Partij van de Arbeid


Embargo tot moment van uitspreken

FVD 050/'99 Den Haag, 5 oktober 1999

INBRENG Ferd Crone bij Algemene Financiële Beschouwingen d.d. 5 oktober 1999

1. De PvdA is zeer tevreden met de prioriteiten die de kamer en het kabinet bij de APB gezamenlijk hebben vastgestel voor de begroting van volgend jaar. Extra ruimte voor een aantal maatschappelijke knelpunten zoals in zorg en onderwijs, kinderopvang en milieu. En natuurlijk grote vreugde over de extra koopkrachtverbetering, een vol procent extra voor mensen met een bescheiden inkomen, en extra aandacht voor gezinnen met kinderen. Het is zelfs meer geworden dan de SER en de vakbeweging hadden bepleit en dit generieke inkomensbeleid is voor ons een goede versterking van het succesvolle beleid gericht op armoedebestrijding via specifieke maatregelen van de laatste jaren.

Over de uitwerking van de bij de APB voorgestelde en door een meerderheid aangenomen uitgavenprioriteiten 'koppelingplus' en lastenverlichting hebben we wel de instemming van het kabinet gehoord bij monde van de MP, maar komt er ook een brief hoe dit technisch in de begrotingen (suppletoir?) verwerkt wordt? Er zal nauwkeurig op moeten worden toegezien dat de afgesproken prioriteiten niet gaan schuiven. Mijn fractie zal dat per begrotingshoofdstuk natuurlijk nog goed nagegaan bij de komende begrotingsbehandelingen.

Het is goed in de AFB nog een te toe te lichten dat de intensiveringen die de Kamer heeft aangebracht (totaal ruim 1 mld. aan uitgaven- een belastingkant), naast de intensivering die het kabinet zelf al had gedaan (1.9 mld, zijnde 863 mln uitgavenvergroting waaronder 500 mln voor Kosovo en 1 mld. lastenverlichting), financieel verantwoord is binnen de behoedzame kaders en laat zien dat deze coalitie durft te blijven investeren in sterk en sociaal, boven op de enorme impulsen die het RA al bevat.

Het gaat mij echter niet om meer en nog meer geld. Een zwaar punt, wil ik het kabinet vragen, moet worden gemaakt van de voering die efficiënt moet, en van de arbeidsmarkt problemen: de collectieve sector moet waar voor zijn geld geven!

Wat betreft de uitvoering zijn trefwoorden het contract met de burger en de prestatiebegroting. We zijn minder geïnteresseerd in de bedragen die worden uitgegeven, maar des te meer in de resultaten waar het kabinet zich op laat vastpinnen en die gecontroleerd zullen worden op de derde woensdag. Een algemeen knelpunt is de arbeidsmarktvoorziening voor werken in de collectieve sector. Nu is er meer geld voor handen aan het bed, kleinere klassen, politie op straat enz., maar zijn er toenemende wervingsproblemen. Het centrale probleem blijkt hier niet zo zeer te liggen in (aanvangs)salarissen maar meer in de secundaire voorwaarden als kinderopvang en in de geboden werkomstandigheden (van werkdruk tot loopbaanmogelijkheden).

 

 

FVD 050/'99 - 2 -

Is het kabinet bereid per sector een veel actiever beleid te voeren dat ook een externe uitstraling moet krijgen. Mensen moeten zien dat er weer geïnvesteerd wordt in werken in de collectieve sector, wat op zich al een wervend effect zal hebben op school- en beroepskeuze. Een mooi voorbeeld is de sterke groei van het aantal leerlingen op de Pabo's, na een jarenlange daling. Ik wil M. Zalm voorstellen dat het kabinet voor elke begrotingsbehandeling waar dat relevant is aan de Kamer schriftelijk, een arbeidsmarktbrief per sector, zal laten weten hoe het de arbeidsmarktknelpunten gaat aanpakken (via urgentieplannen).

De diverse begrotingswoordvoerders kunnen dan met de ministers daar verdere afspraken over maken.

Aan Zalm de taak om in vervolg op de APB er zorg voor te dragen dat de uitgavenreserve (250 mln., tranche 2000) mede ingezet kan worden voor arbeidsmarktknelpunten, voor zover deze reserve niet nodig is voor de nominale problematiek.

2. Bij de AFB wordt altijd ingegaan op de algemeen economische ontwikkeling en

(structurele) sterktes en zwaktes van de Nederlandse economie. Het is duidelijk dat we er nu, ook in Europees perspectief, heel goed voor staan. De internationale veronderstellingen waarop de verwachtingen zijn gebaseerd zijn zelfs voorzichtig.

Het is ook goed om vast te stellen dat de internationaal dreigende monetaire en economische crisis van een jaar geleden met geluk en wijs optreden van IMF en andere monetaire autoriteiten beperkt is gebleven. De dip is minder dan verwacht en de landen herstellen zich redelijk snel. Ook de introductie van de Euro heeft bewezen stabiliteit in de Euro-zone te hebben gebracht (wat zijn de critici stil?).

Van groot belang is dat op internationaal niveau meer dan ooit het besef is doorgedrongen dat preventief beleid geboden is. Vorige en deze week lijkt grote vooruitgang geboekt in de jaarvergadering van het IMF: meer transparantie, meer flexibiliteit en adempauze's voor landen die klem komen te zitten en eindelijk ook een gedeelde verantwoordelijkheid voor private financiers waaronder banken. Dit is van belang waar zij te gemakkelijk landen en bedrijven hebben gefinancierd omdat ze wisten dat de regeringen/IMF/ en dus de bevolking in arme en rijke landen de risico's moesten dragen (moral hasard). Moeten zij achteraf meebetalen, zo is de gedachte, dan zullen zij ook vooraf minder risico nemen. Een belangrijk preventief effect.

Tegelijk lees ik in de krant dat de banken, bij monde van ING bestuurder C. Maas, een invloedrijke man in de internationale haute finance, tegenstribbelen; logisch omdat zij hun vrijheden beperkt zien en ook de mogelijkheden om risico's af te wentelen op het IMF en de landen. Is het juist dat daarentegen het IMF de poot stijf zal houden en landen als nu bijvoorbeeld Ecuador steunt bij het aanpassen van de afbetalingsverplichtingen naar particuliere financiers?

Kan minister Zalm een toelichting geven op wat er nu precies is besloten in IMF kader, laten particuliere banken zich nu meenemen in een eerlijke lastenverdeling (burden sharing). M. Zalm wordt gevraagd hoe hij dit inschat.

 

 

FVD 050/'99 - 3 -

Voorts lof voor kwijtschelding schulden van arme landen, waarvan ik begrijp dat

M. Herfkens en Zalm een belangrijke katalyserende rol hebben gespeeld.


De wereldeconomie staat er dus beter voor. Aan de andere kant zijn er nog risico in de Verenigde Staten. Voor het zevende jaar zijn de economen het er niet over eens of de beurs is overgewaardeerd en er een harde landing komt, dan wel dat er een gestage groei is met een zachte landing. Een boeiend debat, zeker ook voor ons land omdat wij een vergelijkbare economie hebben gekregen met aanhoudend hoge groei (golden age/ debat voorjaarsnota), met eveneens een relatief grote dienstensector, sterke banengroei en overheidsfinanciën die richting evenwicht gaan.

Het debat over de mogelijkheid en waarschijnlijkheid van een aanhoudend hoge groei gaat over twee vragen. Ten eerste of door ICT de economie op een structureel hoger groeipad is gekomen en ten tweede of de conjunctuurgolf rond het groeipad minder heftig is geworden. Vooralsnog lijkt een genuanceerde positie op zijn plaats. De meeste gunstige economische ontwikkelingen zijn met de 'oude' economische theorie ook heel best te verklaren. De recente hoge groei kan worden teruggevoerd op sterke stijging arbeidsaanbod, internationalisering van markten, flexibilisering van markten, stijging algemeen scholingspeil, dalende grondstofprijzen, internationalisering bedrijfsleven, toenemende besparingen en lage (reële) rente. Toch zien steeds meer economen dat ICT juist ook in deze ontwikkelingen een extra dimensie heeft gegeven: kapitaalmarkten konden internationaal alleen zo efficiënt worden door ICT.

Toch gaat het echt veel te ver om de ICT-ontwikkeling als doorslaggevend te zien voor een never ending succes story. Daarvoor is het bewijs nog flinterdun. Het is zelfs onwaarschijnlijk als element in ons land en de rest van Europa, want we liggen op de VS nog mijlen ver achter. Ik hou het er voorlopig op dat ICT wel, in combinatie met nieuwe organisatie- en marktvormen in vele sectoren wel een extra groeiimpuls op kan leveren, vergelijkbaar met de gelijktijdige brede introductie van bv. elektriciteit , telefonie en de verbrandingsmotor. Een innovatiegolf die langer duurt dan de gebruikelijke conjunctuurcyclus, maar het zou gevaarlijk zijn die tot een oneindig succes te verklaren.

Maar ook zo'n innovatiegolf valt niet vanzelf in ons voordeel uit, kan zelfs ons land of Europa overslaan. We zullen dus een veel actiever beleid moeten voeren om de achterstand op de VS te verkleinen. Dus scholing, scholing en nog eens scholing en het voorzien in de nodige randvoorwaarden en infrastructuur: computers in het onderwijs en thuis, maar zeker ook net als in de VS- zorgen voor onbeperkt bellen en internetten voor een vast bedrag per maand, in plaats van afrekenen per minuut. En voorkomen dat kabelnetten worden gemonopoliseerd door sommige gebruikers of aanbieders: ook hier moeten netbeheer en gebruik gesplitst worden opengegooid en onder door de overheid bewaakt mededingingstoezicht staan . De nota Digitale Delta is hierin een wel een stapje, maar onze ambities reiken verder

Sterker: in Business Week, een special vanwege het 70jarige bestaan, wordt opgemerkt dat Europa zijn kans kan grijpen: het kopiëren van Amerikaans succes kan een razendsnelle

 

 

FVD 050/'99 - 4 -

inhaalrace in ons voordeel betekenen. En dan is een langdurig -niet oneindig- groeipad van 3% haalbaar.

Tevens ziet het er naar uit dat door ICT, maar zeker ook door de sterke groei van het aandeel van de dienstensector, de conjuncturele toppen en dalen minder groot zijn. Vroeger waren groei-jaren van 4 tot 5% niet uitzonderlijk, evenmin als dips van 0 tot 1 %. Het zou goed zijn als het kabinet het CPB en de SER studie zou vragen naar de implicaties van nieuwe trends in de economie en technologie voor het structurele groeipad van economie en productiviteit: een nieuw Scanning the Future.

Opmerkelijk is dat ook het CPB in de MEV nu uitspreekt dat de investeringsquote zich in een range bevindt, hoog genoeg voor de Nederlandse economie om op een structureel groeipad van 3% te blijven (was 2.75% de laatste 20 jaar).

Aan de andere kant, is het wel zo opmerkelijk: ik heb nog een oude ESB opgeslagen waarin ook al een pleidooi stond om toch maar vooral van een structureel groeipad van 3% uit te gaan: ik citeer:

"Om kwantitatieve uitspraken te kunnen doen over de ontwikkeling van de collectieve uitgavenquote is in ieder geval een veronderstelling nodig over de reële groei van het nationale inkomen. Voor de komende jaren hanteer ik daarvoor een trendmatige groeivoet van 3%. Overwegingen daarbij zijn : (......) komt overeen met de groei van de productiecapaciteit van bedrijven die het huidige investeringsniveau genereert (......)

Een reële groei van 3% lijkt weliswaar hoog (....), maar daarbij dient in het oog te worden gehouden dat de afgel;open jaren zich kenmerkten door sanering van financiële verhoudingen bij de overheid en het bedrijfsleven (liquiditeit en vermogensposities, financieringstekort en staatsschuld worden toegelicht). (.....) Op grond hiervan is een hogere groeivoet realiseerbaar ".

We spreken over een artikel uit 1987.

U raadt nooit van wie dit citaat was: inderdaad, de toenmalige directeur van de directie algemeen economische politiek van EZ, nu beter bekend als onze minster van Financiën. Hij reageerde op het beroemde artikel van toenmalig CDA-fractievoorzitter Bert de Vries die op een zuinig calvinistisch groeipad mikte. De jonge Zalm maakte een realistische prognose.

Ik zou hem willen vragen: als toen de structurele positie van particuliere en collectieve sector zo sterk was dat u daarop een groeipad van 3% wilde baseren, geldt dan niet

. dat u volkomen gelijk heeft gekregen: de groei was in de jaren negentig 3%, zelfs iets meer, en

. dat, na alle verdere structurele verbetering van de structuur van onze economie en verdere internationale perspectieven we die 3% moeten vasthouden?

 

 

 

 

 

 

 

 

FVD 050/'99 - 5 -

3. Een ding is zeker: een aanhoudend hoge groei komt er niet vanzelf maar vergt steeds nieuw beleidsreacties. Op vier terreinen zien wij knelpunten die kunnen verhinderen dat de economie doorgroeit; aanbod-knelpunten die vermeden moeten worden:



* A. oververhitting en inflatie: vorige week door Wellink weer geagendeerd, maar eerder ook door ons, zie de vorige AFB Toen meldden wij reeds dat, mede om deze reden de structurele huurstijging omlaag moet .
* Daarnaast is sprake van een werkelijk zorgelijk ontwikkeling van de arbeidskosten per eenheid product. Deze stijgen volgens de MEV met 10 % in 5 jaar tussen 95 en 2000 , zonder dat bedrijven dat in hogere afzetprijzen kunnen afwentelen. Daarvoor is de concurrentie te groot. De AIQ loopt dan ook op tot 84%! Hoe kan dan minister Zalm zo luchtig doen over de trend dat we met onze inflatie keurig binnen de EMUdoelen blijven: niet meer dan 2%. Maar dat is toch alleen door afwenteling op de winst en investeringscapaciteit: zo gauw de markt de ruimte geeft zullen ondernemers hun prijs verhogen en vliegt de inflatie dus wel uit de band. En die kans van hogere prijsafwenteling doet zich voor nu de Europese en wereldeconomie aantrekken Daar gaat de inflatie van 0.5 naar 2%, maar dan gaan wij van 2 naar drie.

In dit perspectief zijn de economen van de DNB in ESB wel erg laconiek: onze inflatie is niet hoog, maar die van andere is te laag. Maar pas op: voor je het weet roept over drie jaar heel Europa: die Zalm heeft de inflatie in Nederland op zijn beloop gelaten, heeft daarmee de overheidskosten en begroting opgeblazen; Nederland als zieke man van Europa. Minister Zalm spreek ik hieraan op zijn laconieke houding die niet in lankmoedigheid mag omslaan, want dan wordt hij de succesvolle minster van het begrotingsevenwicht, maar ook die van uit de hand gelopen loonkosten. En het hoeft niet als we de overheidsinspanning maar inzetten op ontspanning van de arbeidsmarkt, in plaats van op oververhitting


* Bitter nodig is dan de belastingherziening die juist de werking van de arbeidsmarkt bevordert: van uitkering naar werk gaan wordt meer lonend, de armoedeval wordt aangepakt. Voor partners is het aantrekkelijker om te gaan werken omdat de belastingkorting, in tegenstelling tot de oude belastingvrije som, niet tegen het hogere tarief van de andere partner wordt afgetrokken.. Het pakket lastenverlichting bij de belastingherziening is daar bij nodig om te grote nadelen voor specifieke groepen te voorkomen. Bijvoorbeeld ook vanwege de BTW-stijging en Ecotax die aan de onderkant anders slecht uitpakt.

Doen we niet aan compensatie door lastenverlichting dan krijg je zeker extra looneisen om nadelen te compenseren. Ik neem dat risico liever weg en neem daarbij op de koop toe een bestedingsimpuls die van het pakket uitgaat (5 mld), toch niet meer is dan een half procent.

Tenslotte zou het verminderen van de lastenverlichting en versneld verlagen van de staatsschuld ook weer een licht inflatoir effect kunnen hebben, want beleggers/pensioenfondsen zullen toch ergens anders willen investeren. Dan maar lever via de overheid gericht op aanbodknelpunten.

 

 

 

FVD 050/'99 - 6 -

- Het is wel goed om in het voorjaar, na vaststelling van de herziening met de vakbonden en werkgevers te overleggen, want de SER heeft een unaniem advies ten gunste van het belastingplan afgegeven en de lastenverlichting/ koopkrachtvergroting is er mede op hun wens. Het is dan alleszins redelijk met hen de nieuwe feiten van stijgende arbeidskosten en een koopkrachtimpuls van de fiscus onder ogen te zien.



* B. Onderwijs- en Arbeidsmarktknelpunten. Zie boven voor collectieve sector. Ook in de particuliere sector, met name MKB , gaan de problemen uit de hand lopen. De extra middelen van kabinet en Kamer kunnen daarbij helpen, maar beperkt. Vraag aan het kabinet, Ministers Zalm, Jorritsma en De Vries, om juist voor en met het MKB een extra actiepakket van scholing, pooling en arbeidsvoorziening te organiseren. En hier zit ook een sterke onderwijskant aan. Vooral de vroege en grote uitval in het lager en middelbaar beroepsonderwijs, juist ook van zwakke arbeidsmarktgroepen waaronder allochtonen, is een sociaal onaanvaardbare verspilling die mensen voor lange tijd op een soms onneembare achterstand zet. Daar moet meer aan gebeuren. Ook het steeds verder achterblijven van de bekostiging voor het HBO, steeds minder geld per leerling, terwijl het HBO hard groei, is het paard achter de wagen spannen.


* C. Zorg en arbeid is een andere kant van een evident knelpunt waar het kabinet nu een belangrijke doorbraak in heeft bereikt: een groeiende economie met meer welvaart betekent dat mensen terecht zullen verlangen dat arbeid en zorg goed kunnen worden gecombineerd; geen stress maar ontspannen arbeidsmarkt.

Het terugbrengen van ziekteverzuim, wachtlijsten enz. past ook geheel in die lijn, denkt M. Zalm de vragen om een eenmalige verkorting van de wachtlijsten in ziekenhuizen met een bijdrage van eenmalig 50 mln. Te kunnen realiseren uit de onderuitputting,m zodat je niet meer naar Zwitserland hoeft te vliegen (over tweedeling gesproken)??



* D. De innovatieve kracht van ondernemingen lijkt achter te blijven bij de ruimte financiële middelen. De MEV geeft hierover een divers maar niet geruststellend beeld, we zullen daar bij verdere bespreking van Digitale Delta en EZ begroting op terugkomen.


* E De Ruimtelijke kwaliteit van ons land, Mobiliteit en milieu lopen vast, tenzij een deel van de extra groeiruimte wordt ingezet om te investeren in knelpunten openbaar vervoer, energiebesparing en natuurontwikkeling. Hier past een grote investeringsimpuls waarvoor ik hoop en verwacht dat minster Zalm ruimte zal vinden als hij de Najaarsnota opstelt uit de eindejaars-meevallers die worden verwacht. Onze prioriteit ligt dan bij het inlopen van de achterstand bij de natuurontwikkelingsgebieden (EHS, 200 mln) en in de uitvoering van Ovprojecten, zoals de randstadrail in Rotterdan/Den Haag/Zoetermeer.

Hierbij hoort een uitstapje naar PPS en grondpolitiek. Het is werkelijk irritant te zien hoeveel geld van de overheid en toekomstige bewoners wordt verspild door grondspeculatie. Tegelijk is grond voor natuurontwikkeling steeds duurder, en is op andere plaatsen de grond weer zo goedkoop dat bedrijven zich overal goedkopen kunnen vestigen dan in en om de steden, zodat de mobiliteit en aantasting van landschappelijke gebieden

 

 

FVD 050/'99 - 7 -

worden beperkt. Kennelijk geeft de markt hier volstrekt verkeerde prikkels, die private belangen en zelfs verrijking stellen boven maatschappelijke belangen van een goede ruimtelijke ordening en milieu. Ik steun M zalm van harte met zijn betoog in de miljoenennota dat in het milieu- en mobiliteitsbeleid marktprikkels veel effectiever en efficiënter kunnen zijn dan andere vormen van overheidsbemoeiing. Mag ik op zijn volledige steun rekenen als het kabinet zich binnenkort gaat buigen over ruimtelijke ordening dat hij tenminste zal helpen de marktprikkels goed te richten.

Zijn opstelling bij de Maasvlakte belooft veel goeds voor de toekomst. Veel kritische is mijn vraag naar de voortgang PPS. Is het juist dat het instituut op uw ministerie nog altijd niet verder komt dan kleurenfolders en studiebijeenkomsten; nee erger nog: dat RWS aan marktpartijen (banken) vraagt wat voor set van eisen de overheid aan projecten moet stellen?? Dat is natuurlijk omgekeerde wereld: de overheid stelt maatschappelijke doelen en randvoorwaarden en daarbinnen worden samenwerkingscontracten met de markt gesloten, die kunnen lopen van gezamenlijk ontwerp, tot uitvoering tot beheer.

De rode lijn bij al deze 5 punten is hier vooral het beter organiseren van initiatieven en voortdurend agenderen van verantwoordelijkheden. Alleen meer overheidsgeld is niet voldoende, maar het zal wel nodig zijn.

4. Met extra intensiveringen kunnen we binnen de behoedzame kaders van het Regeerakkoord nog een heel eind komen. Het is dus zeker niet zo dat het Regeerakkoord een verstikkend keurslijf is (GroenLinks): er zitten vele marges in die ook benut mogen worden. M Zalm houdt nog vast aan een groeiraming van achtereenvolgens 2.75, 2.5 en 2 x 2% voor deze kabinetsperiode (totaal 9.25%) zoals 1 ½ jaar geleden afgesproken bij het RA.

Zoals gezegd heeft daarbinnen het kabinet met de kamer drie miljard aan intensiveringen aangebracht, boven op de 9 mld impuls van het RA in zorg, onderwijs, veiligheid en milieu en infra en de lastenverlichting voor de belastingherziening. Maar vervolgens verdwijnen allerlei op het oog structurele meevallers als sneeuw voor de zon in de jaren 2001 en 02. Logisch, want dan valt de groei terug naar een magere 2%, Belastingmeevallers verdwijnen, en aan de uitgaven kant lopen de kosten van werkloosheid e.d weer op. Maar is dat een realistische groeiraming.?

Het is boeiend om te zien wat er gebeurt bij een aanhoudend hogere groei dan in het Regeerakkoord voorzien: extra uitgaven- en inkomstenmeevallers en een financieringstekort van nul. Het is natuurlijk zeer goed denkbaar dat al in het voorjaar blijkt, als het Kabinet zich op de Begroting 2001 voorbereidt, dat de groei in 1999-2000-2001 cumulatief 1% hoger is (dus 8¼). Minister Zalm zal dan moeten beslissen of hij de groei voor het laatste jaar via de afboekmethode zet op ¾% of dat hij de technische raming 2002 handhaaft op 2 of hoger.

Wat gebeurt er dan met de overschotten in de sociale fondsen: nu zitten we al op het normvermogen. Het kabinet verlaagt niet de premies, de overschotten lopen daar nu op

 

 

 

 

 

FVD 050/'99 - 8 -

met 8 miljard in een jaar. Kan de minister aangeven hoeveel hiervan structureel is als de groei 2.5 of hoger zal blijven?

Het lijkt ons redelijk om nu alvast de bandbreedtes van hem te horen en te vermijden dat er, net als het afgelopen jaar weer een chaotisch beeld van ramingen komt, waar de ene raming over de andere heen valt en de rust die de minster met zijn behoedzame raming terecht beoogt, omslaat in een wedloop om de veronderstellingen te veranderen.

Let wel, de PvdA rekent zich hier niet rijk aan meevallers die er nog niet zijn, niet voor niks vragen wij om een actief beleid tegen dreigende risico's. Maar we willen ook niet achter de feiten aan lopen maar de ijkpunten regelmatig open bespreken.

Het nadenken over eventuele meevallers is ook niks om krampachtig over te doen, het is het logische gevolg van behoedzaam ramen: de kans op meevallers is dan altijd groter dan die op tegenvallers. En we praten hier niet over niks: een hogere groei van 1% levert inkomstenmeevallers op van tegen de vier miljard, en ook nog eens een paar miljard aan de uitgavenkant.

De VVD is mij nu echter wel al te optimistisch geworden en aan het potverteren. Er is immers pas sprake van een begrotingsevenwicht, volgens het kabinet, bij 3% groei en dan pas in 2002!

In de tussentijd boeken we dan meevallers aan de inkomstenkant van 12 mld waarvan de helft nodig is om het tekort op 0 te brengen en de andere helft kan worden ingezet voor lastenverlichting. Daarnaast zijn er dan uitgavenmeevallers van 4 mld. Laten we het eerst maar eens zien te worden over deze 6 + 4 mld meevallers, en niet nu al verjubelen wat er daarna gebeurt.

Waarom dan nu al dat verdelen over lastenverlichting en schuldreductie, en weet de VVD ook nu al precies dat dat in een 50/50 verhouding moet en geen millimeter anders. Kennelijk is hier de jonge Zalm weer op het VVDpodium in Bussum gaan staan!

Maar hoe dat zij, ik moet natuurlijk ook zeggen wat we dan gaan doen. De alternatieve mogelijkheden om die aan te wenden zijn:


* Schuldreductie: geen onderwerp om principieel tegen te zijn, maar moet pragmatisch bezien worden ten opzichte van andere prioriteiten. Een nul-tekort betekent immers al een verdere daling van de schuldquote en dat van iedere belastinggulden steeds minder naar de rente hoeft. Dus ook zonder verdere schuldaflossing neemt de ruimte voor andere uitgaven al sterk toe. Ik zet dan die ruimte liever in om te sparen voor de vergrijzingsgolf, zoals we al doen met miljarden per jaar voor het AOWfonds. En dan zien we dat staatschuld en fonds gezamenlijk in 2010 en daarna als ver onder de 40% blijven, ook als we al aan het uitbetalen zijn vanuit het AOWfonds !


* Lastenverlichting, mits gericht op onze prioriteiten, dus geen generieke aanpak, maar verbetering van de werking van de arbeidsmarkt, onderwijs en zorg en milieu en natuurlijk een eerlijke inkomensverdeling..
* Uitgavenvergroting: idem

 

 

 

FVD 050/'99 - 9 -

Hier kan benadrukt worden dat het gaat om het doel, niet of het middel is dat de uitgaven verhoogd worden of de lasten worden verlaagd: het gaat om het doel. Maar die vraag geldt ook de VVD: waarom niet de uitgaven vergroten als dat een meer effectieve en efficiënte besteding van dezelfde overheidsgulden betekent. Zoals we twee weken geleden coalitie- en zelfs kamerbreed hebben gedaan.

Vervolgens kunnen we ons uitspreken in welke richting uitgaven/lastenverlichting moet worden aangewend: investeringen in knelpunten arbeidsmarkt, zorg, onderwijs, milieu alsmede evenwichtig koopkrachtbeeld.

5. Het algemene beeld dat de PvdA wil zien is dat we ons voorbereiden op een situatie van

behoedzaamheid maar ook de switch maken van de oude agenda (economisch herstel) naar

de nieuwe Politieke Agenda:

a. een structureel groeipad waarin kwaliteit en kwantiteit in balans moeten zijn: arbeid en zorg, flex en zekerheid, milieu en economie, mobiliteit en leefbaarheid.

b. Een overheid die niet alleen politieke discussies voert en geld uitdeelt, maar zo intervenieert dat ook de collectieve sector efficiënt en effectief opereert, klantvriendelijk en toegankelijk is, en dus prettig is om te werken en niet bang voor uitdagingen die de concurrent (markt) stelt.

 

Met de jonge Zalm, met de oude Zalm, maar in ieder geval met de factitieve Zalm die geen vrije markt op zijn beloop laat, maar stuurt en bijstuurt waar dat maatschappelijk nodig is.

 

Deel: ' Inbreng Ferd Crone in Algemene Financiële Beschouwingen '




Lees ook