Universiteit van Utrecht

15 maart 2000

Deeltijdhoogleraar verbindt Utrechtse fysische chemie met NIZO Food Research

Onderzoek aan eiwitten van belang voor voedingsmiddelenindustrie

In de huidige praktijk van het voedselwetenschappelijk onderzoek wordt nog vaak een proefondervindelijke benadering gehanteerd, kort samengevat: 'cook en look'. Prof.dr. Kees de Kruif pleit ervoor dat dit experimentele onderzoek ook leidt tot modelvorming, om op basis daarvan gericht aan toepasbare producten en processen te kunnen werken. Dit is van belang voor de voedingsmiddelenindustrie, om in te kunnen spelen op de steeds hogere eisen die producenten en consumenten stellen aan functionaliteit en kwaliteit van levensmiddelen en hun grondstoffen. Op 17 maart houdt De Kruif zijn inaugurele rede als deeltijdhoogleraar Toegepaste Fysische en Colloïdchemie bij de Faculteit Scheikunde.

De Kruif, werkzaam als hoofd afdeling Product Technology bij NIZO Food Research in Ede, onderzoekt de werking van caseïnes en andere eiwitten die van belang zijn voor levensmiddelen en voor farmaceutische en industriële toepassingen. Caseïnes zijn eiwitten die voorkomen in melk. Ze hebben unieke eigenschappen en vormen een van de belangrijkste grondstoffen voor de voedings- middelenindustrie. Caseïnes geven structuur aan melkproducten als yoghurt en kaas. De Nederlandse zuivelindustrie is volledig gebaseerd op het gedrag en de werking van caseïnes: meer dan 75 procent van de omzet berust op deze grondstof. Ze zijn onvervangbaar en, in vergelijking met andere (plantaardige) eiwitten, relatief duur. Bovendien zijn deze eiwitten door hun bijzondere fysische en chemische eigenschappen ook wetenschappelijk interessant. Volgens De Kruif verdienen caseïnes daarom meer systematisch onderzoek. 'Het is opvallend dat het aantal wetenschappelijke publicaties over wei-eiwitten - een eiwit dat 'overblijft' bij de kaasbereiding - groter dreigt te worden dan dat over caseïnes, terwijl de commerciële waarde van caseïnes zo'n tien maal groter is.'

Caseïnes zijn (bio)polymeren, dat wil zeggen dat de moleculen de vorm hebben van lange ketens. Een opmerkelijke eigenschap van caseïnes is hun zogenoemde zelfordenend vermogen: ze kunnen spontaan 'micellen' vormen, bolvormige structuren vergelijkbaar met zeepmoleculen in water. In deze vorm zijn caseïnes te beschouwen als colloïden. Dit zijn kleine, bolvormige deeltjes met afmetingen kleiner dan eenduizendste millimeter. Melk is een voorbeeld bij uitstek van een colloïdaal systeem.

De eigenschappen en het gedrag van zowel polymeren als colloïden vormen het onderzoeksgebied van fysici en chemici. Omdat de essentiële bestanddelen van voedsel ook biopolymeren en colloïden zijn, is hun onderzoek van directe relevantie voor levensmiddelentechnologen. De Kruif wil een brug slaan tussen beide werelden en de fysisch-chemische modellen en theorieën toepassen op voedselsystemen.

De benoeming van De Kruif als deeltijdhoogleraar versterkt de reeds lang bestaande samenwerking tussen de Universiteit Utrecht en NIZO Food Research. Het Van 't Hoff Laboratorium voor Fysische en Colloïdchemie (Debye Instituut, faculteit Scheikunde) doet onderzoek aan colloïdale systemen. De Kruif past de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek toe op de praktische vraagstukken van NIZO Food Research. Omgekeerd draagt hij er toe bij dat praktische problemen worden vertaald in wetenschappelijke vraagstellingen.

Vrijdag 17 maart 2000, 16.15 uur

Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht

Oratie: 'Harde fysica, zachte zuivel'

Prof.dr. C.G. de Kruif, faculteit Scheikunde

De volledige tekst van de oratie is verkrijgbaar bij:

Voorlichter Jos de Kooker

(030) 253 3793

Laatst gewijzigd: 16 maart, 2000 Communicatie Service Centrum Heidelberglaan 8 3584 CS Utrecht Telefoon (030) 2533550 / 2532572 Mediavragen per Email: UUmedia@csc.usc.uu.nl

Deel: ' Inauguratie deeltijdhoogleraar fysische chemie Utrecht '




Lees ook