Hard oordeel wetenschappers over verbod op dierhouderij


Prominente wetenschappers hebben fundamentele kritiek op de WUR-methode die het ministerie van Economische Zaken gebruikt om te bepalen welke diersoorten de Nederlandse bevolking nog mag houden.

OTTERLO, 20131030 -- Per 1 januari 2014 wordt de positieflijst voor zoogdieren van kracht. Daarna mogen alleen nog maar zoogdiersoorten worden gehouden die de staatssecretaris heeft aangewezen. Meer dan 5400 soorten worden verboden, ruim 5300 daarvan zonder enige motivering. Volgend jaar moet de lijst van gehouden vogels en reptielen klaar zijn. Wetenschappers en veterinaire specialisten voor bijzondere diersoorten die zich gebogen hebben over de toegepaste WUR-methode, zijn niet mals in hun kritiek: De methode schiet in wetenschappelijk opzicht ernstig tekort en misbruikt volksgezondheidsargumenten voor politieke doeleinden. Zij bepleiten nadrukkelijk een alternatieve aanpak.

Staatssecretaris Dijksma wil een groot aantal diersoorten verbieden die door veel mensen zonder problemen kunnen worden gehouden zoals Degoes, Stokstaartjes, Suikereekhoorns, Siberische grondeekhoorns, Prairiehondjes, Mara’s en Dwergmangoesten.

Verder mogen soorten die al tientallen, honderden, soms zelfs duizenden jaren als park- of huisdier worden gehouden alleen nog onder strikte voorwaarden. Dat geldt voor Lama’s, Alpaca’s, Fretten, Rendieren, Bennettwalliby’s, Chinchilla’s en een groot aantal kleine knaagdiersoorten.

Een groep van elf prominente wetenschappers, werkzaam  bij  diverse Belgische en Nederlandse universiteiten, allen dierenartsen-specialisten voor bijzondere diersoorten, hebben in een brief aan staatssecretaris Dijksma hun bezorgdheid geuit over het Nederlands beleid waar het betreft het houden van huisdieren.

Ze wijzen er op dat de grootste problemen met dierenwelzijn soorten betreffen die wel nog mogen worden gehouden (gedragsproblemen bij honden en voedingsproblemen bij konijnen). Men stelt ook dat er geen enkele wetenschappelijke publicatie is die aantoont dat dierenwelzijn wordt bevorderd door invoering van Positieflijsten. “Het politieke instrument van de Positieflijst mist dus de geclaimde wetenschappelijke verantwoording” aldus de wetenschappers. 

De wetenschappers wijzen er op dat het voor de hand zou liggen, de methode te toetsen met diersoorten als de hond en de kat, waarvoor de ‘houdbaarheid’ niet ter discussie staat. Deze soorten zijn buiten de beoordeling gehouden omdat het houden van deze dieren (terecht) als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Om te toetsen of de gebruikte methode bruikbaar is, zouden de hond en kat in dit systeem steeds hoog voor houdbaarheid zouden moeten scoren, zo niet dan is de methode maatschappelijk niet relevant.

Overigens blijkt uit een eerder onderzoek van de WUR (rapport 408) dat de hond en kat wel zijn onderzocht en als ‘niet houdbaar’ uit de molen van de  WUR kwamen. Het ministerie heeft dit opgelost door ze van beoordeling uit te sluiten. 

Ook concluderen de wetenschappers dat gebleken is dat de inbreng van de de dierhouders en hun organisaties verwaarloosbaar is geweest, waarmee de maatschappelijke relevantie nog verder ter discussie worden gesteld.

Bij de beoordeling van welke diersoorten geschikt zouden zijn om te houden, zijn 10 dieronderzoekers ingeschakeld, vier van de tien van dit panel vinden geen enkele diersoort geschikt! De wetenschappers hebben hier grote vraagtekens bij. Ze menen dat de grondhouding en daarmee ook de objectiviteit van de beoordelaars in twijfel kan worden getrokken. Dit kan wijzen op een zeer sterke bias in de onderzoeksresultaten wat zoveel wil zeggen dat er sprake is van een vooroordeel of het sturen in een bepaalde richting vanuit de beoordelaars. 

Ook maken de wetenschappers bezwaar tegen de arbitraire en onwetenschappelijke wijze  waarmee geschermd wordt met het begrip zoönose, ziekten die door dieren op mensen kunnen worden overgebracht. Als dit een criterium is, zou het houden van alle huisdieren verboden moeten worden, aldus de wetenschappers. Ook hier zou men consequent moeten zijn en de risico's van hond en kat voor de volksgezondheid als norm moeten stellen.

De wetenschappers beperken zich niet alleen tot kritiek, men draagt ook een alternatief aan om het welzijn van gezelschapsdieren te bevorderen. Samengevat komt dat er op neer dat er voor alle diersoorten minimumnormen moeten komen voor het houden in gevangenschap waar het gaat over huisvesting en voeding maar ook de eisen aan de eigenaar die voor het houden van bepaalde soorten gecertificeerd zou moeten zijn.

Het Platform Verantwoord Huisdierenbezit zegt in een reactie op de brief aan Dijksma, na jaren van strijd tegen de WUR-methode en aanpak van het ministerie, erkenning te hebben gevonden bij weldenkende wetenschappers. Ze onderschrijven ten zeerste dat de sector van dierhouders al vanaf het begin (juni 2011) geen enkel gehoor heeft gevonden bij de WUR en bij het ministerie. De kennis in de sector is volgens de WUR niet 'wetenschappelijk” en doet dus niet ter zake. Het Platform pleit al jaren voor huisvestings- en verzorgingsnormen voor alle gehouden diersoorten. Men hoopt dat de brief van de wetenschappers aan staatssecretaris Dijksma een opening gaat bieden om in Nederland regels te stellen die daadwerkelijk het dierenwelzijn verder verbeteren en niet blijven steken in symboolwetgeving.

Documenten:

2013-10-29-Brief aan mevr. Dijksma van de Dierenarts-specialisten voor bijzondere diersoorten


Deel: ' Hard oordeel wetenschappers over verbod op dierhouderij '




Lees ook