Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken

en de Voorzitter van de Vaste Commissie

voor Buitenlandse Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Associatie en andere Bijzondere Betrekkingen

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 9 november 1999 Behandeld drs. N. Beets
Kenmerk 711/99 Telefoon 070 - 348.48.80
Blad 1/14 Fax 070 - 348.63.81
Bijlage(n) 1 E-mail die-ab@die.minbuza.nl
Betreft Geannoteerde Agenda

Algemene Raad d.d. 15/16 november 1999

Zeer geachte Voorzitter,

Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde agenda van de Algemene Raad van 15/16 november a.s. aan te bieden.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Geannoteerde Agenda Algemene Raad d.d. 15/16 november 1999

Gemeenschappelijk Europees Veiligheids- en Defensiebeleid:

militaire en niet-militaire aspecten

Tijdens de Algemene Raad van 15 november as. zal aandacht besteed worden aan de militaire en niet-militaire aspecten van het Europese veiligheids- en defensiebeleid. Om die reden zullen de ministers van defensie deelnemen aan de Raad wanneer dit onderwerp wordt besproken.

De standpunten van de Regering terzake zijn uitgebreid verwoord in de notitie die onlangs aan de Tweede Kamer werd gezonden. Over de notitie zal een Algemeen Overleg plaatsvinden op 10 november as.

Uitbreiding Europese Unie

Op verzoek van België, Frankrijk en Nederland zal de Raad een eerste bespreking wijden aan de rapportage van de Commissie inzake de voortgang bij de voorbereiding op toetreding tot de Europese Unie door de kandidaatlidstaten. De rapportage en het overzichtsverslag ("composite paper") van de Commissie zijn aan uw kamer op 15 oktober jl. toegezonden.

De Europese Raad van Helsinki zal moeten besluiten over de door de Commissie voorgestelde voortgang in het uitbreidingsproces.

Nederland is van mening dat de Commissie in zijn tweede voortgangsrapportage een zeer grondige en gedegen analyse van de situatie in de kandidaatlidstaten heeft gegeven.

Nederland is verheugd over de toevoeging van de politieke dimensie in de voorstellen van de Commissie voor het vervolgvan het uitbreidingsproces.

Aan uw Kamer zal op korte termijn een uitgebreide notitie over dit onderwerp worden toegezonden.

Onderhandelingen voor ontwikkeling van partnerschap met ACP

Voorbereiding volgende Ministeriële Conferentie

De Commissie zal aan de Raad rapporteren over de stand van zaken met betrekking tot de onderhandelingen over de nieuwe Lomé conventie, waarna de Raad de laatste hand kan leggen aan de voorbereiding van de ministeriële conferentie op 7 en 8 december as. Hoewel nog geen documenten beschikbaar zijn, ligt het voor de hand dat aan de Raad zal worden gevraagd zich te buigen over de volgende problemen:


- de toekomstige handelsrelaties, en meer in het bijzonder het tijdschema voor de onderhandelingen daarover. De standpunten van EU en ACS-landen liggen op dit punt nog ver uiteen: de EU wenst deze onderhandelingen in 2005 af te ronden, terwijl de ACS-landen niet voor
2006 wensen te beginnen. Een compromis is momenteel in voorbereiding.


- Opname in de nieuwe conventie van (het ontbreken van) 'goed bestuur' als 'essentieel element', en daarmee als grond voor opschorting van de samenwerking. De ACS-landen verzetten zich hiertegen, maar voor de EU is opname als zodanig, ook om politieke redenen, van groot belang. Wel kan aan de ACS-landen tegemoet worden gekomen door een verwijzing naar het feit dat verantwoordelijkheden voor 'goed bestuur' (in casu corruptie) niet uitsluitend binnen de ACS-landen ligt.


- De toekomst van Stabex en Sysmin, waarbij ik zalpleiten voor onverkort handhaven van de eerder ingezette EU-koers, ondanks druk vanuit de groep van ACS-landen in tegenovergestelde richting. DE EU-inzet moet leiden tot vervanging van de bestaande instrumenten door rechtvaardiger, transparanter en effectiever mechanismen voor aanvullende begrotingssteun in geval van korte termijn fluctuaties in export-inkomsten van een ACS-land. De ACS-landen streven zoals bekend naar voortzetting van het huidige instrumentarium.


- De omvang van het nieuwe Europese Ontwikkelingsfonds (EOF IX). Het gaat hier slechts om een eerste gedachtewisseling, die tijdens de Raad van 5/6 december zal worden voortgezet en zal worden afgerond tijdens de Europese Top in Helsinki. De Nederlandse inzet is gericht op een nominaal gelijkblijvende omvang van het EOF, waarin het Nederlandse aandeel (5,2%) meer in lijn wordt gebracht met het aandeel in de begroting (4,5%).

De regering is verontrust dat tot nu toe op de prioriteitenlijst het onderwerp migratie, oftewel de opname van een terug- en overnameclausule in de nieuwe conventie, ontbreekt. De verwachting is namelijk dat dit onderwerp wel degelijk een belangrijk knelpunt zal blijken te zijn in de onderhandelingen met de ACS-landen. Ik zal daarom nog voorafgaand aan de Raad aandringen op nadere bespreking van dit onderwerp.

Noordelijke Kaukasus

De Algemene Raad zal de situatie in de Noordelijke Kaukasus bespreken. De humanitaire situatie in het gebied verslechtert snel als gevolg van het conflict in Tsjetsjenië. Inmiddels zijn meer dan 350.000 mensen uit het gebied gevlucht. De EU is hierover zeer bezorgd, mede vanwege het risico van escalatie in de regio. De druk op de Russische regering wordt met name via de OVSE opgevoerd. Doel van de pressie is om de Russische regering te bewegen tot politieke onderhandelingen die een oplossing zullen bieden voor de humanitaire aspecten van het conflict. De Russische regering heeft zich hiervoor tot nog toe niet gevoelig getoond. Dit vergt thans een afweging in EU-verband.

Nederland zal erop aandringen dat het humanitaire probleem via onderhandelingen tot een oplossing wordt gebracht. Nederland zal pleiten voor een grotere internationale presentie in de regio.

Pakistan

De Europese Raad te Tampere heeft in een verklaring op 16 oktober 1999 de staatsgreep in Pakistan veroordeeld. In de verklaring is opgenomen dat de Algemene Raad verdere passende maatregelen zal overwegen. Eerder heeft de Europese Unie de voorgenomen ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Unie en Pakistan alsmede een gepland trojka-overleg opgeschort.

De nieuwe machthebber in Pakistan, Pervaiz Musharraf, heeft signalen afgegeven die wijzen op de intentie de democratie te herstellen, een verantwoordelijk buitenlands en nucleairbeleid te voeren, corruptie terug te dringen, mensenrechten te respecteren en in het algemeen goed bestuur na te streven. Een tijdsbestek voor terugkeer naar democratie is echter niet gegeven, ook niet tegenover delegaties van het Gemenebest en de EU die recentelijk Pakistan bezochten.

Nederland is van mening dat de EU bij Pakistan moet blijven aandringen op een tijdpad voor herstel van de democratie.

Daarnaast zal de EU de contacten met Pakistan moeten voortzetten om te komen tot verbetering op het gebied van goed bestuur, mensenrechten (minderheden, pers) alsmede op het terrein van Pakistaans beleid inzake religieus extremisme, nucleaire terughoudendheid en de ontwikkeling van de relaties van Pakistan met India en Afghanistan.

Voorlopig zou de EU geen nieuwe verplichtingen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking met Pakistan dienen aan te gaan.

Westelijke Balkan

De Raad zal zich buigen over de actuele situatie in Kosovo. De aanhoudende incidenten tegen m.n. de Servische bevolking, zoals onlangs de aanval op een vluchtelingenkonvooi in Pec, vormen een ernstige bedreiging voor de handhaving van het multi-etnische karakter van Kosovo. De Raad zal verder spreken over ondersteuning van democratische krachten in Servië. Nederland is voorstander van intensivering van de dialoog met de Servische oppositie, o.a. ter bespreking van toekomstige samenwerking tussen de EU en een democratische FRJ. Voorts zal Nederland bij de Commissie aandringen op een snel begin van uitvoering van het "pilot project" in het kader van Energievoor Democratie, waarbij de steden Nis en Pirot zullen worden voorzien van brandstof.

Ook zal (verlichting van) het sanctieregime tegen de FRJ weer aan de orde komen, wellicht met inbegrip van de aangekondigde beleidswijziging van de VS (verlichting bij vrije verkiezingen in de FRJ). Nederland blijft tegenstander van opheffing van sancties op dit moment, vanuit de optiek dat maximale druk op Milosevic de enige juiste weg is gezien het totale gebrek aan vooruitgang bij democratisering van FRJ.

Verder zullen de gevolgen van invoering van een parallelle munteenheid in Montenegro besproken worden. Nederland is van mening dat voorkomen dient te worden dat Montenegro wordt meegesleurd in de economische malaise in Servië, maar met inachtneming van de onwenselijkheid van onafhankelijkheid van Montenegro.

Tenslotte zal het belang van landen als Roemenië en Bulgarije bij het weer bevaarbaar maken van de Donau aan de orde komen en de vraag hoe de EU daarbij een bijdrage kan leveren.

Nederland zal zich actief inzetten voor een zo spoedig mogelijke besluitvorming over een EU-bijdrage aan de Donau-commissie, teneinde de rivier weer bevaarbaar te maken. Algemeen uitgangspunt hierbij is dat Milosevic geen voorwaarden mag stellen aan deze internationale hulp.

Indonesië

De Raad zal spreken over de toekomstige betrekkingen tussen de EU en Indonesië. Met het aantreden van de nieuwe Indonesische regering onder leiding van president Wahid gaat Indonesië eencruciale periode tegemoet met enorme uitdagingen op politiek en economisch terrein. Tegen deze achtergrond zal Nederland het eerder gehouden pleidooi voor een integrale benadering van Indonesië met kracht herhalen. De EU kan niet volstaan met een reactieve opstelling maar moeten streven naar een volwassen relatie tussen de EU en Indonesië. De EU moet het democratiserings- en economisch transitieproces waar mogelijk ondersteunen. Een volwaardige relatie biedt ook gelegenheid voor een kritische dialoog over ontwikkelingen in de provincies (Molukken, Aceh en Irian Jaya). Nederland acht het wenselijk dat de Raad een duidelijke verklaring aflegt waarin de bereidheid tot integrale samenwerking wordt vastgelegd.

Bananen

De Commissie heeft aangekondigd aan de Raad een voorstel te presenteren voor een nieuwe gemeenschappelijke marktordening voor bananen (gmo bananen). Omdat het College van Commissarissen dit voorstel pas in haar vergadering van 10/11 november a.s. zal bespreken, kent de regering de details van dit voorstel nog niet.

Via de media zijn enkele grote lijnen van het conceptvoorstel naar buiten gekomen. Zo zou de Commissie beogen vooralsnog importquota -al dan niet in gewijzigde vorm- in stand te houden, teneinde in 2005 een overstap te maken naar een tariefsysteem, waarbij alle importrestricties vervallen. Deze informatie is echter onvoldoende om een eventuele nieuwe Nederlandse positie op te baseren.

De Raad heeft, sedert de veroordeling in april jl. door een WTO-arbitragepanel van de huidige gmo bananen, de Commissieverschillende malen aangespoord met een nieuw voorstel te komen. De nieuwe Commissie heeft deze kwestie naar het voorkomt voortvarend opgepakt.

Nederland heeft in de Raad steeds zijn voorkeur uitdragen voor een tariefsysteem. Nederland zou echter in beginsel eveneens steun kunnen geven aan een andere, met alle betrokken partijen onderhandelde, oplossing die geen der betrokken partijen aanleiding kan geven voor het aanspannen van een WTO-geschillenbeslechtingsprocedure.

WTO-Ministeriële Conferentie in Seattle

De Raad zal een discussie wijden aan de stand van zaken met betrekking tot de voorbereidingen voor de 3e Ministeriële WTO-conferentie die van
30 november t/m 3 december a.s. in Seattle, VS, zal plaatsvinden. De discussie in de Raad zal naar verwachting vooral betrekking hebben op het concept voor een Ministeriële slotverklaring, waarover sinds enige tijd in Genève wordt onderhandeld. Bezien zal worden hoe de op dat moment voorliggende conceptverklaring zich verhoudt tot de positie van de EU. Deze positie, waarover tijdens de Algemene Raad van 11/12 oktober jl. nog geen overeenstemming kon worden bereikt, ligt inmiddels vast (A-punt, Visserij-raad d.d. 25 oktober jl.; zie bijlage).

De slotverklaring van Seattle zal vooral betrekking hebben op de lancering van een nieuwe WTO-handelsronde. Zoals bekend bestaan onder de WTO-leden over de breedte van zo'n ronde en over de agenda ervan uiteenlopende opvattingen. De EU streeft een brede, alomvattende ronde na en is in dat opzicht het meest ambitieus.

Nederland hecht er aan dat in elk geval tot in Seattle alleonderwerpen die op de EU-agenda staan door de Commissie in de onderhandelingen op tafel worden gehouden, zodat in Seattle, tegen de achtergrond van het geheel aan voorstellen van de WTO-leden, door Nederland en de EU een finale afweging kan worden gemaakt.

EER Raad

En marge van de Raad zal de 12de EER-Raad worden gehouden. Op de agenda staan onder meer:


- het algehele functioneren van de EER-overeenkomst (overname van acquis door de EER-partners, toegang van partners tot comité's van de EU, veterinaire kwesties, vrij verkeer van personen voor Liechtenstein, etc.);


- internationale handelspolitieke aangelegenheden, waaronder de milleniumronde van de WTO;


- het financieel mechanisme van de EER;


- de uitbreiding van de Unie.

De problemen die vorig jaar rezen over de wijze van voortzetting van de bijdrage van de EER-partners aan de bestrijding van de economische en sociale verschillen binnen de EER (het zgn. financiële mechanisme) zijn inmiddels vrijwel geheel opgelost. De komende vijf jaar zullen de EER-partners opnieuw een bijdrage leveren ten behoeve van de cohesielanden, waarbij de steun met name gericht is op het milieu. Nog geen overeenstemming is bereikt over de vraag of de fondsen beheerd dienen te worden door de Europese Investeringsbank (zoals tot nog toe het geval was) of door een nieuw op te richten agentschap.

Associatieraden

En marge van de Raad vinden associatieraden plaats met Tunesië en Bulgarije.

EU-Tunesië

De belangrijkste onderwerpen die aan de orde komen zijn de stand van zaken in de tenuitvoerlegging van het associatieverdrag, het Barcelonaproces, de politieke situatie in de Maghreb en het Midden-Oosten Vredesproces.

Wat betreft de associatierelatie zal het Voorzitterschap in zijn interventie opnieuw de goede economische prestaties van Tunesië kunnen prijzen: het land kende in 1998 een economische groei van 5% en een groei van de private investeringen met 11%. In het kader van de politieke dialoog zal de Unie waardering uitspreken voor de stabiliteit in het land, doch anderzijds, evenals vorig jaar, de tekortkomingen op het terrein van democratie en mensenrechten in Tunesië ter sprake brengen. Daarbij zal eraan worden herinnerd dat de kwestie van de mensenrechten een essentieel element is in alle associatieverdragen.

Nederland heeft er op aangedrongen dat de kwestie democratie en mensenrechten tijdens de associatieraad met grote nadruk aan de orde wordt gesteld.

EU-Bulgarije

De pre-accessie-strategie is het belangrijkste agendapunt. In dit kader zal aandacht worden besteed aan het in oktober verschenen tweede reguliere voortgangsrapport van de Commissie. Verder zal worden gesproken over de situatie in deWestelijke Balkan en de betrekkingen van Bulgarije met zijn buurlanden.

Samenwerkingsraad EU-Moldavië

Aandacht zal worden besteed aan de EU-uitbreiding en de economische situatie in Moldavië. Verder zal worden gesproken over de situatie in Transdniestrië en de OVSE top in Istanbul. Tenslotte zal de werking van het Partnerschap en Samenwerkings Akkoord tussen de EU en Moldavië aan de orde komen.

EU bewapeningsbeleid, gemeenschappelijke positie

Het Voorzitterschap wil de stand van zaken aan de orde stellen betreffende een ontwerp-Gemeenschappelijk Standpunt over het Europese bewapeningsbeleid dat sinds voorjaar 1998 in EU-kader wordt besproken. Dit Gemeenschappelijk Standpunt beoogt een antwoord te geven op problemen die de Commissie heeft gesignaleerd betreffende het concurrentievermogen van de Europese defensie-industrie. Het past tevens in de lijn van de Conclusies van de Europese Raad van Keulen, waarin de noodzaak van versterking van de Europese defensie-industrie werd erkend.

Het Gemeenschappelijke Standpunt beoogt maatregelen in te leiden, die tot doel hebben de Europese markt in defensie-materieel concurrerender te maken. Deze maatregelen hebben betrekking op:

(i) vereenvoudigingen in de procedures voor intra-communautaire overdrachten van defensie-goederen, rekening houdend met de noodzaak van het handhaven van afdoende controles en toezichtmechanismen. Het gaat hierbij vooral ophet beter op elkaar afstemmen van de exportcontrolesystemen van de lidstaten ten einde onnodige bureaucratie te vermijden;

(ii) een evt. toekomstige aanvaarding van elementen van transparantie en non-discriminatie aangaande de defensie-aankopen van de Lidstaten;

(iii) een evt. toekomstige afspraak over de vrijstellingen voor communautaire douanerechten op de invoer van defensie-goederen.

Nederland steunt het streven naar het Gemeenschappelijk Standpunt langs de aangegeven lijn, mits de voorgestelde maatregelen gelijkelijk zullen gelden voor alle lidstaten, en voor alle lidstaten gelijktijdig zullen ingaan.

Deel: ' Geannoteerde agenda Algemene Europese Raad - 18228 '




Lees ook