COMMISSIE GELIJKE BEHANDELING

homo-leraar onterecht afgewezen door chr. school

HOMOSEKSUELE ONDERWIJZER ONTERECHT DOOR CHRISTELIJKE SCHOOL

AFGEWEZEN

Een Christelijke school mag een sollicitant niet om het enkele feit dat hij als homoseksueel ongehuwd met zijn partner samenwoont, weigeren. Een weigering op deze grond is in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Dit oordeelt de Commissie na een verzoek van een schoolbestuur dat wilde weten of haar handelswijze in strijd met de wet was.

Het ging om vijf personen die het toenmalige schoolbestuur vormden van een basisschool op Reformatorische grondslag. Dit bestuur weigerde met een sollicitant voor de vacature van een groepsleerkracht te spreken, nadat bekend werd dat de man homoseksueel was en met zijn mannelijke partner samenwoonde. Een groepsleerkracht heeft volgens hen een voorbeeldfunctie voor de leerlingen en wordt geacht in zijn werk bepaalde normen en waarden die samenhangen met de seksuele moraal uit te dragen. Het bestuur is van mening dat zij niet in strijd met de wet handelde omdat instellingen van bijzonder onderwijs nadere eisen mogen stellen aan sollicitanten.

Enkele feit constructie
De Commissie oordeelt dat het bestuur wel in strijd met de wet gehandeld heeft. Een school op godsdienstige grondslag mag volgens de AWGB eisen aan sollicitanten stellen. Maar die eisen mogen er niet toe leiden dat sollicitanten om het enkele feit dat zij homoseksueel zijn uitgesloten worden. Tijdens de parlementaire behandeling is uitdrukkelijk aangegeven dat het samenwonen met een partner van hetzelfde geslacht onder de .enkele feit constructie. valt. De AWGB gaat derhalve uit van de veronderstelling dat het functioneren van een (samenwonende) homoseksuele leerkracht op een school voor bijzonder onderwijs in beginsel mogelijk moet worden geacht, zo overweegt de Commissie.

Bijkomende omstandigheden
Anders wordt het als er sprake is van bijkomende omstandigheden. Bijvoorbeeld als sprake is van gedragingen die aantonen dat de betrokkene de grondslag van de school in feite verwerpt. In dit geval is van een toetsing van eventueel aanwezige bijkomende omstandigheden geen sprake geweest. Het bestuur is er zonder meer van uitgegaan dat de grondslag van de school en de wijze van functievervulling het mogelijk maakte de betrokken sollicitant te weigeren. Zij heeft hierdoor in strijd met de wet gehandeld.

Onderwerp: Enkele feit constructie
Datum: 3 mei 1999
Contactpersoon: M.H. Cornelissen
Telefoon: 030 . 2335 105
Nummer: 99-05

03 mei 99 10:52

Deel: ' Homo-leraar onterecht afgewezen door christelijke school '




Lees ook