CDA

: Tweede Kamer : Algemeen Overleg over onderwerpen rakende het emancipatiebeleid (290499)

Algemeen Overleg over onderwerpen rakende het emancipatiebeleid (290499)

Den Haag, 29 april 1999

Kamerlid: Marry Visser- van Doorn

In dit verzameloverleg worden zeven stukken behandeld, namelijk:

1. Brief van de staatssecretaris van 25 november 1998 inzake de rechtspositie van alfahulpen in relatie tot het VN-Vrouwenverdrag (SOZA-98-793).

2. Brief van de staatssecretaris van 25 november ter aanbieding van het rapport Vrouwenverdrag, moederschap, ouderschap en arbeid en standpunt daarbij (SOZA-98-810).

3. Brief van de staatssecretaris van 10 december 1998 ter aanbieding van de Nederlandse versie van de tweede rapportage over de uitvoering van het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW-rapportage) (SOZA-98-843).

4. Brief van de staatssecretaris van 24 februari 1999 over inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen naar aanleiding van het rapport De sociaal-economische emancipatie-index; een vooronderzoek voor een monitor naar de sociaal-economische positie van vrouwen en mannen in Nederland (26.206 nr. 5).

5. Brief van de staatssecretaris van 8 maart 1999 ter aanbieding van het rapport Zaken zijn zaken (SOZA-99-181).

6. Brief van de staatssecretaris van 9 maart 1999 inzake de totstandkoming van de meerjarennota emancipatiebeleid (26.206 nr. 6).

7. Brief van de staatssecretaris van 24 maart 1999 inzake de inwerkingtreding van de Stimuleringsmaatregel Dagindeling (26.206 nr. 7).

Inbreng
De CDA-fractie dankt de staatssecretaris voor het beantwoorden van de vragen over het Vrouwenverdrag en voor het toezenden van de informatie inzake de economische zelfstandigheid.
De agenda bevat vandaag stukken van uiteenlopende aard. Mijn bijdrage bestaat uit twee delen, namelijk een aantal opmerkingen en informatieve vragen over lopende zaken en een meer inhoudelijk deel, met name over het kamerstuk 26.206 nr. 5.

1.SOZA-98-793: Rechtspositie van alfahulpen in relatie tot het VN-Vrouwenverdrag.
Over de brief inzake de Alfa-hulpen deelt de CDA-fractie de mening van de staatssecretaris betreffende de interpretatie van het Vrouwenverdrag.

Wanneer denkt de staatssecretaris met maatregelen te komen ter verbetering van de rechtspositie van alfahulpen?

Deelt de staatssecretaris de zorg van het CDA dat het begrip passende maatregelen als uitvlucht gebruikt kan worden om minimale maatregelen te nemen?

2.SOZA-98-843: CEDAW-rapportage.
Over de CEDAW-rapportage wil de CDA-fractie het volgende opmerken. Vanuit de NGOs komen berichten over problemen met de coördinatie, met de financiering en met uitzending naar voorbereidende conferenties. De staatssecretaris heeft 600.000 gulden ter beschikking gesteld. Doordat de NGOs daar niet van op de hoogte waren, zijn door DCE diverse toezeggingen onder voorbehoud gedaan aan organisaties. Er is nu bezorgdheid over teveel sturing door DCE middels het beslissen wie subsidie krijgt.

Kan de staatssecretaris aangeven wie de Nederlandse rapportage aan de CEDAW en de follow-up Beijing coördineert? Is dat Equality, Platform 2000 of is dat DCE?

Ook over deelname aan de Regeringsdelegatie heerst onduidelijkheid. Wie neemt hieraan deel? Wat zijn de criteria voor deelname? Wat zijn de bevoegdheden van de delegatie? Wie zal betalen?

Kan de staatssecretaris hierover duidelijkheid verschaffen, ook aan de organisaties?

Is het bericht juist er slechts één vertegenwoordigster vanuit de NGOs in de Regeringsdelegatie wordt opgenomen?

Welke organisatie zal zij vertegenwoordigen?

3. SOZA-99-181: Rapport Zaken zijn zaken.
Met plezier heb ik het boek Zaken zijn zaken van Mevrouw Verbiest gelezen. Naar aanleiding hiervan zou ik de staatssecretaris willen oproepen om de eenmalige proeftraining woordgebruik op departementen om te zetten in een regulier, verplicht onderdeel van de training van beleidsmakers.

4. Kamerstuk 26.26 nr. 6: Meerjarennota emancipatiebeleid. De staatssecretaris kondigt opnieuw de meerjarennota aan, met maatregelen zoals uitbreiding kinderopvang, aangepaste verlofregeling en het experiment met de dagindeling.

Welke plaats heeft de Vrouwenbeweging in dit traject?

Nemen aan de discussie personen en organisaties deel uit verschillende politieke en levensbeschouwelijke stromingen?

Op welke momenten in het traject naar de meerjarennota wordt de Kamer nog geïnformeerd over de stand van zaken?

5. 26.206 nr.7: Stimuleringsmaatregel Dagindeling. Naar aanleiding over de brief van de staatssecretaris over de Stimuleringsmaatregel Dagindeling wil de CDA-fractie het volgende opmerken. Steun voor het combinatiescenario betekent niet dat er geen politieke verschillen zijn over de invulling van dit scenario.

Kan de staatssecretaris informatie verschaffen over de politieke diversiteit van de leden van de Stuurgroep Dagindeling?

Wie besliste uiteindelijk over de samenstelling van de stuurgroep?

Komt er een tussentijdse rapportage?

Het CDA hecht zeer aan diversiteit van de experimenten. Komen bijvoorbeeld ook vrijwilligerswerk, agrarische bedrijven en MKB nadrukkelijk aan de orde?

Nu kom ik aan het tweede deel.
6. Kamerstuk 26.206 nr. 5: De Sociaal-economische emancipatie-index. Het kamerstuk over de Sociaal Economische Emancipatie Index geeft belangrijke cijfers, onder andere de volgende:

In 1995: 64% van de vrouwen zonder kinderen economisch zelfstandig. 20% van de vrouwen met partner en jonge kinderen economisch zelfstandig.

Economische zelfstandigheid blijk dus voor heel velen niet te bestaan. Voor het CDA is economische zelfstandigheid niet het streven, maar de vrije keuze van partners om zelf te kiezen hoe zij zorg en arbeid willen delen.

Voor wat betreft onbetaalde zorg en betaalde arbeid is het helaas nog niet gekomen tot een betere taakverdeling tussen mannen en vrouwen:

Vrouwen gaan minder werken na de geboorte van het eerste kind en stoppen vaak na de geboorte van het tweede kind.

Voor mannen maakt het hebben van kinderen geen verschil, die blijven gemiddeld 38 uur per week werken.
Vrouwen verminderen hun betaalde arbeid van gemiddeld 28 uur naar 21 uur per week.

De moeizame combinatie van arbeid en zorg heeft geleid tot een overgeorganiseerd en stressvol bestaan voor werkende ouders met kinderen. Het is een maatschappelijk vraagstuk aan het worden.

De staatssecretaris ziet de situatie van dit moment als een overgangssituatie op weg naar een betere toekomst, van twee partners die elk een driekwart baan hebben. Het beleid blijft erop gericht vrouwen te stimuleren om meer betaald werk te doen en economisch zelfstandig te worden.
In hetzelfde kamerstuk geeft de staatssecretaris aan dat het nieuwe belastingstelsel betere resultaten moet gaan opleveren ten aanzien van emancipatie en economische zelfstandigheid.

Is de staatssecretaris bekend met het bericht van het FNV in De Telegraaf van zaterdag 24 april jl. dat vrouwen met een kleine deeltijdbaan erop achteruit gaan? Wat denkt de staatssecretaris daaraan te gaan doen? Op deze manier worden vrouwen met een kleine deeltijdbaan ontmoedigd.

Achtereenvolgende kabinetten hebben economische zelfstandigheid van het individu, met name de vrouw, als uitgangspunt genomen. Daarmee is de politiek van vandaag nog steeds de echo van een bepaalde fase in de vrouwenbeweging, waarbij economische zelfstandigheid als het middel tot emancipatie werd gezien.

Inmiddels zijn wij echter in een volgende fase beland. De CDA-fractie vindt dat de waarde van zorg meer centraal gesteld moet worden. De ideologie dat emancipatie bestaat uit economische zelfstandigheid door middel van betaald werk moet ter discussie worden gesteld. Vooral omdat deze gebruikt wordt als legitimatie voor bezuinigingen die ten koste gaan van vrouwen. Als pijnlijk voorbeeld geldt het feit dat bijstandsmoeders gedwongen worden hun kind uit te besteden om betaald werk te gaan doen. Ook de Nabestaandenwet heeft het moeten ontgelden in de veronderstelling dat de economische zelfstandigheid wel gerealiseerd zou zijn.

Speciale aandacht is naar onze mening nodig voor alleenstaande ouders met kinderen. Zij staan veelal onder extra druk, omdat zij alleen de verantwoording hebben voor inkomen en zorgtaken.

De belangrijkste en groeiende weerstand tegen de ideologie van de economische zelfstandigheid is, dat het beleid gericht is op vrouwen en niet op mannen. Emancipatie van mannen is nodig. Waarom worden vrouwen tot het aanleren van arbeidsethos gestimuleerd, en mannen niet tot zorgethos?

De huidige situatie waarin gezinnen met kinderen in meerderheid kiezen voor anderhalf verdienerschap en minder voor het kostwinnerschap geeft aan dat er een enorm draagvlak is voor het zelf zorgen in Nederland. Dat vindt mijn fractie waardevol en het ondersteunen waard. Dat betekent niet de vrouw weer achter het aanrecht, maar dat mannen meer moeten gestimuleerd worden om de zorg voor hun kinderen mede op zich te nemen.

Emancipatie van vrouwen staat niet gelijk aan maximale participatie in betaald werk. Voor ons staat in de discussie over emancipatie, werk en zorg het belang van het kind centraal en de keuzevrijheid van de partners.

Eerdere voorstellen van de CDA-fractie, zoals betaald ouderschapsverlof, geboorteverlof voor mannen en de kaderwet arbeid en zorg zijn goede mogelijkheden.

Op pagina 5 geeft de staatssecretaris aan na te denken over hoe de overgang van het kostwinnersmodel naar het combinatiemodel ondersteund kan worden door het herverdelen van de middelen die in het kostwinnersmodel zelf-zorgen mogelijk maken.
Ook het CDA vindt het combinatiemodel prima. Er moet echter ruimte zijn voor partners die een andere keuze maken, namelijk die waarbij de één meer verdient dan de ander.

Kan de staatssecretaris reageren op onze visie op de herverdeling van zorg en arbeid en kan de staatssecretaris aangeven of in het in het traject naar de aangekondigde emancipatienota 1999 ook deze visie zal worden meegenomen.

Deel: ' Inbreng CDA algemeen overleg emancipatiebeleid '




Lees ook