Rijks Universiteit Groningen


Nummer 65b

25 mei 1999

Woonlasten het laagst in Katwijk (f 1101) en het hoogst in Abcoude (f 2326)

Gemeentelijke lasten verschillend verdeeld

Gemeenten verdelen de woonlasten heel verschillend over hun inwoners. Sommige gemeenten doen er alles aan de woonlasten zoveel mogelijk op de hogere inkomens te laten drukken, andere huldigen daarentegen het principe ‘de vervuiler betaalt’. Dit blijkt uit de Atlas van de lokale lasten 1999 van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (coelo) van de Rijksuniversiteit Groningen.

In de goedkoopste gemeente, Oostburg, bedragen de gemeentelijke woonlasten (ozb, rioolrecht en reinigingsheffing) f 689 en in de duurste, Abcoude, f 1840. De gemiddelde lasten liggen op f 1198. In bijna tachtig procent van de gevallen vallen de woonlasten tussen f 1000 en f 1400. Net als vorig jaar zijn er maar weinig gemeenten waar huishoudens met een minimuminkomen gemeentelijke belastingen hoeven te betalen. Ook steeds meer waterschappen hanteren een ruim kwijtscheldingsbeleid (de honderd procent norm).

Totale woonlasten

Als de waterschapslasten worden meegenomen zijn de totale woonlasten het laagst in Katwijk: f 1101. Daarvan gaat f 794 naar de gemeente en f 307 naar het waterschap Rijnland. Katwijk is niet de goedkoopste gemeente. Dat is Oostburg. Die gemeente ligt echter in het duurste waterschap van Nederland (Zeeuws Vlaanderen), zodat de totale lasten daar toch hoger uitkomen dan in Katwijk. De op één na goedkoopste plek is het hooggelegen deel van de gemeente Groesbeek (f 1124). Daar wordt namelijk geen ingezetenenheffing of omslag gebouwd geheven, zodat de waterschapslasten laag uitvallen. De duurste plek om te wonen is Abcoude. Voor de waterschapsheffing maakt het ook nog uit waar men precies binnen Abcoude woont. In het duurste stuk liggen de woonlasten op f 2326 per jaar, meer dan twee keer zo hoog als in Katwijk.

Tariefdifferentiatie

Bij de reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht) is het principe ‘de vervuiler betaalt’ duidelijk in opkomst. Het aandeel gemeenten waar de heffing afhangt van de hoeveelheid aangeboden huishoudelijk afval (diftar) steeg dit jaar van zes naar tien procent. Door de burger per kilo of per zak te laten betalen kan het afvalaanbod worden beperkt.

Verdeling van de woonlasten

Behalve door minima kwijtschelding te verlenen kunnen gemeenten aan inkomenspolitiek doen door de woonlasten op een bepaalde manier over de verschillende belastingen te verdelen. De zogeheten woonlastenbenadering heeft als doel de laagstbetaalden te ontzien en de welgestelden meer te laten betalen. Dit is mogelijk door het aandeel van de ozb in de belastingmix te vergroten, omdat bij deze belasting de hoogte van de aanslag afhangt van de waarde van de woning, die - naar men aanneemt - hoger is bij een hoger inkomen. De woonlastenbenadering lijkt aan populariteit te winnen. Zo verlaagden dit jaar 23 gemeenten het (meerpersoons) rioolrecht of reinigingsheffing onder gelijktijdige verhoging van het ozb-tarief.

Een trend die hier lijnrecht tegenin gaat, is het streven naar een grotere kostendekking van riolering en reiniging met als doel een kleiner deel van de lasten voor rekening van de algemene middelen (ozb) te laten komen. Dit jaar verhoogden 13 gemeenten het (meerpersoons) rioolrecht en 7 de reinigingsheffing onder gelijktijdige verlaging van het ozb-tarief.

Minimabeleid in plaats van kwijtschelding
De trend om formeel geen kwijtschelding van gemeentelijke belastingen meer te verlenen, maar onder de paraplu van het armoede- of minimabeleid toch iets soortgelijks te doen, zet door (dit jaar dertien gemeenten, vorig jaar zes). De regels waaronder kwijtschelding mag worden verleend, zijn door het Rijk strak omschreven. Alle gevallen moeten bovendien individueel worden getoetst. Bij het armoedebeleid hebben gemeenten meer vrijheid van handelen.

Deel: ' Gemeentelijke lasten verschillend verdeeld '




Lees ook