Persbericht Algemene Rekenkamer


Gegevensverzameling over afgewezen asielzoekers en terugkeerbeleid moet beter

29 juni 1999

Het Ministerie van Justitie heeft onvoldoende inzicht in de effectiviteit van het terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers, omdat de beschikbare beleidsinformatie tekortschiet. Voor zover er wel gegevens zijn, vertoont de kwaliteit gebreken. Dit staat in het rapport Terugkeerbeleid afgewezen asielzoekers dat de Algemene Rekenkamer vandaag publiceert.

De Rekenkamer inventariseerde en analyseerde in 1998 de beschikbare beleidsinformatie over de uitvoering van het terugkeerbeleid voor asielzoekers in de periode 1990 tot en met 1997. Verder maakte de Rekenkamer een vergelijking met andere West-Europese landen, voor zover daarover materiaal beschikbaar was.

Uit het onderzoek blijkt dat in de periode 1990 tot en met 1997
54.000 (60%) van de 90.000 afgewezen asielzoekers bij een adrescontrole niet meer op het laatst bekende adres werden aangetroffen. Ze worden dan `afgeboekt' als `admnistratief verwijderd'. Dit betekent dat de asielzoekers met onbekende bestemming zijn vertrokken. Op zichzelf is dit in overeenstemming met het belangrijkste uitgangspunt van het terugbeleid dat een afgewezen asielzoeker eerst de gelegenheid krijgt om zelf te vertrekken. Er is geen cijfermateriaal beschikbaar over de vraag of deze mensen daadwerkelijk vertrokken zijn of nog in Nederland verblijven. Van de overige 36.000 afgewezen asielzoekers in de periode 1990 tot en met 1997 zijn 30.500 (34%) mensen uitgezet en zijn 5.500 (6%) mensen om beleidsmatige of technische redenen moeilijk verwijderbaar.

De Rekenkamer trof bij de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) veel cijfers aan, maar daaruit kon niet in voldoende mate een beleidsmatig totaalbeeld worden verkregen van de aantallen asielzoekers in de verschillende fasen van de terugkeerprocedure. Ook informatie van de Vreemdelingendiensten die bij de IND beschikbaar is schiet tekort. Als illegalen worden aangetroffen werd niet geregistreerd of zij eerder asiel hadden aangevraagd. Ook zijn de rappportages van de Vreemdelingendiensten aan de IND onvolledig en onderling niet vergelijkbaar. Inmiddels streeft de IND samen met de Vreemdelingendiensten naar verbetering van die informatievoorziening.

Het Terugkeerbureau van de Internationale Organisatie voor Migratie en het Verwijdercentrum Ter Apel begeleiden afgewezen asielzoekers bij hun terugkeer. Het Terugkeerbureau slaagt erin om ongeveer 60 procent van de nagestreefde 1.500 verwijderingen per jaar te realiseren. Ter Apel streeft ernaar om de helft van de bewoners in drie maanden te laten terugkeren. In de periode 1996-1997 keerden
138 mensen van de in Ter Apel aangekomen 832 personen daadwerkelijk terug. Hieruit blijkt dat niet alleen het aantal asielzoekers dat in Ter Apel aankomt laag is, maar ook dat het in een groot aantal gevallen niet lukt om de mensen te laten terugkeren.

Overigens zijn er ook lacunes bij de cijfers over de moeilijk verwijderbaren. De groep kan dagelijks van samenstelling veranderen omdat bijvoorbeeld de politieke situatie in een land van herkomst verandert. Er zijn alleen bestandsgegevens per jaar beschikbaar en er is geen zicht op de doorstroming.

Een vergelijking met andere West-Europese landen is onmogelijk omdat definities, registratiewijzen, procedures en statussen in de diverse landen verschillen. Eerst zou duidelijkheid moeten ontstaan over begrippen en definities.

De staatssecretaris van Justitie onderschreef de bevindingen, conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer. Het komen tot een internationale vergelijking is een lange termijn aangelegenheid. Een projectgroep zal met voorstellen komen voor de verbetering van de beleidsinformatie in de gehele vreemdelingenketen.

Deel: ' Gegevensverzameling afgewezen asielzoekers moet beter '




Lees ook