Tweede Kamer der Staten Generaal

just0000.141 brief sts just t.g.v. rapport huwelijksvermogensrecht
Gemaakt: 16-2-2000 tijd: 16:24


2

De Voorzitter van de Tweede Kamer der

Staten-Generaal

's-Gravenhage, 14 februari 2000

Onderwerp Rapport "Huwelijksvermogensrecht in rechtsvergelijkend perspectief"

Hierbij bied ik u aan het rapport `Huwelijksvermogensrecht in rechtsvergelijkend perspectief' dat is opgesteld door Mr B. Braat, Mr drs. A.E. Oderkerk en Mr G.J.W. Steenhoff, onder leiding van Prof. Dr K. Boele-Woelki.

Aanleiding voor het (beschrijvende) onderzoek vormde de advisering van de Commissie rechten en plichten echtgenoten. De Commissie adviseerde om rechtsvergelijkend onderzoek te laten uitvoeren naar de vraag of, en zo ja, welke kenmerkende verschillen er in de praktijk bestaan tussen het huidige Nederlandse hoofdstelsel van wettelijke gemeenschap van goederen en buitenlandse stelsels van huwelijksvermogensrecht. Dit met het oog op de voorbereiding van een wetsvoorstel op dit gebied. De toenmalige Staatssecretaris van Justitie heeft in het voorjaar van
1998 aan uw Kamer bericht dat overeenkomstig dit advies van de Commissie opdracht gegeven zou worden voor een dergelijk onderzoek.

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de rechten en bevoegdheden van de echtgenoten sterk samenhangen met het wel of niet aanwezig zijn van een gemeenschap tijdens en/of na ontbinding van het huwelijk. De bestudeerde stelsels kunnen tot een (of twee) van de volgende drie typen stelsels gerekend worden: 1) stelsels zonder huwelijksgemeenschap (Duitsland en Engeland), 2) stelsels met een gemeenschap tijdens het huwelijk (Frankrijk en Italië) en 3) stelsels met een uitgestelde huwelijksgemeenschap (Denemarken, Zweden en Italië). Het Italiaanse stelsel kent dus zowel een huwelijksgemeenschap tijdens het huwelijk als een gemeenschap die pas bij ontbinding van het huwelijk ontstaat.

De gemeenschappelijk kern van de bestudeerde stelsels is niet groot. Hoewel op verschillende terreinen tussen individuele stelsels overeenkomsten zijn aan te wijzen, zijn de overeenkomsten die alle stelsels gemeen hebben, schaars. De doelen die worden nagestreefd zijn evenwel voor een groot deel dezelfde; het gaat om het streven naar
-kort gezegd- gelijkheid van man en vrouw en de bescherming van de economisch zwakkere partij en/of de echtelijke woning.

Het rapport is op 7 februari jl. aan mij aangeboden. De bevindingen uit het onderzoek zullen bij de in voorbereiding zijnde regelgeving terzake van het huwelijksvermogensrecht worden betrokken.

De Staatssecretaris van Justitie,

Bijlage(n) niet elektronisch beschikbaar

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' 'Huwelijksvermogensrecht in rechtsvergelijkend perspectief' '




Lees ook