Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de voorzitter van de Algemene

Commissie voor Europese Zaken van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage
Directie Integratie Europa

Afdeling Algemene Integratie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 5 februari 1999
Kenmerk DIE/AE-122/99
Blad /4
Bijlage(n)
Betreft Geannoteerde agenda

Interne Markt Raad d.d. 25 februari 1999

Hierbij doe ik u de geannoteerde agenda van de Interne Markt Raad van
25 februari a.s. toekomen.

DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

_________________________________________________________________

Geannoteerde agenda Interne Markt Raad d.d. 25 februari 1999

Actieprogramma voor de Interne Markt

De Commissie brengt mondeling verslag uit over de wijze waarop invulling zal worden gegeven aan het vervolg van het Actieprogramma voor de Interne Markt, dat op 31 december 1998 afliep. Veel werk zal nog moeten worden verzet om de dossiers die niet waren afgerond vóór het aflopen van het Actieprogramma, alsnog spoedig tot een goed einde te brengen. Hierbij kan worden gedacht aan onderwerpen als de (nog uit te brengen) Commissie-mededelingen over wederzijdse erkenning en overheidsaanbestedingen en de concept-verordening over het Statuut van de Europese Vennootschap. Deze onderwerpen zijn geagendeerd voor de Interne Markt Raad van 21 juni 1999.

Vereenvoudiging van wetgeving

Tijdens het debat dat hierover is voorzien zal de Commissie verslag uitbrengen over de stand van zaken met betrekking tot SLIM. Naar verwachting zal zij tevens haar reactie geven op de aanbevelingen van de SLIM-teams die zich hebben gebogen over de EU-regelgeving inzake elektromagnetische compatibiliteit, verzekeringen en de afstemming van sociale zekerheidsstelsels.

Landenrapporten over functioneren markten

Tijdens de Europese Raad van Cardiff is afgesproken dat lidstaten eindejaarsverslagen opstellen over hun goederen-, diensten- en kapitaalmarkten. Deze jaarverslagen worden behandeld in de ECOFIN-Raad ten behoeve van de opstelling van de globale economische richtsnoeren. In het kader van de Interne Markt Raad is op 9 november 1998 besloten om de verslagen daar eveneens te behandelen, maar dan vanuit het perspectief van de interne markt. De Europese Raad van Wenen heeft dit initiatief toegejuicht. Nederland vindt het van groot belang dat op deze wijze een aanzet tot "peer review" kan worden gegeven.

In de Raad van 25 februari 1999 zal het voorzitterschap verslag uitbrengen over de wijze waarop in de Raadswerkgroep Horizontale Vraagstukken de landenrapporten en het door de Commissie opgestelde zogenaamde "Cardiff I"-rapport over het functioneren van de gemeenschappelijke product-en kapitaalmarkten beoordeeld zijn. De discussie is gevoerd aan de hand van een achttal thema's. Nederland heeft de rapporten beoordeeld voor wat betreft het thema diensten.

Op basis van de acht thematische analyses heeft het voorzitterschap een document opgesteld, waarin de belangrijkste conclusies van de acht analyses zijn weergegeven. Dit document wordt ter informatie aan de Raad aangeboden.

Daarnaast zal de Raad conclusies aannemen, waarin zal worden aangegeven welkeinspanningen moeten worden geleverd om het functioneren van de interne markt verder te verbeteren. Het gaat daarbij zowel om werkzaamheden van de lidstaten als om de verdere werkzaamheden van de Interne Markt Raad.

Parallel-importen en uitputting merkenrecht

De Commissie zal tussentijds verslag uitbrengen over de studie die zij momenteel verricht naar de vraag welke effecten de keuze tussen communautaire en wereldwijde uitputting van rechten heeft. Het onderwerp is, naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak "Silhouette" en op initiatief van Zweden, ook reeds aan de orde geweest tijdens de Interne Markt Raad van 24 september 1998.

In de Europese Unie geldt, zo blijkt ook uit genoemde uitspraak, communautaire uitputting van rechten. Dit betekent dat de houder van een merkenrecht het recht heeft goederen met dit merk zelf als eerste in de Europese Unie op de markt te brengen. Pas als hij van dit recht gebruik heeft gemaakt, is zijn recht uitgeput en mag iedereeen de goederen verder binnen de Europese Unie verhandelen. Bij wereldwijde uitputting kan de houder van een merkenrecht, wanneer hij zijn goederen ook ergens ter wereld op de markt heeft gebracht en daarmee zijn recht heeft uitgeput, niet voorkomen dat deze goederen in de Europese Unie worden ingevoerd. Bij wereldwijde uitputting is parallel-import derhalve toegestaan.

Nederland is voorstander van een systeem van wereldwijde uitputting van rechten.

Richtlijn betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk

De Raad wordt gevraagd een politiek akkoord vast te stellen over de richtlijn betreffende het volgrecht. Rechtsbasis is art. 100 A, zodat besluitvorming geschiedt met gekwalificeerde meerderheid, in codecisie met het Europees Parlement.

Met dit voorstel wordt de invoering beoogt van een geharmoniseerd wettelijk stelsel betreffende het volgrecht van de auteur. Dit recht kan worden omschreven als het recht van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk (of zijn/haar erfgenamen of andere rechthebbenden) om bij doorverkoop van het werk een percentage op de verkoopprijs te ontvangen.

Nederland betwijfelt, tezamen met Ierland, Luxemburg en het VK, de noodzaak van een richtlijn op dit terrein. Ook over de werkingssfeer, de toepassingsdrempel en de percentages van het volgrecht bestaat vooralsnog geen overeenstemming.

Mededeling inzake gemeenschapsoctrooi

De Commissie zal een presentatie geven over de Mededeling inzake gemeenschapsoctrooi. Deze Mededeling is nog niet ontvangen.

In Europees verband leeft al langer de gedachte om een eenvormig octrooirecht, dat voor het hele gebied van de EU zou gelden, in het leven te roepen. Daartoe zijn in 1975 en 1989 speciale verdragen gesloten. Deze zijn evenwel nooit in werking getreden. In het in juli 1997 verschenen Groenboek heeft de Commissie deze gedachte nieuw leven in willen blazen. Daarbij wordt gedacht aan een EU-verordening op basis van art. 235 EG, zodat in de Raad éénparigheid van stemmen is vereist. Nederland is voorstander van het Gemeenschapsoctrooi.

De presentatie op 25 februari 1999 is een vervolg op de presentatie door de Commissie van een interim-Mededeling over het Gemeenschapsoctrooi tijdens de Interne Markt Raad van 24 september 1998.

Groenboek inzake de bestrijding van namaak en piraterij

De Commissie zal een presentatie geven over het Groenboek inzake de bestrijding van namaak en piraterij in de interne markt. In het Groenboek wordt een aantal belangrijke kwesties aan de orde gesteld, waarover in Nederland reeds beleidslijnen zijn geformuleerd. Een eerste Nederlandse reactie wordt spoedigst, naar aanleiding van de in het Groenboek geformuleerde vragen, aan de Europese Commissie gezonden. De visie van de regering op dit Groenboek zal op korte termijn ook aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Werknemers en ingezetenen derde-landen

De Commissie zal verslag uitbrengen over de stand van zaken met betrekking tot de voorbereiding van een tweetal ontwerp-richtlijnen. Deze ontwerp-richtlijnen betreffen de detachering van werknemers uit derde landen in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening en de vrije grensoverschrijdende dienstverlening door ingezetenen van derde landen gevestigd binnen de Gemeenschap. Teksten zijn nog niet beschikbaar.

Deel: ' Geannoteerde agenda Europese Interne Markt Raad - 7919 '




Lees ook