Rijks Universiteit Groningen


nummer 76

8 juni 1999

GEVELSTEEN VOOR STERRENKUNDIGE KAPTEYN

Woensdagavond 9 juni om 18.00 uur onthullen drie achterachterkleinkinderen van Jacobus Cornelius Kapteyn een gevelsteen aan de Ossenmarkt 6 te Groningen. In dit monumentale pand uit 1626 heeft de hoogleraar van 1910 tot 1918 gewoond en gewerkt. Op de gevelsteen staat de lijfspreuk van Kapteyn: "quand on n’a pas ce qu’on aime, il faut aimer ce qu’on a" oftewel "als je niet hebt waarvan je houdt, moet je houden van wat je hebt".

De onthulling vindt plaats tijdens een driedaags symposium dat ter ere van de Groningse astronoom, naar wie het sterrenkundig instituut van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) genoemd is, op 9, 10 en 11 juni 1999 wordt gehouden. Ruim 75 astronomen bespreken drie dagen de invloed van Kapteyn op de mondiale sterrenkunde. Sprekers zijn onder andere de Groningse hoogleraar Adriaan Blaauw, de ontdekker van de quasar Maarten Schmidt en oud-ESO-directeur Lo Woltjer. Het symposium wordt georganiseerd in het kader van het 77ste lustrum van de RUG. Donderdagmiddag brengt het gezelschap ook een bezoek aan het Eize Eisinga planetarium in Franeker.

Deel: ' Gevelsteen in Groningen voor sterrenkundige Kapteyn '




Lees ook