GroenLinks

GroenLinks Tweede-Kamerfractie Nieuwsbrief 26 juli 2002 16:01
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Inbreng Femke Halsema debat regeringsverklaring

(26 juli 2002)

Voorzitter,

Het aantreden van een nieuw kabinet behoort vanzelfsprekend vergezeld te gaan van felicitaities. Bij deze wil ik dan ook graag de nieuwe minister-president en zijn collega's feliciteren met hun benoeming en de vorming van het eerste kabinet Balkenende. De heer Balkenende wil ik daarbij complimenteren met de voortvarendheid waarmee hij het nieuwe kabinet heeft vormgegeven. Wellicht in een enkel opzicht te snel, maar ook doortastend en vol zelfvertrouwen - zeker voor iemand die tegelijkertijd zijn eerste schreden zet in het landsbestuur. Eerder deze week werd premier Balkenende in zijn ideologische bevlogenheid vergeleken met de meest linkse premier die ons land ooit heeft gekend: Den Uyl. Het zal hem, daar twijfelen we niet aan, hebben gevleid en hij moet hebben gedacht: die vergelijking doe ik eer aan. De verklaring van vanochtend heeft een hoog ideologisch CDA-gehalte. Het gonsde van begrippen als 'de eigen verantwoordelijkheid', 'collectieve geborgenheid', 'de sterkste schouders - de zwaarste lasten', 'de mens in beeld', gemeenschappelijke waarden en normen', 'waardige begeleiding van mensen', 'een schild voor de zwakken' enz. enz. En, zegt de nieuwe premier: dit kabinet werkt aan een herstel van vertrouwen: 'niet met mooie woorden maar met herkenbare daden'. Daadkracht en duidelijkheid! De Rotterdamse aanpak Martinus Nijhof, de dichter, zei het ooit anders. Hij zei namelijk: 'de schrijfmachine mijmert gekkepraat. Lees maar, er staat niet wat er staat'. Want, met alle respect voor de intenties van de nieuwe premier: wij kunnen moeilijk een verband leggen tussen de vloeiende, vredelievende en sociaal-christelijke woorden van vanochtend en de voornemens die eerder zijn neergeschreven in het strategisch beleidsdocument. Die voornemens worden bepaald door het 'strenge dirigisme' - om met columnist Bomhof te spreken - van het financile beleid. Aflossing van de staatsschuld, het bereiken van een begrotingsoverschot van 1% maken de beloofde investeringen in de publieke sfeer onmogelijk. Met de wetenschapper Bomhof vinden wij dit zeer onverstandig begrotingsbeleid, met negatieve consequenties voor de zorg en het onderwijs. Volgens de premier vanochtend is dit nodig want, zegt hij nu, de afgelopen jaren is er in ons land op te grote voet geleefd. Betekent dat, zo vraag ik de MP, dat de samenleving, met andere woorden, nog maar wat verder ineen moet schrompelen. Opvallend is het overigens ook dat de regeringsverklaring van vanochtend, behoudens het inhaalverbod voor vrachtwagens, geen enkele inhoudelijke toevoeging kent. De ministers voeren dus een regeerakkoord uit dat, ouderwets monistisch, door drie fracties in besloten onderhandelingen is opgesteld. En dat regeerakkoord, als receptenboek voor dit kabinet, baart ons grote zorgen: de mooie woorden van vanochtend doen daar niets aan af. Ik noem onze vier grootste zorgen.
1. Een schild voor de zwakken.

1. Vanochtend verwees de nieuwe minister van SozaWe, de Geus, naar Ab Harrewijn om zijn motivatie voor de komende jaren te illustreren: hij stond voor een schild voor de zwakken. Het verheugt ons dat inspiratie wordt ontleend aan een sociaal bewogen GroenLinks-politicus. Maar het schept ook grote verwachtingen. En het staat diametraal op bijvoorbeeld: het afschaffen van de gesubsidieerde arbeid; afschaffing van de subsidie op het aannemen van werknemers met een vlekje. Er komt een eigen bijdrage in de gezondheidszorg, een sollicitatieplicht voor ouderen van 57,5 jaar en ouder, Allochtonen met een kind in een herkomstland krijgen nog maar 10 % van de kinderbijslag, categoriaal inkomensbeleid verdwijnt, illegalen en drugsgebruikers worden criminelen, vluchtelingen zijn nauwelijks meer welkom. Hier tegenover staat dat de midden- en hogere inkomens het beter krijgen door de afschaffing van de OZB en het kwartje van Kok; het nieuwe zorgstelsel bevoorrecht vooral hen. Dit zijn niet de sterkste, maar de zwakste schouders die de zwaarste lasten moeten gaan dragen. Wie het goed gaat in dit land krijgt meer vrijheid, wie het moeilijk heeft krijgt meer verplichtingen. Een harde hand waar zorgzaamheid nodig is, zorg waar een harde hand op zijn plaats zou zijn. Wil de MP hier eens op ingaan?
2. de multiculturele samenleving
Deze verkiezingen zijn in hoofdzaak gegaan over de gegroeide weerzin tegen de multiculturele samenleving en de angst van veel mensen tegen voortgaande migratie. Dit thema is vooral door de LPF en de VVD gekapitaliseerd; het CDA heeft, bij monde van haar lijsttrekker, hierin een enigszins wankelmoedige positie ingenomen: de multiculturele samenleving is geen doel op zich maar culturele pluriformiteit dient beschermd te worden. Het regeerakkoord is hard en eenduidig. Migratie moet verminderd, of bijna gestopt worden, nieuwkomers moeten assimileren. Dit wordt het beste geillustreerd door van integratie een justitile aangelegenheid te maken met een tweede minister van justitie, een minister van vreemdelingenbeleid en integratie (wie draagt overigens de uiteindelijke verantwoordelijkheid op het departement?). Integratie hoort wat ons betreft te gaan, behalve over inburgering, over arbeidsmarktbeleid, over onderwijs, over discriminatiebestrijding (en hierover zwijgt het regeerakkoord in alle talen) n niet over gevangenissen, boete en straf. Wil de MP deze keuze nog eens motiveren? De politieke discussie, de eenzijdige justitile aandacht voor de multiculturele samenleving, trekken een wissel op het welzijn van de, hier soms al decennia wonende etnische minderheden. De problemen met inburgering en met name de tweede generatie jongeren zijn genoegzaam bekend, inmiddels voldoende uitgesmeerd en dienen ook te worden aangepakt. Maar wij vinden het nu tijd worden dat de nieuwe premier, de vorige premier indachtig, ook kenbaar maakt een premier van alle Nederlanders willen zijn. Ik zou hem daartoe willen uitnodigen.
3. We moeten onze kinderen niet opzadelen met onze milieulasten, steld de MP vanochtend. Mooi gezegd. Maar de milieuparagraaf beperkt zich tot een tot strategische ontwikkelingsstrategie (een strategische strategie: graag zou ik de diepere betekenis daarvan uitgelegd krijgen). Het kabinet wil voornamelijk aansluiten bij maatschappelijke belangen en ontwikkelingen en daar niet meer tegenin gaan. De concrete maatregelen die het kabinet neemt, zijn zonder uitzondering slecht voor het milieu. Gemeenten mogen de groene ruimte verder vol bouwen; de kerncentrale in Borssele blijft langer open; misschien wordt er toch naar gas geboord onder de Waddenzee; de belastingkorting voor duurzame energie en duurzaam beleggen verdwijnt; er wordt 90 miljoen bezuinigd op natuuraankoop; automobilisten worden gestimuleerd de auto meer te gebruiken (bredere wegen, lagere benzineprijs); de groei van het luchtverkeer wordt niets in de weg gelegd. Sterker nog, de nieuwe minister van Economische Zaken wil helikopter-vervoer gaan stimuleren. Te beginnen met een helikopter voor zichzelf. Feitelijk beschrijft het regeerakkoord het einde van nationaal milieubeleid, beklonken met de afschaffing van een minister voor milieu. Graag zou ik van de MP willen vernemen wat het kabinet bewogen heeft om milieu zo demonstratief naar het tweede plan te verschuiven.
4. de internationale solidariteit:
'Hoe groot is de wereld' was de vraag van Novib vanochtend. Een terechte vraag: het antwoord moet luiden: groter dan Nederland. Recent onderzoek van UNDP demonstreert dat de verschillen tussen arm en rijk, tussen het noorden en het zuiden, tussen West-Europa en Oost-Europa groter worden. Dat vraagt om structurele armoedebestrijding, nastreven van eerlijke handel en conflictpreventie. Het regeerakkoord zwijgt. Het budget van OS zou intact blijven. Feitelijk vermindert het door de gelden die naar de schuldaflossing van de Antillen gaan en de opvang van asielzoekers gaan. De gebrekkige belangstelling voor de wereld om ons heen wordt het beste gedemonstreerd door de devaluatie van de minister van OS tot een staatssecretariaat, wat wij zeer betreuren. Voorzitter, deze vier hoofdbezwaren van de GroenLinks-fractie brengen mij tot een eerste typering van dit kabinet. Een schild voor de zwakken, zei de MP vanochtend, wil dit kabinet zijn. Wij zien het tegenovergestelde. Met dit kabinet lijken de belangen van de gevestigden in dit land met de redelijke tot hoge inkomens, met voldoende kansen en ontplooiingsmogelijkheden gewaarborgd. Zij krijgen meer keuzevrijheid en minder regels. Dit gaat ten koste van een groeiende groep buitenstaanders: de zwakken, de migranten, de komende generaties en de armen wereldwijd, die ofwel nieuwe verplichtingen krijgen, of simpelweg vergeten worden. Het lijkt een kabinet van de gearriveerden te worden. Voorzitter,
De afgelopen weken is het nieuwe kabinet gereed gekomen, behoudens De vacature emancipatie en gezinszaken die op dit moment onvervuld is. Vrouwen lijken er in de nieuwe politieke cultuur nauwelijks aan te pas te komen. Schijnbaar hadden ze geen of nauwelijks toegang tot de partijpolitieke achterkamers. Het is een ongehoorde blamage dat dit kabinet maar n vrouwelijke minister kent: beneden Turks peil om met Hanja Maij Weggen te spreken. 'Ze wilden niet' is het excuus: dat excuus is even oud als de eerste feministische golf en even belegen als de vele heren die zich hier al decennia lang van bedienen. Laten wij zeggen dat wij blij zijn met Maria van der Hoeven, die bescheidn heeft plaatsgenomen op de tweede rij. Een vraag aan de heren: wie maakt er plaats voor haar? Met de afwezigheid van vrouwen kom ik ook op de nieuwe ministers en staatssecretarissen die in grote getale vandaag aanwezig zijn: het was de afgelopen twee weken 'goede tijden, slechte tijden' in optima forma en als cliffhanger voor de zomerstop hangt de vacature van de staatsecretaris voor emancipatie en gezinszaken in de lucht. Mevrouw Bijlhout, staatsecretaris voor 7 uur, is met een formidabele gouden handdruk vertrokken. Volgens fractievoorzitter Herben heeft zij het verdiend omdat 'zij heeft geleden' onder wat er is gebeurd. Vertel dat maar eens aan een Melketier die straks weer uitzicht heeft op de bijstand na jaren als stadswacht of als congirge te hebben gewerkt. Graag herhalen wij hier het voorstel van de SP-fractie om de wachtgeldregeling voor ministers en staatssecretarissen gelijk te trekken aan die van kamerleden. Dat beperkt de financile zekerheid tot een half jaar. Wij blijven het verbazingswekkend vinden dat de juiste informatie over haar verleden bij de premier niet bekend was terwijl die in Suriname op straat voor het oprapen bleek. Graag zou ik van de premier, maar ook van fractievoorzitter Herben willen horen, hoe het komt dat hen dit is ontgaan, temeer daar haar deelname aan de volksmilities al lang bekend was, en ook bekend was dat deze pas kort voor de decembermoorden waren opgericht. Als de politieke voorkeuren van met name de LPF-bewindslieden bij elkaar opgeteld worden dan lijkt dit kabinet het gehele dominante, politieke establishment te omvatten. De nieuwe minister van vreemdelingenbeleid en integratie was tot vorige week raadslid voor het CDA en ooit de ontwerper en pleitbezorger van het bekendste specifieke pardon van Nederland: de Nawijn-vluchtelingen. Minister De Boer van V&W die slechts met tegenzin zijn VVD-lidmaatschap heeft opgegeven. De minister van VWS was de afgelopen 30 jaar weliswaar kritisch, maar ook overtuigd sociaal-democraat maar heeft na de verkiezingsnederlaag van 15 mei anders besloten, met achterlating van de meeste van zijn opvattingen en voorkeuren. Columnist, wetenschapper en minister Bomhof lijken onverenigbare grootheden of heeft de nieuwe minister, zoals het AD gisteren meldde, inderdaad bij het constituerend beraad verzocht om geen plafond aan te brengen op de uitgaven voor de zorg. Graag een reactie. Deze minister en vicepremier heeft, na een eerste ongelukkige relativering van het achterhouden van informatie door mevrouw Bijlhout (de 80-jarige oorlog was erger: ga dat maar eens uitleggen in Suriname), de eer de eerste ministerile affaire op zijn naam te hebben. De topambtenaar Van Lieshout wordt de laan uitgestuurd omdat hij geen vertrouwen zou hebben: de krant gelezen op een congres, opvattingen geuit die de nieuwe minister maar al te bekend zouden moeten voorkomen. Een minister is geen zonnekoning. Wij krijgen het gevoel dat hier iemand geslachtofferd wordt vanwege zijn politieke achtergrond. En de LPF wil, blijkens het FD er meer laten volgen. Vraag aan de MP: is hij het met mij eens dat dit bespottelijk en onfatsoenlijk is. En kan hij mij uitleggen hoe het komt dat er volgens hem geen ontslag is aangezegd terwijl fractievoorzitter Herben er vorige week al van op de hoogte was dat Van Lieshout de laan uit moest? Ons vertrouwen in deze nieuwe vice-premier is met de getoonde wisselvalligheid en bestuurlijke willekeur niet groot. Zijn gedrag optellend bij de eerder genoemde bewindslieden, zijn wij nieuwsgierig naar de politieke moraal van de bewindslieden van dit kabinet. Wat is een opvatting waard? Hoe lang, en onder welke omstandigheden wordt die verdedigd? Zal dit kabinet inderdaad 'zeggen wat zij denkt en doen wat zij zegt'? Maar wat denken die bewindslieden eigenlijk, wat gaan ze zeggen en wat gaan ze doen? En hoe lang houden hun opvattingen stand, hoe lang zullen ze er naar handelen?Hoe groot is de politieke betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van dit kabinet? Voorzitter,
In de regeringsverklaring word het verlangen naar een duale politieke cultuur nog eens gememoreerd. Het kan niet verhullen dat de afgelopen week met de affaire Bijlhout en de ruzinde vice-premiers, de lichten in het torentje elke avond brandden. En niet alleen de bewindslieden kwamen op bezoek maar ook de fractievoorzitters, n in ieder geval. Er moet gebroken worden met de achterkamertjespolitiek, roept een kamerlid bijna elke dag in de krant. Zo langzamerhand kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er sprake is van selectieve verontwaardiging. Het formatieproces verliep volgens het bekende stramien van achterkamertjes: de onderhandelaars wisten ook al snel de sluipwegen in het parlement, ver van pers en openbaarheid, te vinden, of een huiskamer in Naarden waar ministers werden geselecteerd. De voordracht van kamerlid Melkert bij de wereldbank is in dit licht zeker niet het meest aansprekende voorbeeld van achterkamertjespolitiek; ik kan betere en overtuigender voorbeelden uit de meest recente politieke geschiedenis verzinnen. En voorzitter, hiermee kom ik tot mijn slot. Terecht begon de ministerpresident de regeringsverklaring met opmerkingen over de aanhoudende bedreigingen waaraan politici blootstaan. Van de heer Melkert heb ik inmiddels begrepen dat de aantrekkelijkheid van de nieuwe baan zijn keuze motiveert en niet de aanhoudende bedreigingen. Maar dat dit verband gelegd wordt zegt veel over het huidige politieke klimaat, waarin men tegendraadse opvattingen met bedreigingen onmogelijk probeert te maken. Meer nog dan de door iedereen gewenste vermindering van achterkamertjespolitiek, hecht ik op dit moment dan ook aan een solidaire en ondubbelzinnige veroordeling van intimidatie en bedreiging.


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Deel: ' Inbreng Femke Halsema debat regeringsverklaring '




Lees ook