NEDERLANDER WIL VAN HUISARTS MEER INFORMATIE OVER VACCINATIE TEGEN PNEUMOKOKKEN

Ruim de helft van de 65-plussers (56 %) in Nederland wil zowel tegen griep als tegen pneumokokken worden gevaccineerd (23 % alleen tegen griep en 6 % alleen tegen pneumokokkeninfecties). Dit blijkt uit recent onderzoek van het NIPO, verricht in opdracht van de pneumokokken stichting. De enquête peilde de kennis over pneumokokkenen de houding tegenover pneumokokkenvaccinatie. Het onderzoek vond plaats bij een representatieve steekproef van 1.011 personen, waarvan 160 personen 65-plussers (één van de belangrijkste doelgroepen).

Bij de Nederlandse bevolking is de bekendheid met pneumokokken en het pneumokokkenvaccin nog laag: een kleine minderheid van de bevolking(12 %) heeft van het vaccin gehoord. Bij de 65-plussers is dit nog iets lager (10 %). De helft van alle personen (57 %)echter geeft aan- via hun huisarts- meer informatie over pneumokokken te willen. Ongeveer 30 % van de bevolking is drager van pneumokokkenbacteriën, zonder daarvan overigens ziek te zijn. Het risico van besmetting is het grootst tijdens verkoudheid en griep, als veel mensen hoesten,niezen en kwetsbaar zijn voor ziekten. Dus vooral in het najaar en de winterperiode. In Nederland worden jaarlijks bijna 16.000 patiënten opgenomen met een longontsteking, waarvan ongeveer 30 % wordt veroorzaakt door pneumokokken. Ondanks de beschikbare antibiotica is de sterfte aan deze ziekte bij ouderen aanzienlijk. In Nederland eisen pneumokokkeninfecties jaarlijks zo'n 3.000 doden. Hiermee is het pneumokokkenprobleem, gelet op het aantal doden, vergelijkbaar met dat van de griep. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft al in 1988 de aanbeveling gedaan om alle senioren van 65 jaar en ouder te vaccineren tegen pneumokokkeninfecties. In Nederland is, in tegenstelling met de ons omringende landen, tot nu toe weinig gedaan met deze aanbeveling. Vaccinatie is in Nederland beperkt tot met name patiënten met miltproblemen. In het Verenigd Koninkrijk, de Scandinavische landen, België en sinds kort ook in Duitsland voeren de gezondheidsautoriteiten een actief vaccinatiebeleid tegen pneumokokken. Het RIVM meldde onlangs een toename van het aantal ernstige pneumokokkeninfecties in Nederland. Wereldwijd doemt het probleem van verminderde antibiotica-gevoeligheid van pneumokokken op. In Nederland lijkt het probleem van resistentie vooralsnog beperkt. Met een vaccinatie kunnen ernstige pneumokokkeninfecties, zoals hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging, worden voorkómen. Een pneumokokken-vaccinatie bestaat uit één inenting die vijf jaar bescherming biedt. Gelijktijdig met de griepprik -maar wel apart- kan het pneumokokken vaccin worden toegediend. De doelgroep die in aanmerking komt voor een gelijktijdige griep- en pneumokokkenvaccinatie bestaat uit personen van 65 jaar en ouder en personen met chronische aandoeningen als hart- en vaatziekten, longziekten en leveraandoeningen. Ook mensen met suikerziekte, verminderde nierwerking en verminderde afweer behoren tot de risicogroep. Bij het synchroniseren van twee vaccinatieprogramma's is in de praktijk sprake van lagere kosten dan in het geval dat deze programma's afzonderlijk worden uitgevoerd. Recent onderzoek van de Universiteit van Limburg (Maastricht) toont aan dat gelijktijdige vaccinatie zo goed als kosten neutraal is. Het NIPO heeft ook een aantal vragen gesteld over de griepvaccinatie. Het merendeel van de 65-plussers onderschrijft het belang van griepvaccinatie in verband met hun leeftijd: circa twee op de drie 65-plussers (63 %) is deze mening toegedaan. Ongeveer hetzelfde aandeel van de ouderen heeft zich dan ook het afgelopen jaar tegen griep laten inenten (69 %). Opvallend is dat degenen die NIET tot een risicogroep behoren nog meer belang hecht aan bescherming van risicogroepen tegen griep (84%!). Vooral personen van middelbare leeftijd vinden de griepprik erg belangrijk (88 %). Op het moment buigt de Gezondheidsraad zich, op verzoek van minister Borst, over een eventuele aanbeveling voor pneumokokkenvaccinatie.Vóór 1999 hoopt zij van de Raad advies te ontvangen. Voor meer informatie over de NIPO-gegevens: Drs. Henk Foekema 020-5225472. Voor meer informatie over de Pneumokokken Stichting: Prof. P. Brakman 071-5181411

Laatst gewijzigd: 5 november 1999

Deel: ' Huisarts moet meer info over vaccinatie pneumokokken geven '




Lees ook