expostbus51


CBS


CBS:Gezondheid en kwaliteit van arbeid in kaart g

In de jaren tachtig is het aandeel personen dat een huisarts consulteerde, toegenomen. In de jaren negentig is het aandeel stabiel gebleven, zo blijkt uit CBS-gegevens uit Heerlen. Het medicijnengebruik en dan met name het gebruik van vrij verkrijgbare geneesmiddelen is vanaf begin jaren tachtig echter fors toegenomen. Bij de beroeps-bevolking is de werkdruk in 1997, in lijn met de stijgende trend in de voorgaande jaren, opnieuw gestegen. Men heeft daarentegen minder last van stank op het werk en men heeft minder vuil werk verricht. Deze en andere uitkomsten staan in een nieuwe rapportage over de leefsituatie van de Nederlandse bevolking in 1997 die vandaag verschijnt. In deze CBS-publicatie staan de gezondheid en kwaliteit van de arbeid centraal.

Hoe gezond leeft de Nederlander?
In 1997 heeft driekwart van de bevolking minimaal één maal de huisarts bezocht en heeft ruim eenderde van de bevolking een medisch specialist geconsulteerd. Gemeten over een periode van veertien dagen blijkt eenderde van de bevolking voorgeschreven medicijnen te gebruiken en heeft eveneens eenderde medicijnen gebruikt die niet op recept zijn verkregen. Begin jaren tachtig lag het gebruik van voorgeschreven en niet-voorgeschreven medicijnen lager (respectievelijk 28% en 16%). In 1997 heeft 19% van de bevolking een 'minder goede' gezondheids-beleving en is 14% beperkt in het verrichten van de dagelijkse bezigheden. Ruim eenderde van de volwassen bevolking rookt en 12% van de bevolking is zwaardere roker. Van de volwassen bevolking zegt 85% wel eens alcohol te drinken; 14% kan als zwaardere drinker worden aangemerkt.
Werkomstandigheden en burnout
In 1997 zegt 43% van de beroepsbevolking regelmatig in een hoog tempo te moeten werken. Daarmee is deze vorm van werkdruk ruim twee maal zo hoog als in het begin van de jaren tachtig. Tussen 1994 en 1997 is last hebben van stank op het werk gedaald van 12% naar 8% en is het verrichten van vuil werk afgenomen van 23% naar 19%. Hoe hoger de opleiding en het beroep, hoe hoger de werkdruk. Ook geldt hoe hoger de opleiding en het beroep, hoe meer afwisselend werk men heeft en hoe meer mogelijkheden tot het zelf indelen van de werkzaamheden. Circa 10% van de beroepsbevolking lijdt aan burnout. Deze door het werk veroorzaakte gevoelens van ongewone vermoeidheid en uitputting komen het vaakst voor bij personen die werkzaam zijn in het onderwijs. Belangrijke risicofactoren zijn, in volgorde van afnemend belang, een hoge werkdruk, beperkte controlemogelijkheden, een slechte sfeer op het werk en lage beloningen.
Technische toelichting
De belangrijkste resultaten van het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) 1997 zijn opgenomen in drie deelrapporten over De leefsituatie van de Nederlandse bevolking 1997. In het nu beschikbare deel 1 staan uitkomsten centraal over gezondheid en kwaliteit van de arbeid. Ondanks de nieuwe opzet van het onderzoek zijn vrijwel alle cijfers vergelijkbaar met eerdere jaren. De cijfers zijn uitgesplitst naar een vaste set van sociaal-economische en demografische kenmerken. Daar waar relevant worden dwarsverbanden gelegd en worden de gegevens in meer detail besproken.
Het eerste hoofdstuk over gezondheid heeft betrekking op het gebruik van geneeskundige voorzieningen, gezondheidsindicatoren en (on)gezonde leefstijlen. Het gebruik van geneeskundige voorzieningen (de medische consumptie) omvat consultaties aan huisarts, specialist, fysiotherapeut en tandarts en verder ziekenhuisopnamen en gebruik van geneesmiddelen.
In het hoofdstuk over de kwaliteit van de arbeid wordt de psychische en fysieke werkbelasting van de Nederlandse beroepsbevolking van achttien jaar en ouder gedocumenteerd. Ook wordt ruime aandacht besteed aan het fenomeen 'burnout' ofwel 'opgebrandheid door het werk'. Dit is te beschouwen als één van de gevolgen van het voortdurend blootstaan aan een hoge werkbelasting. De delen 2 en 3 van De leefsituatie van de Nederlandse bevolking 1997 verschijnen respectievelijk half april en half mei. Deel 2 heeft betrekking op het onderwerp criminaliteit, milieu en politiek en deel 3 op tijdsbesteding en maatschappelijke betrokkenheid.

Deel: ' Gezondheid en kwaliteit van arbeid in kaart gebracht '




Lees ook