College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Geneesmiddelen Bulletin Juni 1999

Nieuwe registraties

Ribavirine (Rebetol®) is een synthetisch nucleoside-analoog, dat in combinatie met interferon alfa-2b in Europees verband is geregistreerd voor 'de behandeling van volwassen patiënten met chronische hepatitis C die voordien reageerden op een behandeling van interferon-alfa (met een normalisatie van het ALT aan het einde van de behandeling), maar die nadien een recidief doormaakten.' Verder geldt de registratie voor 'de behandeling van volwassen patiënten met histologisch aangetoonde chronische hepatitis C, zonder gedecompenseerde leveraandoeningen, met verhoogde ALT, die positief zijn voor serum HCV-RNA en die fibrose of hoge inflammatie activiteit hadden. Patiënten die slechts portale fibrose (minimale fibrose) hebben moeten een hoge inflammatoire score hebben.'Ribavirine als monotherapie heeft geen klinisch effect op de eliminatie van het hepatitis C-virus (HCV-RNA) of op de leverhistologie. Van interferon alfa is bekend dat het hierbij een matige werkzaamheid heeft. De werking van de combinatie stoelt op een synergistische antivirale activiteit, maar het exacte werkingsmechanisme hiervan is nog niet opgehelderd. De werkzaamheid van ribavirine (oraal 1,0-1,2 g/dag) in combinatie met interferon alfa-2b (s.c. 3 miljoen IE 3x/week) ten opzichte van monotherapie met interferon is aangetoond in vier grote gerandomiseerde, placebogecontroleerde onderzoeken. Dit was zowel het geval bij volwassen patiënten die recidiveerden na een aanvankelijke respons op interferon alfa alleen, als bij hen die nog geen therapie hadden gekregen. In alle onderzoeken was de respons bij patiënten met HCV-genotype-1 met een hoge plasmavirusconcentratie geringer, maar bleef deze wel aanwezig. De resultaten met de combinatie wijzen op een aanzienlijke vooruitgang in de behandeling van chronische hepatitis C. De optimale duur van de therapie staat echter nog niet vast en hangt mede af van andere prognostische factoren. Op grond van het huidige onderzoek wordt geadviseerd om 24 weken te behandelen. Bij patiënten die daarna HCV-RNA negatief zijn en die een hoge plasmavirusconcentratie van HCV-genotype-1 hebben, dient de behandeling tot 48 weken te worden uitgebreid. De combinatietherapie met ribavirine geeft aanleiding tot meer bijwerkingen ten opzichte van hetgeen bekend is van interferon. Gastro-intestinale bijwerkingen, hemolyse en anemie treden frequent op, waardoor de dosering van ribavirine moet worden aangepast. Neuropsychiatrische bijwerkingen komen vaker voor bij langdurig gebruik. Vanwege de mutagene, teratogene en embryocide eigenschappen dienen zowel door mannen als vrouwen uitgebreide voorzorgsmaatregelen te worden genomen ter vermijding van zwangerschap. Vervolgonderzoek over de veiligheid van de combinatie is gewenst. Voorts is onderzoek gaande naar de laagste effectieve dosis.

Zoekwoorden:

Deel: ' Geneesmiddelen Bulletin juni Nieuwe registraties '




Lees ook