Gezondheidsraad

PERSBERICHT

_________________________________________________________________

Hormoonontregelaars bedreigen diersoorten

De aanwezigheid van bepaalde stoffen in het milieu in ons land bedreigt door ontregeling van de geslachtshormoonhuishouding het voortbestaan van sommige diersoorten in ecosystemen. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een vandaag verschenen advies aan de Minister van VROM. De stoffen in kwestie, hormoonontregelaars genoemd, bevinden zich, voorzover bekend, voornamelijk in oppervlakte- en kustwateren. Door specifiek Nederlandse omstandigheden is dit milieuprobleem hier waarschijnlijk ernstiger dan in de meeste andere Europese landen. De Raad inventariseert de huidige kennis, classificeert de als hormoonontregelaars verdachte stoffen en geeft hoofdlijnen aan voor meer onderzoek naar de ecologische risico's.

De laatste jaren zijn bij dieren verstoringen in de voortplanting gezien die verband zouden kunnen houden met de invloed van stoffen in het milieu op hun hormoonhuishouding. Ook de menselijke voortplanting zou in het geding kunnen zijn, maar volgens de Gezondheidsraad vindt voor de Nederlandse bevolking deze vrees geen grond in de beschikbare wetenschappelijke gegevens.

De huidige ecologische kennis geldt voornamelijk diersoorten in water-ecosystemen of vogels en landzoogdieren die voor hun voedsel op dergelijke systemen zijn aangewezen. Hoewel die kennis tamelijk schaars is, staat het vast dat in Nederland diverse diersoorten (slakken, vissen, vogels, zoogdieren) te lijden hebben van de aanwezigheid van hormoonontregelende stoffen in oppervlakte- en kustwateren. Het gaat niet alleen om stoffen zoals PCB's, dioxinen of organochloorverbindingen, maar ook om zowel natuurlijke als synthetische hormonale stoffen die mens en dier via uitscheiding in het milieu brengen. Dit houdt in dat, wegens de hoge bevolkingsdichtheid, de intensieve landbouw en de grootschalige dierhouderij, het probleem zich in Nederland meer doet gevoelen dan elders in Europa. Daar komt bij dat ons land grotendeels het sedimentatiegebied is van drie Europese rivieren. Dit feit staat borg voor veel aanvoer van stoffen uit het buitenland.

De Gezondheidsraad geeft een gedetailleerde classificatie van de ongeveer tachtig industrieel geproduceerde stoffen die op dit moment in de wetenschappelijke literatuur als verdacht te boek staan. Voor ons land komen 34 van deze stoffen in het advies als (potentiële) hormoonontregelaars uit de bus. Door succesvol terugdringingsbeleid is voor sommige hormoonontregelaars de verspreiding in het milieu de laatste jaren al verminderd. Toch zijn, door de persistentie van dergelijke stoffen, de concentraties in de sedimentatiegebieden van de grote rivieren nog hoog genoeg om gevaar op te kunnen leveren voor visetende vogels of zoogdieren.

Volgens het advies moet men er rekening mee houden dat de zojuist geschetste informatie het topje van een ijsberg betekent. Enerzijds breidt de lijst van verdachte stoffen zich gestaag uit door voortgezet wetenschappelijk onderzoek, anderzijds zijn tot dusver nog maar weinig diersoorten in ogenschouw genomen. Zo is over hormoonontregeling bij ongewervelde dieren nog vrijwel niets bekend, hoewel ze ruim 95 procent uitmaken van de soortenrijkdom in de meeste ecosystemen.

De Gezondheidsraad pleit voor uitbreiding en intensivering van onderzoekprogramma's en het al in gang gezette terugdringingsbeleid. Programma's voor monitoring moeten niet alleen gericht worden op de als hormoonontregelaars bekende stoffen, maar ook op de aanwezigheid van hormonale bestanddelen van dierlijke, plantaardige en menselijke herkomst in kleine sloten en in mest. Er zijn nog diverse tot dusver onvoldoend benutte instrumenten voor de versterking van het onderzoek.

Nadere inhoudelijke inlichtingen verstrekt drs JW Dogger, tel (070) 340 64 87.

Datum: 22 juli 1999

_________________________________________________________________

Deel: ' Hormoonontregelaars bedreigen diersoorten '




Lees ook