Provincie Groningen


Groningen, 12 mei 1999 Persbericht nr. 111

Geen solitaire windmolens meer in provincie Groningen

Het college van Gedeputeerde Staten heeft vandaag een interimbeleid vastgesteld voor de plaatsing van windmolens. Met dit interimbeleid wordt vooruitgelopen op de formele herziening van het streekplan ten aanzien van het plaatsingsbeleid van windmolens. De actuele ontwikkelingen laten een groot aantal initiatieven zien voor molenplaatsingen buiten de bestaande parken Eemshaven en Delfzijl, het grootste deel hiervan zijn aanvragen voor solitaire windmolens. Het college van GS beschouwt dit als een ongewenste ontwikkeling. Door middel van het interimbeleid wordt de voortdurende groei van solitaire windmolens snel tot stilstand gebracht.

Concreet gaat het om de volgende beleidslijnen:
* Een verbod op de plaatsing van windturbines buiten de windmolenparken Eemshaven en Delfzijl.

* Het loslaten van de hoogtebeperking van 40 meter voor windmolens.

Huidig beleid

In het streekplan 1994 is beleid geformuleerd voor de plaatsing van windmolens . Volgens dit beleid mag grootschalige opwekking van windenergie (meer dan 1MW) alleen plaatsvinden in de gebieden rond de beide Eemsmondhavens en kunnen solitaire windmolens alleen worden opgericht bij boerderijen, gemalen en
rioolwater-zuiveringsinstallaties. Voor al deze windmolens geldt een maximale ashoogte van 40 meter. Naar aanleiding van een evaluatie van dit beleid zijn de volgende belangrijke conclusies getrokken:
* De gezamenlijke plaatsingscapaciteit van de grootschalige windparken Eemshaven en Delfzijl is met de aangeduide parkruimte en geldende hoogtebeperking van 40 meter, onvoldoende om ook na het jaar 2000 aan de landelijke verplichtingen te kunnen blijven voldoen.

* De maat van 1MW voor kleinschalige clusters is achterhaald.
* Solitaire windmolens vormen een bedreiging voor de beeldkwaliteit van het Groninger landschap.

Landschappelijke effecten

De plaatsing van solitaire windmolens heeft ingrijpende effecten op het landschap. Door teveel hoge windmolens te plaatsen, verandert het landschap in negatieve zin. Het college van GS is van mening dat we zuinig moeten zijn op de kwaliteit van het Groninger landschap. In het landschap verspreide (solitaire) windmolens doen daar afbreuk aan.

Bestuursprogramma

In het bestuursprogramma 1999-2003 is door het college reeds aangegeven dat zij het opwekken van windenergie zien als een industriële activiteit. Plaatsing van windmolens wil zij daarom alleen nog toestaan in parken in industriegebieden.

Interimbeleid

Het vastgestelde interimbeleid zal blijven gelden tot het moment dat de wettelijke herziening van het streekplan is gerealiseerd. In die periode kunnen alle bouwplannen voor windmolens van 40 meter hoog, die een verklaring van geen bezwaar vragen van de provincie (dit geldt voor het overgrote deel van alle aanvragen), worden tegengehouden. Hierbij is het mede van belang dat alle gemeenten, die de bouw van windmolens vanaf 15 meter bij recht toestaan, de betrokken bestemmingsplannen op korte termijn herzien en voortuitlopend hierop een voorbereidingsbesluit nemen.

Procedure

Het interimbeleid wordt zo snel mogelijk ingevuld door een partiële herziening van het streekplan. In 2001 zal het beleid worden opgenomen in het provinciaal omgevingsplan (POP). Het interimbeleid zal aan Provinciale Staten worden voorgelegd op 30 juni a.s., zij kunnen hierover met terugwerkende kracht een beslissing nemen.



Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met Marike Ensing, afdeling Bestuurscontacten provincie Groningen, tel.nr., 050 3164075.

Zoekwoorden:

Deel: ' Geen solitaire windmolens meer in provincie Groningen '




Lees ook