GPV

26532
bevorderen van energiezuinig en milieuvriendelijk gedrag

bijdrage van G.J. Schutte - GPV (mede namens RPF) 23 juni 1999

De leden van de fracties van GPV en RPF hebben met belangstelling kennis genomen van onderhavig wetsvoorstel. Ze vinden het een goede insteek een deel van de opbrengst van de regulerende energiebelasting in te zetten voor maatregelen gericht op verdere stimulering van milieuverantwoord gedrag van huishoudens en bedrijven.

Een introductie van positieve prikkels voor huishoudens om daarmee energiezuinige aankopen te stimuleren en energiebesparende voorzieningen aan de woning aan te brengen kan dan ook op instemming rekenen van de leden van de fracties van GPV en RPF. Ze constateren dat de uit te keren premie zal worden verstrekt door energiebedrijven. Op dit moment worden door diezelfde energiebedrijven ook al subsidies verleend bij sommige energiebesparende voorzieningen. Is de voorgestelde regeling in alle gevallen een aanvulling op het subsidiebeleid van de energiebedrijven of is het mogelijk dat er ook een overlap bestaat? Vindt de regering dat wenselijk?

De leden van de fracties van GPV en RPF constateren dat de voorgestelde regeling zal worden uitgevoerd door het energiebedrijf. Ze lezen echter in de toelichting dat ook andere methoden zijn bezien waarop de regeling uitgevoerd zou kunnen worden Welke zijn dat? Waarom is er bijvoorbeeld niet voor gekozen om de Belastingdienst de regeling te laten uitvoeren?

De leden van de fracties van GPV en RPF lezen dat energiebedrijven als gevolg van de door hen uitgekeerde energiepremies een vermindering kunnen toepassen op de door hen verschuldigde energiebelasting. Is deze vermindering gelijk aan de hoogte van de totaal uitgekeerde energiepremies?

De leden van de fracties van GPV en RPF vragen of een energiebedrijf aan de verstrekking van een energiepremie nog aanvullende voorwaarden mag verbinden? Mag een energiebedrijf bijvoorbeeld de garantie vragen dat het aangeschafte apparaat ook daadwerkelijk door de aanvrager van de energiepremie wordt gebruikt? Uit de toelichting valt op te maken dat het niet gewenst wordt gevonden als een met een energiepremie aangeschaft apparaat naar het buitenland verdwijnt. Tevens wordt onderkend dat dit niet geheel kan worden voorkomen. De leden van GPV en RPF vragen of in het geval het apparaat naar het buitenland verdwijnt de energiepremie onterecht is verkregen?

De leden van de fracties van GPV en RPF constateren dat de regering overweegt om huishoudens met zogenoemde zachte leningen in staat te stellen de aankoop van energiezuinige apparaten of voorzieningen te financieren. Is dat in feite niet het verstrekken van een consumptief krediet? Geldt voor de renteaftrek het maximum, zoals dat nu geldt voor de regeling voor consumptief krediet, of komt dat er nog eens bovenop? Hoe schat de regering het risico in dat vooral laagbetaalden van deze regeling gebruik maken, met alle betalingsrisico's vandien?

De fracties van GPV en RPF vragen waarom er geen evaluatiebepaling in de wet is opgenomen. Ze lezen weliswaar dat pas na enige tijd de eerste effecten van deze regeling goed zichtbaar zullen zijn, maar dat kan toch geen reden zijn de voorgestelde regeling niet te evalueren?

Milieu-investeringsaftrek
De leden van de fracties van GPV en RPF constateren dat voor de milieu-investeringsaftrek twee categorieën investeringen worden onderscheiden op basis waarvan het aftrekpercentage wordt bepaald. Kan de regering enkele voorbeelden geven welke concrete investeringen thuishoren onder categorie I en welke onder categorie II?

De leden van de fracties van GPV en RPF lezen dat voor de milieu-investeringsaftrek een budget beschikbaar is gesteld. Maar is de constatering van genoemde leden juist dat de voorgestelde regeling feitelijk een open-eind financiering is? Betekent dit dat voor de regeling het beginsel wie het eerst komt, het eerst maalt, geldt?

De leden van de fracties van GPV en RPF vragen hoe realistisch de voorgestelde inwerkingstredingsdatum van 1 juli 1999 zal zijn. De genoemde leden wijzen erop dat de maatregelen die binnen dit wetsvoorstel worden voorgesteld een onderdeel zijn van de terugsluis van de regulerende energiebelasting die per 1 januari is verhoogd. Kan de regering toezeggen dat, mocht onverhoopt de inwerkingtreding later plaatsvinden dan 1 juli, het budget dat is gereserveerd voor 1999 eventueel kan worden overgeheveld naar volgend jaar?

G.J. Schutte

Deel: ' GPV/RPF over bevorderen milieuvriendelijk gedrag '




Lees ook