CDA

: Tweede Kamer : Arbeidsvoorziening en aanverwante themas (210699)

Arbeidsvoorziening en aanverwante themas (210699)

Den Haag, 21 juni 1999

Voorafgaand enige opmerkingen met betrekking tot de vragen inzake ESF-gelden, die zijn gesteld aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het CDA wil van Minister de Vries de volgende toezeggingen:

1. Diepgaand onderzoek in alle 18 regios door onafhankelijke instantie (Rekenkamer)
2. Rapportage aan de Kamer en debat over conclusies voor Prinsjesdag 99.
3. Splitsing van uitvoering enerzijds en toezicht en controle anderzijds.
4. Verbetering van de uitvoeringsregeling door heldere toekenningscriteria en systeem van monitoring.
5. Maximale inzet om rapportage en einddeclaratie 1998 kloppend (deugdelijk) in te dienen.
6. Alles uit de kast om ESF-gelden voor 1999 en volgende jaren veilig te stellen.
7. Kabinetsgarantie dat het werk van Arbvo in het belang van werkzoekende en werkgevers optimaal kan blijven zolang geen definitieve oplossingen zijn gerealiseerd.

Inbreng:

1. Arbeidsvoorziening wordt sinds zijn start in 1991 gekenmerkt door het roeien met korte riemen tegen de stroom in. Dat begon al met de negatieve bruidsschat van 1,1 miljard gulden die in pakweg 10 jaar zou moeten zijn afgelost. Daar kwam in 1994 een in het regeerakkoord van Kok 1 vastgelegde budgettaire bezuiniging van 400 miljoen (naar melkertbanen) overheen. Tel daar bij op de bestuurlijke reorganisatie van 1995, die een formele centralisatie van de aansturing van de regios als effect had.
Bovendien is het CBA sinds vorig jaar reeds bezig met de omvorming van het reïntegratiebedrijf, hetgeen eveneens de nodige voeten in de aarde heeft. Het mag duidelijk zijn dat de medewerkers van Arbvo nauwelijks weten wat het betekent om de wind in de rug te hebben.

2. In dat licht past hier wat mijn fractie betreft een compliment aan het adres van Arbvo voor het feit dat de jaarrekening 1998 een positief resultaat laat zien en dat de uiteindelijke begroting voor 1999 sluitend is.

3. Deze begroting is echter wel een begroting die pas in tweede termijn kloppend is gemaakt. De RBAs hadden een begroting die in totaal 350 miljoen gulden hoger lag. De plannen zijn geredresseerd. Het kan niet anders zijn dan dat dat ten koste is gegaan van het aantal bemiddelingstrajecten, dat Arbvo dit jaar zou willen realiseren. Dat kan nu niet. Dat betekent dat er drie verliezende partijen zijn: werknemers die bemiddeld willen worden, werkgevers die vacatures willen opvullen en de RBAs die klantgericht en vraaggericht moeten werken. Kan de Minister aangeven op welke wijze het terugbrengen van de werkplannen en de begroting heeft plaatsgevonden? Welke criteria zijn gehanteerd?
En hoeveel kansen zijn hierdoor gemist om in de nu al krappe arbeidsmarkt vraag en aanbod maximaal bij elkaar te brengen?

4. Het accent van Arbeidsvoorziening verschuift in 1999 verder in de richting van moeilijk plaatsbare werkzoekenden. Tegelijkertijd wordt een start gemaakt met de sluitende aanpak, waarvoor Arbvo dit jaar 75 miljoen extra krijgt. Kan de Minister duidelijk maken hoe het, gelet op deze beide gegevens, mogelijk is dat de harde kern langdurig werklozen, ten opzichte van kortdurend werklozen nog steeds groeit? De tweedeling tekent zich af en zal zonder gericht beleid alleen maar sterker worden naarmate de sluitende aanpak sluitender wordt. Het effect is tweedeling. Langdurig werklozen worden sneller afgeschreven. Dat effect wordt extra versterkt door de nu stilliggende SUWI-voorstellen, waarin alleen de sterksten (fase 1) publiek bemiddeld worden en de zwakkeren (fase 2 t/m 4) aan de markt worden overgelaten. De CDA-fractie vindt dat de Minister moet kunnen garanderen dat werkzoekenden uiteindelijk altijd een beroep moeten kunnen doen op een publiek gegarandeerde vorm van arbeidsvoorziening. Is de Minister bereid die garantie te geven?

5. Ten aanzien van de uitvoering van de wet Samen, moeten we vaststellen dat Arbvo heeft voldaan aan de opdracht om in 1998, 7700 extra allochtone werknemers naar arbeid te bemiddelen. Helaas hebben de grote steden (G 25) niet aan hun toezegging voldaan om 2300 extra trajecten voor allochtonen in te kopen.
Bij de begrotingsbehandeling heeft de Minister gezegd te hopen dat dat dit jaar wel het geval zal zijn. Hoe zeker is het dat die afspraak door gemeenten wordt nagekomen?

6. De Minister geeft aan dat hij in eerste instantie twijfels heeft over de capaciteiten van Arbvo op het gebied van met name arbeidsgehandicapten. Die twijfel heeft te maken met de kwantitatieve en kwalitatieve bemensing van de RBA s. Arbvo heeft toegezegd bewust en gericht te willen investeren in specifieke deskundig-heid op dit gebied. Hoe staat het er nu voor met de capaciteitsontwikkeling, het vertrouwen van de Minister en de reële verwachtingen met betrekking tot de reïntegratie van arbeidsgehandicapten?
Als dat vertrouwen nog onder de maat is, wat is dan het alternatief dat de Minister voor ogen heeft?

7. Arbvo bereidt zich voor op meer marktgericht opereren op het gebied van reïntegratie. Daar is reorganisatie voor nodig, waarvoor eigen vermogen onontbeerlijk is. Nu heeft de Minister vorig jaar via een kasschuif 160 miljoen beschikbaar gesteld. Dit jaar is dat 150 miljoen, hetgeen naar voren gehaald budget voor het jaar 2000 is. De vraag is wat Arbvo hier uiteindelijk mee opschiet. Als deze vorm van bevoorschotting stopt, dan zal dat ten koste gaan van een aantal bemiddelingsactiviteiten. Is de Minister het met het CDA eens dat dat laatste niet de bedoeling kan zijn? Wat is zijn bedoeling dan wel? Zeker als in het achterhoofd gehouden wordt dat Arbvo nog 260 miljoen negatieve erfenis heeft af te lossen; hetgeen in 2001 wordt voorzien.

8. Welk effect verwacht de Minister van het afschaffen van de verplichte inkoop in 2000? Hoe ondervangt hij onverwachte schokken vanwege te snelle verschuiving in het inkoopgedrag van Gemeenten, zowel in het belang van de werkgevers als de werkzoekenden, alsmede met het oog op behoorlijk bestuur binnen Arbeidsvoorziening?

9. Over behoorlijk bestuur gesproken: de SUWI-discussie ligt stil terwijl in veel organisaties reeds processen, anticiperend op wat wellicht zou kunnen komen, aan verandering onderhevig zijn. Dat proces ligt nu stil. De onzekerheid blijft en groeit. Dat heb ik hier reeds eerder aan de orde gesteld. Toen merkte ik dat de Minister geen enkele aarzeling had over de motivatie van de werknemers. Dat kan hij nu niet meer met droge ogen blijven beweren. Zeker niet omdat naast de hangende plannen er nog steeds sprake is van een bezuinigingstaakstelling op de uitvoeringsorganisaties van in totaal 500 miljoen gulden. Welke maatregelen om een basis van zekerheid te geven, is de Minister van plan te nemen? Dit is temeer noodzakelijk omdat de exodus uit de diverse organisaties, inclusief Arbvo reeds is begonnen. Dat kan zo dus niet.

10. Over de besteding van de ESF-gelden heeft de ARK een interessant rapport uitgebracht. Niet alles is vlekkeloos verlopen. Zowel bij Arbvo als op het departement blijven verantwoordelijkheden onvoldoende ingevuld. Wat doet de Minister om de huidige problemen op te lossen en nieuwe te voorkomen?

11. Reeds eerder heeft de CDA-fractie de Minister gevraagd uiteen te zetten wat het akkoord van Berlijn betekent voor de inzet van ESF-gelden. Het Kabinet heeft alles ingezet voor de sluitende aanpak. Volgens mijn fractie is dat niet wat in Berlijn is afgesproken. Daar zijn langdurig werklozen als doelgroep aangemerkt.

Kamerlid: Gerda Verburg

Deel: ' Inbreng CDA bij debat arbeidsvoorziening '




Lees ook