CDA

: Tweede Kamer : Openbare Gezondheidszorg (300300)

Archief Schriftelijke Vragen Archief Schriftelijke Vragen

Openbare Gezondheidszorg (300300)

Den Haag, 30 maart 2000

Vz. mijn fractie is ronduit teleurgesteld over het standpunt van het kabinet op het visiedocument Spelen op winst van het Platform Openbare Gezondheidszorg.
In de brief van 17 maart jl. worden wederom een aantal ontwikkelingen geschetst, maar concreet beleid over de gewenste structuur en financeiring van de Openbare Gezondheidszorg (O.G.) ontbreekt. Onduidelijk is nog welke visie het kabinet heeft op de gewenste basistaken van de O.G. Het wachten is nog op de meningsvorming over de aanbevelingen van de stuurgroep basistaken collectieve preventie en de financiële doorrekening van deze aanbevelingen. Op zich zijn er wasmanden vol goede bedoelingen maar vooralsnog blijft het daarbij. Allerlei organisaties (GGD,VNG, Platform, etc) zijn druk aan het werk, worden op onderdelen door de minister ook (financieel) ondersteund, maar het politiek commitment van de zijde van de regering zelf ontbreekt.
Om de gewekte politieke belangstelling voor openbare gezondheidszorg bij de lagere overheden verder te bevorderen en te stimuleren is echter een politiek commitment van de regering dringend noodzakelijk.
Integraal beleid

In het recente verleden (1997/1998) hebben een aantal rapporten het licht gezien: Volksgezondheid Toekomst Verkenning 1997, De Staat van de Gezondheidszorg, de Staat van de Gezondheidsbescherming en het WRR-rapport Volksgezondheidszorg. In reactie op een motie (25600 XVI, nr. 32) heeft de minister bij brief van 10 maart 1998 (25600 XVI, nr. 61) de Kamer laten weten dat zij er de voorkeur aan geeft om genoemde rapporten in samenhang te bezien en een integrale reactie voor te leggen. Voor zover mij bekend is het tot die samenhangende en integrale reactie nooit gekomen. Een reactie, die m.i. wel mede ten grondslag had moeten liggen aan het beleid inzake openbare gezondheidszorg. Wel zijn er flarden van reacties verschenen in de JOZ-notas, memories van toelichting bij de begrotingen en beleidsbrieven, maar nooit een integrale, laat staan een samenhangende reactie. Er is wel ondertussen een regeerakkoord tussendoor gekomen, maar de reactie, de visie gegrondvest op de analyses van die rapporten, heb ik nooit gezien. Wellicht dat dat mede een verklaring vormt voor het gebrek aan samenhang, visie en politiek commitment voor het beleid van de openbare gezondheidszorg. Ondertussen is door de minister onlangs wel de opzet van de VTV-2002 goedgekeurd. Hopelijk is dat een beter lot beschoren dan de VTV-1997. Het is treurig nu in de brief van 17 maart jl. te moeten lezen dat de minister stelt dat de VTV-1997 laat zien dat er aanzienlijke gezondheidswinst is te boeken door een gezondere leefstijl en dat zij met name daaraan de komende periode aandacht wil schenken, onder meer door de inzet van fl. 50 mln. in een programma van ZON met de titel gezond leven. Vijf jaar geleden wisten we dit ook al en toen is verzuimd er een visie en maatregelen op te zetten. Waarop is het bedrag van fl. 50 mln. eigenlijk gebaseerd? Waaraan zal dat worden besteed, welke precieze doelstellingen moeten daarmee worden gehaald en welke prestaties moeten daartoe geleverd worden?

Preventie

Preventie anno 2000 betekent vooral
gedragsbeinvloeding/gedragsverandering. Hoe kan de overheid met de partijen in het veld bevorderen dat mensen meer op het eigen gezondheid letten: gezond eten, geen of minder alcohol drinken, geen drugs gebruiken, meer bewegen en minder of liefst helemaal niet roken. De cijfers stemmen niet tot optimisme. Het risicogedrag bij jongeren neemt toe wordt in de brief geconstateerd. Het gebruik van alcohol en het roken onder deze groep neemt nog steeds toe. In de brief wordt vastgesteld, dat leefstijlfactoren zich ongunstig ontwikkelen. Welke verklaringen zijn daarvoor te geven? Moet alleen daaruit al niet worden vastgesteld dat het beleid in dat opzicht heeft gefaald? Welke (beleids)conclusies worden door de regering daaruit getrokken? Tijdens een NO op 17 oktober 1994 zei deze minister nog dat zij de komende jaren graag prioriteit wil geven aan preventie. We zijn vijf jaar verder en is dit daarvan nu het trieste resultaat? Het Platform Openbare Gezondheidszorg geeft het antwoord: het Rijk brengt te weinig samenhang aan, de lokale overheid geeft onvoldoende inhoud aan haar rol, de financiering is te verbrokkeld, er zijn te weinig adequaat opgeleid professionals en er wordt te veel aanbodgericht gewerkt en, gekoppeld aan de intentie van de minister in oktober 1994, er is meer draagvlak voor de openbare gezondheidszorg nodig. Wat heeft de minister concreet aan die draagvlakverbreding gedaan? Een taak voor haar bij uitstek. Waaruit is die prioriteit de afgelopen vijf jaren nu eigenlijk gebleken en welke concrete beleidsdoelstellingen zijn behaald? Naast alcohol en roken onder jongeren kan in dat verband zeker ook nog gewezen worden op het groeiend druggebruik onder jongeren. Je zou, na hetgeen het Platform heeft vastgesteld, een duidelijke beleidsvisie en concrete maatregelen van deze regering verwachten, maar kennelijk is dat teveel gevraagd, want het is niet uit de stukken te halen.

Facetbeleid

Preventie is niet alleen een aangelegenheid van de minister van VWS; het betreft immers facetbeleid. Zij is echter wel degene die op dit punt coördinerend en enthousiasmerend naar haar collegae en het veld moet zijn en als eerste daarvoor politiek aanspreekbaar en verantwoordelijk is. Tijdens een NO op 17 oktober 1994 zei deze minister nog dat ze overtuigd was van het belang van facetbeleid. Ze zou daarover met haar collegae in het kabinet in gesprek gaan, ze proberen enthousiast te krijgen voor het gezamenlijk werken daaraan en zou ze een begin maken met concreet facetbeleid. In dat verband sprak ze zelfs, analoog aan de milieueffectrapportages, over gezondheidsrapportages over belangrijke beleidsmaatregelen. Sindsdien hebben we daarover weinig meer gehoord. Wat is nu de stand van zaken van het facetbeleid? Waaruit blijkt concreet dat er facetbeleid wordt gevoerd? Waaruit is dat de afgelopen vijf jaar gebleken in het regeringsbeleid en welke concrete wapenfeiten zijn daarbij geboekt? Wat is er geworden van het idee om te komen tot gezondheidsrapportages? Een samenhangende visie op eerdergenoemde rapporten had een goede aanzet kunnen leveren om te komen tot het gewenste facetbeleid op het terrein van de openbare gezondheidszorg; een gemiste kans. Liever daadwerkelijk vooruitgang boeken op een paar vraagstukken binnen de openbare gezondheidszorg, dan een groot aantal problemen aanraken zonder ze op te lossen zo lezen we in de brief van 17 maart jl., waartoe een goede analyse onontbeerlijk is. Goede analyses zijn er genoeg gemaakt, daaraan ontbreekt het niet, wel aan goede beleidsdaden. Op welke concrete vraagstukken heeft de regering dan eigenlijk het oog en welke doelstellingen stelt zij zichzelf daarbij voor ogen? Wat is haar ambitie en waarop mogen wij haar tegen het einde van deze kabinetsperiode afrekenen? Haar net afgetreden collega van Binnenlandse Zaken heeft gezegd dat hij er op afgerekend wilde worden dat het in ons land veiliger geworden zou zijn aan het eind van deze periode. Als het de minister ernst is met de openbare gezondheidszorg is zij dan bereid zon politiek commitment aan te gaan?

Rol gemeenten

Vooral bij de lagere overheden wordt de uitvoering van het beleid voor de openbare gezondheidszorg neergelegd. Veel gemeenten zijn overtuigd van het nut en de noodzaak hiervan. Zo zullen zij eens in de vier jaar gezondheidsplannen moeten opstellen. De uitwerking daarvan en de implementatie in het beleid zal echter ook de nodige kosten met zich brengen. Wordt overwogen dat middels een stimuleringsmaatregel te faciliteren, zoals dat in het verleden bijvoorbeeld ook voor het milieubeleid en het beleid van de kinderopvang is gebeurd? Zon regeling kan dit proces ondersteunen. Aan welke bedragen wordt hierbij gedacht?

Taken GGD

Er zal ook duidelijkheid moeten komen over de rolverdeling tussen gemeenten, Rijk en GGD. Wie is nu precies verantwoordelijk voor wat? Helderheid hierover is van groot belang om te kunnen komen tot een slagvaardige invulling van de openbare gezondheidszorg. Bij de GGD Zuid-Hollandse Eilanden schijnt men in dat verband te werken met het zgn. functionele productbesturingssysteem, bedoeld om een aansturing op maat mogelijk te maken voor alle GGD-taken (Medisch contact 30 oktober 1998). Wat zijn daarmee de ervaringen? Zijn er ook nadelen aan verbonden? Is, gelet op de ervaringen, landelijke invoering van zon aansturingsysteem het overwegen waard? Wat verzet zich daar eventueel tegen?

Infectieziekten

Infectieziekten duiken de laatste tijd weer meer en meer op. Heeft o.a. te maken met de verre reizen die vele landgenoten maken naar exotische orden, maar ook met de komst van allochtonen. De infectieziektebestrijding zal dan ook versterkt moeten worden. Voorts kan gewezen worden op infectieziekten als de legionella besmetting, die onlangs nog veel mensen het leven heeft gekost en waartegen in de preventieve sfeer nog veel moet gebeuren. Kan worden bevestigd dat GGD-Nederland de regering heeft voorgesteld een groot project in te richten met als doelstelling vast te stellen hoe de infrastructuur van de infectieziektebestrijding zodanig kan worden ingericht dat deze voldoet aan de kwaliteitseisen en aan de wensen en verwachtingen van Rijk en gemeenten? Wat is de reactie van de regering hierop? Wat zijn de kosten van de voorgestelde infrastructuur, incidenteel en structureel?

Jeugdgezondheidszorg

Ook over de jeugdgezondheidszorg valt het nodige te zeggen vooral daar waar het gaat om de positionering van de jeugdgezondheidszorg van 0-19 jarigen. Op 24 februari jl. zijn daarover schriftelijke vragen voorgelegd aan de regering welke nog niet zijn beantwoord. Ik neem aan dat na ommekomst van de antwoorden de Kamer in een apart A.O. hierover met de regering van gedachten kan wisselen.

Dak- en thuislozen/psychische hulpverlening

In een brief d.d. 12 januari 2000 (25 424) wordt een visie gegeven op de hulpverlening aan psychisch gestoorde mensen in een crisissituatie. Onlangs ook weer actueel vanwege de dood van een zwerver in Amsterdam, die hardhandig uit een politiebureau geduwd zou zijn en waarvoor een van de betrokken agenten is veroordeeld. De politie komt als 24-uurs organisatie veelal als eerste in aanraking met mensen die aan de zelfkant van de maatschappij leven. Veelal hebben deze mensen (verslaafden, daklozen, mensen met ernstige psychische problematiek) hulp en begeleiding nodig, maar krijgen zij deze hulp niet. Nog onlangs is een debat gevoerd over de BOPZ, waarin de minister heeft toegezegd het gevaarscriterium te willen verruimen in haar toepassing in de praktijk. Later zal daarover verder gesproken worden. We gaan er vanuit dat de BOPZ daardoor meer in overeenstemming zal worden gebracht met de praktijk, zodat mensen zonder ziekte-inzicht niet aan hun lot worden overgelaten en adequaat geholpen kunnen worden. Het landelijke convenant OGGZ, zoals oktober jl. afgesloten en de instelling van het Platform Openbare Geestelijke Gezondheidszorg als één van de uitvloeisels daarvan is op zichzelf een goede zaak. Zo kan een interdisciplinaire aanpak tot stand worden gebracht. Ervaringen en resultaten van succesvolle samenwerkingsverbanden kunnen zo onder de aandacht gebracht worden van regios waar het nog niet goed loopt. Nijmegen schijnt een goed voorbeeld te zijn waar de samenwerking goed op gang is gekomen en in de Amsterdamse regio is het zgn. Amstelzorgakkoord tot stand gekomen dat een einde moet maken aan de versnipperde zorg voor psychiatrische patiënten en de soms chaotische crisishulpverlening in de hoofdstad. Zo kan een betere regie en samenhang in de hulpverlening op gang komen. Bestaat er zicht op de Nijmeegse en Amsterdamse ervaringen? Zijn daar goede afspraken gemaakt over wie voor wat verantwoordelijk is en over de financiën? Wat zijn de resultaten en zijn die goed bruikbaar voor andere regios? Voorkomen kan zo worden dat het wiel telkens opnieuw uitgevonden moet worden. Evenals elders in de sector zal ook hier de krapte aan personeel zich doen voelen. Is de personeelsbezetting ook hier een knelpunt en wat wordt daaraan gedaan? Kan worden bevestigd dat de ergste overlastbezorgers wel worden aangemeld bij de crisisdiensten, maar dat het met name diegenen zijn, die geen overlast bezorgen, maar zichzelf wel ernstige verwaarlozen en sterk lijden aan vereenzaming, die de zorgverleners ongerust maken? Hoe wordt deze groep van mensen gesignaleerd en geholpen?

Samenvatting

Samenvattend is mijn fractie van mening dat het beleid van dit kabinet op het gebied van de O.G. volstrekt onvoldoende is. Een veelheid van goede bedoelingen, intenties, notas etc. Maar het blijft tot op heden papieren beleid. Papier is geduldig, maar mijn fractie niet en wil van de minister de toezegging dat nog vóór het zomerreces (dus vóór de begrotingsbehandeling) de minister weergeeft welk daadwerkelijk beleid door haar wordt voorgesteld.

Kamerlid: Siem Buijs

Deel: ' Inbreng CDA debat openbare gezondheidszorg '




Lees ook