Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 02-11-1999 Home
Zoeken
Reageren

Persbericht
Nummer: 139

Reactie op advies Onderwijsraad over toezicht op het onderwijs:
Hermans en Adelmund kiezen voor sterke instellingen en verantwoordelijke overheid

Minister Hermans en staatssecretaris Adelmund vinden dat de Onderwijsraad weinig aandacht heeft voor de ontwikkelingen in het onderwijs en de samenleving die vragen om een zelfstandiger rol van de onderwijsinspectie. Meer zelfstandige instellingen, minder regels, en de toegenomen aandacht voor informatie over de kwaliteit van scholen moeten leiden tot een andere manier van toezicht. De overheid blijft uiteraard verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. De Onderwijsraad onderschrijft dat meer aandacht nodig is voor de kwaliteit van het onderwijs en goede informatie daarover, maar verschilt met de bewindslieden van mening over de uitwerking ervan.

Dit zijn de hoofdlijnen van de eerste reactie van de bewindslieden van onderwijs, cultuur en wetenschappen op het advies `Deugdelijk toezicht' van de Onderwijsraad. Het advies gaat over de nota `Variëteit en waarborg" (mei 1999) waarin minister Hermans en staatssecretaris Adelmund in lijn met het Regeerakkoord voorstellen doen voor verdere zelfstandiging van de inspectie van het onderwijs. De bewindslieden hebben het advies van de Onderwijsraad met hun eerste reactie naar het parlement gestuurd. In december komen zij met een uitgebreide beleidsreactie. De Onderwijsraad onderschrijft dat er meer aandacht nodig is voor kwaliteit, kwaliteitszorg en goede informatie daarover. De raad onderkent dat de wettelijke deugdelijkheidseisen (zoals kerndoelen en exameneisen) waarop de inspectie instellingen moet beoordelen, niet meer volledig voorzien in de benodigde informatie over de kwaliteit van het onderwijs. Er is behoefte aan nieuwe kenmerken van kwaliteit. De Onderwijsraad is daarentegen kritisch over de uitwerking van goede verantwoording en informatie over de kwaliteit van het onderwijs. De raad zet vraagtekens bij het onderscheid in deugdelijkheidseisen en kwaliteitskenmerken. Ook is de adviesraad het niet eens met een andere verantwoordelijkheidsverdeling tussen minister en inspectie.

Oog voor de samenleving
De bewindslieden zijn van mening dat de Onderwijsraad weinig aandacht heeft voor de achtergronden van de voorstellen van de bewindslieden. De ontwikkelingen in de samenleving en het onderwijs, zoals meer autonomie voor instellingen, de sterk toegenomen pluriformiteit, vraagstukken van sociale integratie en de toenemende aandacht van ouders en anderen voor informatie over de kwaliteit van scholen vragen om een toezicht door de inspectie dat op een andere leest is geschoeid. De overheid blijft uiteraard verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs.

Kwaliteitskenmerken
Bij het vastleggen van nieuwe kenmerken van kwaliteit gaat het bijvoorbeeld om de zorg voor leerlingen, pedagogisch klimaat en het didactisch handelen van leraren. De bewindslieden willen deze kwaliteitskenmerken vastleggen in een toezichtswet. De inspectie werkt deze kenmerken uit in een toetsingskader om de kwaliteit van scholen te kunnen beoordelen en belanghebbenden, bijvoorbeeld ouders, daarover te informeren. De bewindslieden zijn zijn het niet eens met het advies van de Onderwijsraad om de kwaliteitskenmerken als deugdelijkheidseisen in de onderwijswetten op te nemen. Dit strookt niet met het streven van het kabinet naar zelfstandige instellingen en minder voorschriften in het onderwijs. Deze moeten gepaard gaan met publieke verantwoording van instellingen en een onafhankelijke oordeelsvorming door de inspectie. Uitgangspunt is dat onderwijsinstellingen zelf hun kwaliteit bewaken, hun kwaliteitsopvattingen voortdurend actualiseren en verantwoording afleggen aan ouders en overheid. De overheid neemt daarbij haar verantwoordelijkheid door inzet van het inspectietoezicht. De Onderwijsraad heeft te weinig aandacht voor de gekozen koers van een nieuw evenwicht. Juist het besef dat niet kan worden doorgegaan met gedetailleerde regels voor onderwijsinstellingen heeft ertoe geleid dat Hermans en Adelmund niet kiezen voor uitbreiding van de wettelijke deugdelijkheidseisen.

Verantwoordelijkheid minister
De Onderwijsraad is van mening dat de bestaande verantwoordelijkheidsverdeling tussen de minister en de inspectie intact moet blijven. De bewindslieden vinden dat de ministeriële verantwoordelijkheid voor het toezicht uiteraard in stand moet blijven, maar dat een invulling denkbaar is die meer past bij de huidige ontwikkelingen. Zij wensen een inspectie met een duidelijk professionele onafhankelijkheid. De inspectietaken, bevoegdheden en procedures moeten in een toezichtswet worden vastgelegd.

Deel: ' Hermans en Adelmund oneens met advies 'Deugdelijk Toezicht' '




Lees ook