HBO-Raad

Persberichten

05-09-2001
Opening hogeschooljaar 2001/2002:
Fundamentele beleidsaanpak kenniseconomie ontbreekt

Vandaag start het hogeschooljaar 2001/2002. Bijna 310.000 studenten staan aan een hogeschool ingeschreven. Een voorzichtig nieuw record, een jaar geleden telde het hbo nog 307.000 studenten. Het aandeel nieuw instromende studenten in het eerste studiejaar is nog niet bekend, nog niet alle inschrijvingen zijn verwerkt. Toch lijkt het erop dat er dit jaar iets minder eerstejaars zullen zijn dan vorig jaar. Oorzaak is dat dit jaar de havo-uitstroom eenmalig met 6.000 leerlingen verminderde. Voor het volgende studiejaar wordt weer een stijging van het aantal eerstejaars verwacht.

Ter gelegenheid van de opening van het hogeschooljaar spreekt Frans Leijnse, voorzitter van de HBO-raad, op de Hanzehogeschool in Groningen. In zijn speech geeft hij aan dat de behoefte vanuit economie en samenleving aan hoger onderwijs de komende jaren flink zal groeien. Van de huidige beroepsbevolking heeft 25% een opleiding aan hogeschool of universiteit genoten. Van het huidige cohort jongeren neemt bijna 40% deel aan het hoger onderwijs. Engeland en de Verenigde Staten willen naar een deelnamegraad van 50%, Nederland zal niet kunnen achterblijven. Daarnaast zullen steeds meer mensen zich naast hun beroepsloopbaan moeten blijven ontwikkelen. Specialisatie, maar ook verdieping en verbreding van kennis en vaardigheden zijn nodig. De vraag naar voortgezette opleidingen en mastersopleidingen groeit en zal de komende jaren nog verder toenemen. Als Nederland in dit opzicht het niveau van de Angelsaksische landen wil halen dan is bijna een verdubbeling van de capaciteit van de huidige masters- en doctoraalopleidingen nodig.

Groei van bachelors- en mastersopleidingen, zo stelt de HBO-raad, is niet het enige. Een kenniseconomie vraagt ook een omvangrijker en intensievere kenniscirculatie. Gezien de snelle veranderingen in producten en processen zoeken bedrijven een veel directere aansluiting van bronnen van kennis. Die bronnen liggen voor een groot deel bij publieke kennisinstellingen: onderzoeksinstituten, universiteiten en hogescholen. De verbinding tussen publieke kennisinstellingen en bedrijven moet veel nauwer worden.

Al deze ambities op het terrein van de Europese kenniseconomie vragen een fundamentele beleidsaanpak. Leijnse toont zich bijzonder teleurgesteld dat in de recente kabinetsverkenningen de meest wezenlijke vragen over deze aanpak niet zijn gesteld. Vastgesteld zou moeten worden aan hoeveel hoger onderwijs, ontwikkeling en onderzoek de kenniseconomie in Nederland werkelijk behoefte heeft. Kernvraag is wat er nodig is om in die behoefte te voorzien.


Deel: ' Hogeschooljaar 2001/2002 toespraak voorzitter HBO-raad '




Lees ook