Hoger onderwijs laat mbo-potentieel onbenut


Nationaal Studiekeuze Onderzoek 2012 biedt hoger onderwijs handvatten voor betere match met keuzemotieven van jongeren

DEN HAAG, 20121003 -- Vorige week verscheen het Nationaal Studiekeuze Onderzoek (NSKO) 2012. In dit onderzoek, uitgevoerd onder ruim 4.300 jongeren in de laatste twee jaar van havo, vwo en mbo, staat het studiekeuzeproces van jongeren centraal. De resultaten laten zien dat de huidige conjunctuur niet van invloed is op de belangstelling van jongeren voor het hoger onderwijs. Opvallend is de discrepantie tussen het aantal mbo-studenten dat overweegt een vervolgstudie te gaan doen en het aanzienlijk lagere aantal mbo-studenten dat dat ook daadwerkelijk gaat doen. Het NSKO 2012 besteedt tevens aandacht aan de loopbaanankers van jongeren in relatie tot hun studiekeuze.

Belangstelling voor hoger onderwijs vrij constant

Het economische tij en de plannen van de overheid voor het hoger onderwijs lijken geen invloed te hebben op de keuze van middelbare scholieren en mbo-studenten om verder te studeren. Het percentage scholieren dat na het afronden van de havo, het vwo of het mbo wil doorstuderen, is vrijwel gelijk aan voorgaande jaren.

Onbenut mbo-potentieel

Ook in het percentage mbo-studenten dat overweegt verder te studeren, is weinig verandering zichtbaar ten opzichte van vorig jaar. Bij de mbo-studenten bestaat echter een opmerkelijke afwijking tussen de belangstelling die zij hebben om verder te studeren en de daadwerkelijke beslissing om een vervolgstudie te gaan doen. Waar respectievelijk 74%, 69% en 72% van de mbo-leerlingen uit de afgelopen drie NSKO-rapporten overweegt om verder te studeren, stroomt volgens het CBS (cijfers 2010-2011) slechts 43% van de leerlingen met een mbo-diploma direct door naar het (bekostigd) hoger onderwijs. Na het moment waarop het NSKO de belangstelling meet, in de maanden mei en juni, ziet ongeveer 30% van de respondenten af van een vervolgstudie in het hoger onderwijs. Dit mbo-potentieel kan door onderwijsinstellingen beter benut worden. Eén van de manieren om dit te bewerkstelligen is het vergroten van het aantal Associate degree (Ad) opleidingen. Mbo-studenten hebben namelijk aanzienlijk meer belangstelling voor Ad-opleidingen dan havo- en vwo-scholieren.

Profilering op basis van loopbaanankers

Dit jaar besteedt het Nationaal Studiekeuze Onderzoek voor het eerst aandacht aan de loopbaanankers van jongeren in relatie tot hun studiekeuze. Een loopbaananker is een combinatie van waargenomen competentieterreinen, drijfveren en waarden die jongeren hun leven lang meenemen. Het geeft aan wat hun belangrijkste aspiraties voor de toekomst zijn. In lijn hiermee zoeken jongeren een studie die hen de kans biedt om zich in de richting van een anker verder te ontwikkelen.

Het NSKO laat zien welke specifieke combinatie van loopbaanankers ten grondslag ligt aan de keuze voor een specifieke opleiding. Dit betekent dat opleidingen zich scherper kunnen profileren richting jongeren door de studie zo in te richten dat studenten de voor hen belangrijkste loopbaanankers weerspiegeld zien in de opleiding. 

De op de loopbaanankers gebaseerde analyses bieden een schat aan informatie voor iedereen die een rol speelt in het boeien en binden van jongeren voor het hoger onderwijs.

Over het Nationaal Studiekeuze Onderzoek

Sinds 2008 brengt Hobéon samen met Markteffect en Icares jaarlijks het Nationaal Studiekeuze Onderzoek (NSKO) uit.


Deel: ' Hoger onderwijs laat mbo-potentieel onbenut '




Lees ook