboden waarbij een volledige deelname zal worden aangemoedigd.


26 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE INZAKE ROEMENIE

De Europese Unie bevestigt haar vastbeslotenheid om Roemenië te steunen bij het moeizame hervormingsproces dat het land thans doormaakt. De Europese Unie erkent dat daarbij maatregelen nodig zijn die het Roemeense volk als pijnlijk ervaart.

De EU blijft de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie ten volle steunen. Vooral economische hervormingen, inclusief de maatregelen, die door internationale instellingen worden voorgesteld, zijn van het grootste belang voor Roemenië op de weg naar de Europese Unie.

De Europese Unie juicht dan ook toe dat Roemenië zich ertoe verbindt zijn hervormingsprogramma volledig en op een coherente wijze uit te voeren. De middelen die het land uit het PHARE-programma krijgt voor economische hervormingen, zullen daartoe aanzienlijk worden opgevoerd.


22 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER DE PRESIDENTSVERKIEZINGEN IN KAZACHSTAN

De Europese Unie volgt het democratiseringsproces in de Republiek Kazachstan zeer nauwlettend. In dit verband waren de presidenstverkiezingen van 10 januari 1999 van bijzonder belang.

In de verklaringen van 5 november 1998 en 17 december 1998 heeft het voorzitterschap van de Europese Unie Kazachstan opgeroepen, alle passende maatregelen te nemen om zowel een vrije en eerlijke verkiezingscampagne als open, vrije en eerlijke verkiezingen te waarborgen. Met name is erop gewezen dat de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst van de Europese Unie met Kazachstan, die vroeg in 1999 in werking moet treden, de eerbiediging omvat van de normen die verbintenissen van de OVSE. Deze behelzen dat verkiezingen op vrije en eerlijke wijze dienen plaats te vinden.

De Europese Unie is bezorgd over de voorwaarden waaronder de presidentsverkiezingen in Kazachstan volgende de preliminaire verklaring van de missie ter evaluatie van de verkiezingen van de OVSE/ODIHR van 11 januari 1999 gehouden zijn. De Unie onderschrijft de opvatting van de OVSE dat de wijze waarop de verkiezingen gehouden zijn, niet voldoet aan de OVSE-normen. De verkiezingsdatum is plotseling vervroegd, zodat de kandidaten weinig tijd hadden om hun campagne te organiseren. Een verkiezingsdecreet dat strijdig is met de grondwet van Kazachstan, is gebruikt om kandidaten uit te schakelen die veroordeeld waren voor onbelangrijke en eigenmachtig vastgestelde delicten. Kandidaten hadden niet gelijkelijk toegang tot de media.

De Europese Unie betreurt het dat de wijze waarop de verkiezingen verlopen zijn, een terugval betekent in de democratiseringsproces en in de ontwikkeling van de rechtsstaat in Kazachstan. Zij roept de regering van Kazachstan op, de verbintenissen van Kazachstan ten aanzien van de democratisering en de ontwikkeling van de rechtsstaat in het kader van de OVSE en in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met de Europese Unie gestand te doen. Zij neemt nota van de onlangs door de president van Kazachstan aangekondigde stappen ter bevordering van het democratiseringsproces. Zij hoopt dat de plaatselijke en parlementsverkiezingen die later dit jaar plaats zullen vinden, een vrij een eerlijk verloop zullen hebben.

De Europese Unie bevestigt opnieuw dat zij bereid is Kazachstan bij te staan bij de ontwikkeling van democratische instellingen en de rechtsstaat.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus en de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


22 januari 1999

_________________________________________________________________

Verklaring van het Voorzitterschap, namens de Europese Unie, over het conflict tussen Eritrea en Ethiopië

De Europese Unie zegt nogmaals haar volledige steun toe aan de voorstellen van de delegatie op hoog niveau van de OAE voor een kaderovereenkomst, die op 17 december tijdens de topontmoeting van het centraal orgaan van de OAE is goedgekeurd, evenals aan de voortdurende inspanningen van de OAE om in het conflict tussen Eritrea en Ethiopië te bemiddelen. De Europese Unie is bereid om de OAE verder bij te staan in deze moeilijke taak.

De Europese Unie dringt er bij beide partijen in het conflict op aan volledige medewerking te verlenen aan de bemiddeling van de OAE en nieuwe pogingen te ondernemen om middels onderhandelingen tot een vreedzame oplossing te komen voor alle aspecten van hun conflict. Het is van het allergrootste belang dat de voorstellen van de OAE voor een kaderovereenkomst worden aanvaard en onverwijld in de praktijk worden gebracht.

De Europese Unie blijft zich ernstige zorgen maken over de constante stroom wapens naar het gebied en roept beide partijen nogmaals op te blijven afzien van militair optreden en te werken aan een deëscalatie van het conflict door het nemen van beleidsmaatregelen die gericht zijn op het herstel van het vertrouwen tussen de regeringen en de bevolking van Eritrea en Ethiopië, waaronder maatregelen om de humanitaire situatie te verbeteren.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus, en de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


18 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE BETREFFENDE SIERRA LEONE

De Europese Unie veroordeelt de jongste poging om de democratisch verkozen regering van Sierra Leone omver te werpen ten zeerste en betuigt nogmaals haar volledige steun aan president Kabbah en diens regering. De Europese Unie looft de rol van de ECOMOG, de speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN en de Waarnemersmissie van de Verenigde Naties in Sierra Leone (UNOMSIL). De Europese Unie zal steun blijven verlenen aan de inspanningen van de ECOMOG om de vrede en de stabiliteit in Sierra Leone te herstellen, en zal voor mensen in nood passende humanitaire hulp verlenen.

De Europese Unie veroordeelt krachtig allen die de rebellen in Sierra Leone hebben gesteund, en spreekt haar diepe bezorgdheid uit over berichten dat er, met name vanuit het grondgebied van Liberia, wapens en manschappen worden aangevoerd. Zij roept alle landen op zich strikt aan de bestaande wapenembargo's te houden.

De EU zal steun blijven verlenen aan alle diplomatieke inspanningen om de vrede en de veiligheid in Sierra Leone te herstellen, en doet een beroep op alle partijen om de burgers te beschermen. Aanbiedingen van landen in de regio om in dialoog te treden, of te bemiddelen, worden door de EU toegejuicht. In dat verband steunt de Europese Unie de aanpak die op 28 december 1998 te Abidjan is overeengekomen in de ECOWAS-vergadering van het Comité van de Zes met betrekking tot Sierra Leone.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus, en de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


15 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE BETREFFENDE SOEDAN

De Europese Unie dringt er bij de regering van Soedan en bij alle andere partijen in het gewapende conflict in het zuiden van Soedan op aan dat het huidige staakt-het-vuren, dat 15 januari 1999 afloopt, wordt uitgebreid tot alle delen van het land, zonder dat er een tijdlimiet wordt vastgesteld, zulks om humanitaire hulp aan de zwaar getroffen bevolking van Soedan mogelijk te maken.

Tevens steunt de Europese Unie de missie van het IPF-voorzitterschap naar de regio, dat gepland is voor eind januari 1999.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus en de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


15 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER DE ONDERHANDELINGEN BETREFFENDE EEN PROTOCOL BIJ HET VERDRAG INZAKE BIOLOGISCHE EN TOXINEWAPENS (BTWC)

Met verwijzing naar haar voortdurende inzet voor de onderhandelingen in de ad hoc groep over een protocol bij het verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC), waaraan ze uiting gaf door de vaststelling van haar gemeenschappelijk standpunt van 4 maart 1998:

Herinnert de Europese Unie eraan dat in de slotverklaring van de Vierde Herzieningsconferentie het besluit van de ad hoc groep wordt toegejuicht om haar werkzaamheden te intensiveren om zo spoedig mogelijk voor de aanvang van de Vijfde Herzieningsconferentie van de staten die partij zijn bij het Verdrag inzake biologische en toxinewapens.

Om dit doel te bereiken acht de Europese Unie het van essentieel belang dat alle nodige fasen zijn voltooid om te bewerkstelligen dat een protocol voor de Vijfde Herzieningsconferentie, die uiterlijk in
2001 moet worden gehouden, voor ondertekening openstaat.

De Europese Unie is dan ook van oordeel dat de onderhandelingen over een protocol in 1999 een belangrijke prioriteit voor de internationale gemeenschap moeten blijven vormen. Daartoe zal zij de werkzaamheden van de ad hoc groep tenvolle steunen opdat er voor eind 1999 aanzienlijke vooruitgang kan worden geboekt en het protocol in 2000 door een speciale conferentie van de staten die partij zijn bij het Verdrag, kan worden goedgekeurd.

De geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus en de EVA-landen IJsland en Liechtenstein, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, sluiten zich bij deze verklaring aan.


12 januari 1998

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE BETREFFENDE ANGOLA

De Europese Unie is ernstig bezorgd over de aanhoudende impasse waarin het Angolese vredesproces en de uitvoering van de akkoorden van Lusaka van 1994 terecht zijn gekomen, een en ander heeft geleid tot een ernstige verslechtering van de algemene politieke en militaire situatie, de veiligheid, en de sociale en economische omstandigheden in Angola. De EU betreurt ten zeerste dat het ondanks verscheidene publieke oproepen, onder meer door de Secretaris-Generaal en de Veiligheidsraad van de VN, niet mogelijk is gebleken zware gevechten in het centrale deel van Angola te voorkomen. Alleen een politieke oplossing door middel van een volledige en onvoorwaardelijke uitvoering van het Protocol van Lusaka en van de resoluties ter zake van de VN-Veiligheidsraad kunnen een duurzame vrede in Angola bewerkstelligen en verder lijden van de bevolking voorkomen. Daarom verzoekt de EU de partijen nadrukkelijk om van militaire acties af te zien.

De belangrijkste verantwoordelijkheid voor deze situatie ligt duidelijk bij UNITA en bij de leiding ervan, onder aanvoering van de heer Savimbi, deze organisatie heeft op een niet goed te praten wijze gefaald bij de demilitarisering van haar troepen en bij de uitbreiding van het staatsbestuur tot het gehele nationale grondgebied (de belangrijkste verbintenissen krachtens het Protocol van Lusaka), en heeft daarbij de dringende verzoeken van de Veiligheidsraad en de internationale gemeenschap naast zich neergelegd.

De EU herhaalt haar dringende oproep aan UNITA om onmiddellijk en onvoorwaardelijk te voldoen aan haar verplichtingen krachtens het Protocol van Lusaka. Zij dringt er voorts bij UNITA op aan om zich onmiddellijk terug te trekken uit gebieden die het door middel van militaire of andere acties opnieuw heeft bezet.

Tegen deze achtergrond betreurt de EU dat het mijnenleggen in Angola is toegenomen, terwijl dat land tot op heden juist een belangrijk doelwit van de ontmijningsinspanningen van de Unie in Afrika is geweest. De EU doet een oproep tot de regering van Angola, in haar hoedanigheid van partij bij het Verdrag van Ottawa, alsmede in het bijzonder tot UNITA om het mijnenleggen onmiddellijk te staken en te zorgen voor een deugdelijke registratie, zodat deze wapens kunnen worden verwijderd.

In de huidige situatie beklemtoont de EU dat het van belang is UNITA onder sterke internationale druk te blijven zetten, vooral via daadwerkelijke en wereldwijde toepassing van de maatregelen die krachtens de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad aan de organisatie zijn opgelegd, als een middel om UNITA ertoe te bewegen haar verplichtingen na te komen. De EU zal nagaan op welke manier de implementatie van bestaande VN-sancties ten aanzien van UNITA kan worden verbeterd en is bereid om eventuele verdere maatregelen van de Veiligheidsraad van de VN tegen UNITA in overweging te nemen.

De EU moedigt alle Angolese politieke krachten en alle leden van de civiele samenleving die voorstander zijn van vrede en democratie aan om hun krachten te bundelen, ten einde het geweld uit te bannen en bij te dragen tot de versterking van een vreedzaam en democratisch Angola dat zijn energie in hoofdzaak voor de welvaart van de bevolking aanwendt.

De EU is ervan overtuigd dat een sterke betrokkenheid van de VN in Angola nodig blijft en is verheugd over de recente beslissing van de VN-Veiligheidsraad om het mandaat van de MONUA te verlengen tot 26 februari. Zijroept de regering en UNITA op om een speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN, de heer Issa Diallo, bijstand te verlenen bij het vervullen van zijn mandaat gericht op de uitvoering van het Protocol van Lusaka, en blijft bereid om de Secretaris-Generaal van de VN, zijn speciale vertegenwoordiger en de trojka van waarnemende landen te steunen bij hun opdracht de uitvoering van dat Protocol tot een goed einde te brengen.

De Unie richt tot slot een oproep aan de regering van Angola en inzonderheid aan UNITA om de mensenrechten te eerbiedigen en met de MONUA en de humanitaire organisaties samen te werken bij de verstrekking van noodhulp, alsmede de veiligheid en de bewegingsvrijheid van hun personeel en toegang tot getroffen bevolkingsgroepen te garanderen. De EU herhaalt dat zij bereid is verder humanitaire hulp te verstrekken aan de slachtoffers van het conflict, de bevolking van Angola.

De met de Europese Unie geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, het geassocieerde land Cyprus en de EVA-landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte sluiten zich bij deze verklaring aan.


6 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE EN DE GEASSOCIEERDE LANDEN OVER DE AANVANG VAN VREDESBESPREKINGEN IN COLOMBIA OP 7 JANUARI 1999

De Europese Unie en de geassocieerde landen verwelkomen met grote voldoening de start van de vredesonderhandelingen tussen de regering van Colombia en de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) op 7 januari 1999 in San Vincente de Caguan, Caqueta.

Met hun aanwezigheid bij de besprekingen, op uitnodiging van de Colombiaanse regering, willen de hoofden van de missies van de lidstaten van de Europese Unie en de geassocieerde landen het grote belang onderstrepen dat zij aan deze gebeurtenis hechten en de hoop uitspreken dat deze onderhandelingen een beslissende stap naar een duurzame vrede in Colombia zullen blijken. In dit proces is het nodig dat alle gijzelaars, ook de buitenlandse, snel worden vrijgelaten.

De Europese Unie en de geassocieerde landen maken van deze gelegenheid gebruik om hun politieke steun aan de Colombiaanse regering in het komende proces te bevestigen.

Zij nemen met voldoening kennis van de door de FARC getoonde bereidheid tot vredesbesprekingen.


7 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER HET BESLUIT VAN DE ISRAELISCHE REGERING OM DE UITVOERING VAN HET WYE-MEMORANDUM OP TE SCHORTEN

De Europese Unie betreurt het ten zeerste dat de Israëlische regering besloten heeft de uitvoering van het Wye River-akkoord op te schorten. Deze stap is in letter en geest strijdig met het akkoord. De Europese Unie betreurt met name de weigering van de Israëlische regering om de tweede fase van de terugtrekking van de Westelijke Jordaanoever uit te voeren. De Unie verwacht dat beide partijen het Wye-akkoord volledig uitvoeren, zonder nieuwe voorwaarden te stellen en met nauwkeurige inachtneming van het overeengekomen tijdsschema.


4 januari 1999

_________________________________________________________________

VERKLARING VAN HET VOORZITTERSCHAP NAMENS DE EUROPESE UNIE OVER DE WESTELIJKE SAHARA

De Europese Unie herhaalt dat zij haar volle steun geeft aan het door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voorgestelde plan voor de uitvoering van de regeling voor de Westelijke Sahara, dat tot doel heeft het volk van de Westelijke Sahara in een vrij, eerlijk en onpartijdig referendum over zelfbeschikking te laten beslissen.

De Europese Unie stelt met voldoening vast dat de identificatie van meer dan 147.000 aanvragers van het referendum is voltooid, maar blijft erg verontrust over het feit dat er nog steeds meningsverschillen zijn over de kwestie van de drie stammen. Deze kwestie, die tot stopzetting van het identificeringswerk heeft geleid, is een bron van voortdurende onenigheid tussen de partijen geweest en er zijn verscheidene compromisvoorstellen over ingediend.

In dit verband is de Europese Unie er ten zeerste over verheugd dat de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties conform het plan voor de uitvoering van de regeling van de VN aan de partijen heeft voorgesteld om als scheidsrechter op te treden, zodat voortgang kan worden gemaakt met de identificatie.

De Europese Unie toont zich ook ingenomen met het eenparige besluit van de Veiligheidsraad om het mandaat van MINURSO bij Resolutie 1215 (1998) van 17 december 1998 te verlengen tot 31 januari 1999, zodat verder overleg kan worden gepleegd in de hoop dat dit zal leiden tot een akkoord over de verschillende protocollen, zonder dat het door de Secretaris-Generaal voorgestelde pakket in zijn geheel wordt ondermijnd of de belangrijkste onderdelen daarvan ter discussie komen te staan.

De Europese Unie verwacht en hoopt van ganser harte dat het overleg vruchten zal afwerpen, en is het ten volle eens met de visie van de Secretaris-Generaal dat uitvoering van dit voorstel duidelijk zal aantonen dat beide partijen bereid zijn tot een compromis en de aanloop naar het referendum willen bespoedigen.

De Europese Unie moedigt voorts de partijen en de belanghebbende landen ten zeerste aan om de aanwezigheid van het UNHCR in het gebied een officieel karakter te verlenen en het protocol inzake de repatriëring van vluchtelingen te sluiten.

Ook benadrukt de Europese Unie dat spoedige ondertekening van de overeenkomst over de status van MINURSO noodzakelijk is.

De Europese Unie herhaalt dat zij de inspanningen van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties om voor de Westelijke Sahara tot een billijke, eerlijke en duurzame oplossing te komen, ten volle steunt. Zij roept de partijen op ten volle samen te werken met de Verenigde Naties zodat snel aanzienlijke vorderingen kunnen worden gemaakt met het plan voor de uitvoering van de regeling in al zijn onderdelen.


6 januari 1999

Deel: ' GBVB-verklaringen Raad van de Europese Unie - 25746 '




Lees ook