Joint Declaration of the European Union and the Republics of Armenia- Azerbaijan and Georgia

Press Release: Luxembourg (22-06-1999) - Nr. 9405/99 (Presse 202)


Gezamenlijke verklaring van de Europese Unie en de Republiek

Armenië, de Republiek Azerbeidzjan en Georgië

Luxemburg, 22 juni 1999


1. De eerste bijeenkomst van de Europese Unie met de staatshoofden van de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan en Georgië vond plaats in Luxemburg op 22 april 1996, voor de ondertekening van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten (PSO's) tussen de Europese Gemeenschappen, hun lidstaten en de staten van de Zuidelijke Kaukasus.
Vandaag, aan de vooravond van hun inwerkingtreding, bevestigen wij ons voornemen om de overeenkomsten te benutten als een platform ter versterking van onze wederzijdse banden op basis van gemeenschappelijke waarden, beginselen en doelstellingen die in de preambules en in de artikelen 1 tot en met 4 van de PSO's zijn weergegeven. Wij nemen er nota van dat de partijen in de preambules bij elk van de PSO's hebben aangegeven op welke punten zij steun noodzakelijk achten voor de handhaving van vrede en stabiliteit in Europa.

2. De Europese Unie benadrukt het politiek en economisch belang dat zij aan de Zuidelijke Kaukasus hecht. Zij memoreert dat de PSO's bedoeld zijn om de geleidelijke toenadering van de republieken van de Zuidelijke Kaukasus tot een grotere ruimte van samenwerking in Europa en de omliggende regio's te vergemakkelijken.

3. De PSO's bieden het kader en de basis voor de ontwikkeling van een vérgaand partnerschap met de EU in politieke, handels- en investeringskwesties. De EU spoort haar partners aan om de in de overeenkomsten geboden mogelijkheden volledig te benutten. Wij verwachten dat de eerste Samenwerkingsraden uit hoofde van de PSO's zo spoedig mogelijk worden gehouden.

4. Wij beklemtonen het belang van de rechtsstaat en goed bestuur. De EU verbindt zich tot ondersteuning van de inspanningen van de republieken van de Zuidelijke Kaukasus om de democratische instellingen te versterken en de individuele mensenrechten te beschermen.
Wij komen overeen om de samenwerking betreffende deze aangelegenheden te intensiveren, zowel door middel van de politieke dialoog als bedoeld in artikel 5 van de PSO's als door middel van lopende contacten tussen de drie regeringen van de regio en de EU-missies.

5. Tevens erkennen wij dat de rechtsstaat en de ontwikkeling van een civiele samenleving van essentieel belang zijn voor een bloeiende particuliere sector. De EU doet een beroep op de staten om transparante en billijke wetgevingskaders tot stand te brengen teneinde bedrijven in staat te stellen zaken te doen en buitenlandse investeringen aan te trekken. Wij hechten het grootste belang aan de harmonisering van de economische wetgeving en voorschriften met Europese normen, zoals bepaald in de PSO's. De Europese Unie zal de republieken van de Zuidelijke Kaukasus blijven bijstaan om deze doelstelling te bereiken.
6. Wij erkennen dat de conflicten in de Zuidelijke Kaukasus de politieke en economische ontwikkeling van de drie staten en hun samenwerking belemmeren.
Wij steunen alle inspanningen van de partijen zelf en die welke geleverd worden in de relevante internationale fora, namelijk de OVSE (de Minsk-groep voor het conflict in Nagorno-Karabach en de missie in Georgië voor Zuid-Ossetië) en de VN (speciale vertegenwoordiger van de VN-secretaris-generaal in Georgië voor Abchazië), om bij te dragen tot aanvaardbare oplossingen teneinde de politieke en economische betrekkingen te normaliseren en waarborgen te bieden voor de veilige terugkeer van vluchtelingen. Wij zijn het erover eens dat de conflicten via vreedzame onderhandelingen en met volledige eerbiediging van de bestaande overeenkomsten moeten worden opgelost.

7. De EU is van oordeel dat de doeltreffendheid van haar bijstand gerelateerd is aan de ontwikkeling van de vredesprocessen in de regio. Zij is derhalve bereid om haar instrumenten voor het ondersteunen van concrete vorderingen te gebruiken. Zij hecht bijzonder belang aan regionale samenwerking, rehabilitatie en wederopbouw na conflicten en het aantrekken van investeringen in voormalige conflictgebieden.
De EG heeft reeds bijstand aan de regio geboden die voor de periode 1992-1998 wordt geraamd op 845 miljoen euro, alleen al aan subsidies. Wij zijn het erover eens dat de toekomstige bijstand van de EG gericht moet zijn op de in deze gezamenlijke verklaring genoemde punten en dat bijzondere prioriteit moet worden gegeven aan die welke in deze paragraaf worden genoemd. Voorts merken wij op dat de uitvoering van het TACIS-programma, zoals gedefinieerd in de nieuwe EG-verordening, het effect van de bijstand zal verhogen doordat beter rekening wordt gehouden met de omstandigheden in ieder land door middel van een op dialoog gebaseerde aanpak.

8. Wij benadrukken het belang van regionale samenwerking voor de totstandkoming van vriendschappelijke betrekkingen tussen de staten van de regio en voor de duurzame ontwikkeling van hun economieën. Wij erkennen de waarde van TACIS in dit opzicht en in het bijzonder de door de EU via TRACECA en INOGATE genomen initiatieven.

9. De rehabilitatie van vervoers-, telecommunicatie- en andere relevante netwerkinfrastructuursystemen in de regio, met inbegrip van de spoorwegverbindingen Bakoe-Nachitsjevan en Jerevan-Julfa en de noord-zuidverbindingen tussen Rusland en Georgië, is een zeer belangrijke vertrouwenwekkende maatregel. Wij komen overeen zo spoedig mogelijk gunstige voorwaarden te scheppen voor de heropening van deze verbindingen en vervolgens, naar behoefte, van andere verbindingen tussen die drie staten en hun buren. 10. Wij herhalen onze verbintenis om de op 8 september 1998 te Bakoe ondertekende multilaterale basisovereenkomst inzake internationaal vervoer ter ontwikkeling van de Europa - Kaukasus - Azië-Corridor uit te voeren en verder uit te werken. De INOGATE-Conferentie en de op 17 februari 1999 te Brussel geparafeerde raamovereenkomst hebben een kader voor de modernisering en uitbreiding van pijplijnnetwerken opgeleverd. Deze initiatieven zullen alle landen van de regio economisch voordeel opleveren. Het Energiehandvestverdrag biedt een basis voor samenwerking op het gebied van handel, investeringen en met doorvoer verband houdende vraagstukken in de energiesector. 11. Wij zijn van oordeel dat veilige exportroutes voor Kaspische olie en gas van fundamenteel belang zullen zijn voor de toekomstige welvaart van de regio, voor de buitenlandse bedrijven die in de exploitatie van die reserves investeren en voor de internationale markten. De aanleg van meervoudige pijpleidingen is derhalve logisch en wenselijk, rekening houdend met het feit dat besluiten over de gekozen specifieke routes, en de timing van die besluiten, voor de betreffende ondernemingen in essentie commerciële besluiten moeten blijven. Tevens hechten wij belang aan het weer op gang brengen van de bestaande pijplijnnetwerken. Wij erkennen dat dergelijke besluiten zullen moeten worden genomen in overleg met de landen waar de routes doorheen zullen lopen. 12. Wij zullen werkprogramma's opstellen waarin in detail wordt beschreven op welke wijze het partnerschap en de samenwerking van de Europese Unie met de staten van de regio en de instrumenten daarvan ertoe kunnen bijdragen de in deze verklaring genoemde doelstellingen te bereiken.
13. Wij zullen een periodieke politieke dialoog op regionale basis op gang brengen, zoals bedoeld in artikel 5 van de PSO's. 14. De Europese Unie juicht de toetreding van Georgië tot de Raad van Europa toe. Zij spoort alle staten van de Zuidelijke Kaukasus aan om de voorwaarden te scheppen die hen in staat zullen stellen om zo spoedig mogelijk tot internationale instellingen, met inbegrip van de Raad van Europa en de Wereldhandelsorganisatie, toe te treden.
15. In dit verband verheugen wij ons over de bijeenkomst van de voorzitters van de parlementen van de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan en Georgië in Straatsburg op 15 maart 1999 en de op die datum door hen afgelegde gezamenlijke verklaring.

_________________


/newsroom/press/c/ACF60.html

Deel: ' Gezamenlijke verklaring EU, Armenië, Azerbeidzjan, Georgië '




Lees ook