Persbericht FNV


Najaarsoverleg 26 oktober 1999

Inbreng Lodewijk de Waal, voorzitter FNV, bij het najaarsoverleg 26 oktober 1999

26 oktober 1999

1. Met het verstrijken van de jaren is het voor- en najaarsoverleg van partijen in de STAR met kabinet van karakter, inhoud en vorm veranderd.

Dat heeft positieve en negatieve kanten. Positief vind ik dat het voor- en najaarsoverleg op een efficiënte en pragmatische wijze gestalte krijgt.

En verheugend is het ook dat het aantal kabinetsleden dat aan het overleg deelneemt en zich daarmee op een of andere wijze wenst te `encanailleren' met de sociale partners toeneemt.

Ik zie daarin een erkenning van de rol die wij kunnen spelen binnen het primaat van de politiek.

Deze laatste opmerking verdient enige toelichting. De FNV is een brede organisatie die zich op tal van beleidsterreinen manifesteert en er daarbij steeds vaker tegen aanloopt dat de samenhangen tussen die beleidsterreinen verschuiven, vaster worden en soms ook losser.

Daarom is het goed dat we spreken met een brede kabinetsdelegatie.

Daarom is het goed dat we een agenda hebben die uitwaaiert over vele beleidsterreinen. Want ja, vervoersmobiliteit heeft van doen met arbeidstijden, met arbeidsvoorwaarden.

En ja, industriebeleid heeft ook te maken met kennis, met ruimtelijk beleid en daarmee weer met infrastructuur.

Onderwijs, employability: het heeft te maken met de arbeidsmarkt, met sluitende aanpak, met bijzondere groepen.

Kortom voorzitter: het is goed om in deze samenstelling met elkaar te spreken en na te gaan of we klokken gelijk kunnen zetten en afspraken, al zijn het maar werkafspraken, kunnen maken.

Waarmee we ook impliciet erkennen dat het echte werk altijd voor of na het voorjaars- en najaarsoverleg plaatsvindt.

Er is geen principieel bezwaar tegen de tripartiete werkgroepen waarin dat overleg vaak vorm krijgt..

Integendeel, daar waar wij daarbij iets te winnen hebben doen we volop mee aan dergelijke werkgroepen of overlegcomite's.

Wij zijn bijvoorbeeld een hartstochtelijk voorstander van het creëren van tripartiete overlegplatform over het industrie- en dienstenbeleid. Wij hebben daar juist vorige week met de minister van EZ over gesproken.

Dat is immers een beleid dat het best gedijd bij een breed draagvlak en evenwichtige inbreng van zowel overheid, werkgevers alsook werknemers.

Overigens hebben wij in het verleden geleerd dat een tripartiete aanpak ook de diverse verantwoordelijkheden teveel kan versluieren.

Per keer, bijvoorbeeld als het gaat om `de sluitende aanpak' of de verdieping van de employability-agenda zullen wij goed de grenzen van ieders verantwoordelijkheid in de gaten moeten houden.

Tripartisme moet geen automatisme zijn.

2. Voorzitter, het gaat goed in Nederland en het gaat goed met de CAO-afspraken.

De najaarsrapportage CAO-afspraken 1999 geeft aan dat de loonkostenontwikkeling verantwoord was in economisch opzicht en, kijkend naar de arbeidsvoorwaardenverbeteringen voor de werknemers, ook in maatschappelijk opzicht. Er zijn in heel veel CAO's afspraken gemaakt over employability, scholing, verlof , werkgelegenheid , arbeidsomstandigheden en zo meer.

Wij aanvaarden de complimenten van het kabinet daarover -want ik neem aan dat die zullen komen- met gemengde gevoelens, juist omdat wij vinden dat hier de eerste verantwoordelijkheid voor werkgevers en werknemers ligt.

Uitspraken over de loonontwikkeling worden al snel aanbevelingen voor de toekomst, en aanbevelingen hebben de neiging dwingend te worden.

Daarom reageren we soms ook kritisch op uitspraken van bewindslieden die vrijelijk associëren op ons gedrag rond de voorziene lastenverlichting, in het jaar 2001.

Dit soort uitspraken maakt ons niet blij in een periode waarin we met onze leden spreken over de invulling van een verantwoorde looninzet voor de komende onderhandelingen. Het doet me te veel denken aan de parkeerwachter die bij een uitslaande brand de chauffeur van de blusauto een officiële waarschuwing geeft omdat in de betreffende straat een stopverbod van kracht is.

Laat duidelijk zijn wat ons beleid is: de FNV hanteert een aantal criteria voor het vaststellen van de onderhandelingsruimte.

Het verlagen noch het verhogen van de directe belastingen speelt daarbij een rol.

Voor de looninzet is de ontwikkeling van de prijzen wel van belang: koopkrachtbehoud is het absolute minimum; in de praktijk kiezen we meestal een inzet die, als de onderhandelingsruimte dat toestaat, duidelijk boven de prijsontwikkeling ligt en dat vinden wij zeer verantwoord.

Zeer verantwoord, want wij gaan uit van de index voor werknemersgezinnen met een laag inkomen. Geschoond voor onder meer de effecten van veranderingen in de indirecte belastingen die, zoals u weet, de neiging hebben eerder op te lopen dan naar beneden te gaan.

Waar de voorgenomen belastingherziening gepaard gaat met een hogere BTW zullen wij dat niet vertalen in een hogere looneis, waar de directe belastingen omlaag gaan zullen wij dat niet vertalen in een lagere looneis.

Maar, voorzitter, het lijkt mij niet wenselijk om op dit moment verder in te gaan op wat er in het jaar 2001 moet gebeuren.

Laten we eerst deze eeuw op een goede manier met elkaar afronden.

Bovendien is het Hans Blankert's zwanenzang, en kan hij met een gerust hart zeggen, parafraserend op een Frans gezegde: na mij de belastingverlaging. Toch een mooie slotgedachte voor een VNO voorzitter.

3. In de afgelopen maanden zijn wij met elkaar in de STAR de mogelijkheden nagegaan om aan agenda 2002 een nieuwe, extra kwaliteitsimpuls toe te voegen op belangrijke thema's als employability, kwaliteit van de arbeid, arbeid en privé, de verhouding collectief versus individueel en zo meer.

Eerlijk gezegd werd in het STAR-bestuur besloten tot deze exercitie op een ogenblik dat een aantal signalen met betrekking tot `s lands economie op oranje stonden.

Inmiddels zijn we wat dat betreft weer ingehaald door blije boodschappen en optimistische gevoelens, maar wat daarvan ook zij: het was jammer dat we in de STAR niet in staat bleken om over een nieuwe kwaliteitsimpuls overeenstemming te bereiken. Wat de FNV betreft was het ook zeer teleurstellend dat er een taboe bleek te heersen op zelfs ook maar het benoemen van de 4-daagse werkweek als een op decentraal niveau te bespreken arbeidspatroon.

Het tekent vervolgens de bestendigheid van de werkbare verhoudingen op centraal niveau dat we vervolgens wel een gezamenlijke verklaring hebben opgesteld ten behoeve van het CAO-overleg 2000001.

De oproep om agenda 2002 als leidraad voor de onderhandelingen te nemen en de verwijzing naar een aantal belangrijke STAR-aanbevelingen en -nota's die sinds 1998 zijn opgesteld bevestigt de regiefunctie van de STAR op centraal niveau.

Deze werkwijze bevestigt ook dat een van de sterke kanten van ons model is dat conflicten gecompartimenteerd kunnen worden.

4. Voorzitter, in het begin van mijn interventie gaf ik aan dat zich in dit traditionele overleg een aantal veranderingen hebben voltrokken.

Helaas is er een ding dat niet is veranderd: de herkenbaarheid van wat we hier doen en met elkaar afspreken is voor de man en de vrouw in de straat gelijk gebleven dat wil zeggen: zeer beperkt.

Daarover maken wij ons als FNV zeer bezorgd.

In de politiek worden grote thema's pragmatisch worden opgelost en derhalve bereikt de opkomst bij iedere verkiezing een nieuw dieptepunt.

Als ik dit gegeven doorvertaal naar de positie van de vakbeweging dan weet ik een ding zeker: de vakbeweging zal niet ook in de val moeten lopen van afnemende invloed als gevolg van een steeds grotere afstand tussen mensen en beleid.

De FNV en de FNV-bonden kunnen alleen en zullen alleen in deze overlegeconomie verantwoordelijkheid nemen en afspraken maken als zij voor de leden herkenbaar blijven en concrete resultaten kunnen laten zien.

Misschien mag ik dat eens aan de hand van de SUWI discussie adstrueren.

Wij zijn niet op voorhand geïnteresseerd in posities of deelname aan het bestuur van de zoveelste uitkeringsfabriek.

Als wij hoog van de toren blazen is dat omdat wij een positie in willen nemen waarin wij mee kunnen sturen, vooral op sectoraal niveau en in de bedrijven, als het gaat om voorkomen van arbeidsongeschiktheid, als het gaat om niet alleen efficiënt en goedkoop, maar ook sociaal verantwoord te reïntegreren.

Dat is niet alleen een zaak van overheden en werkgevers, daar heeft u de vakbeweging bij nodig.

Wie dat niet ziet zet meer op het spel dan alleen de organisatie van de sociale zekerheid.

De FNV-leden stellen geen overspannen eisen.

Zij willen prettig werken.

Zij willen werk en privé op een goede manier met elkaar kunnen combineren.

Zij willen invloed op hun eigen werktijden en werkroosters en ze willen als het gaat om de arbeidsvoorwaarden soms ook keuzemogelijkheden voorgeschoteld krijgen.

Alles wat we hier doen met elkaar moet van belang zijn voor die mensen. Voor werkenden en voor werkzoekenden.

Zij moeten herkennen dat hun organisatie zonodig gepassioneerd voor hen opkomt en in hun eigen werk- en leefomgeving de resultaten daarvan zichtbaar maakt.

De FNV en de FNV-bonden zullen zich geen passieve houding veroorloven ten opzichte van de overlegeconomie zij zullen ook van anderen een passieve houding niet accepteren.

Wij willen geen voldaanheid over florissante economische ontwikkelingen, maar zorg en beleid voor mensen die zelfs nu nog niet aan de bak kunnen komen.

Wij willen geen lippendiensten aan vernieuwing van werkorganisaties, maar afspraken over zeggenschap van werknemers op hun werkroosters, ook over een vierdaagse werkweek als zij daarvoor kiezen.

Wij willen geen papieren rapporten over employability en over scholing, maar we willen concrete toezeggingen en maatregelen, waar werknemers en werkzoekenden wat aan hebben.

Wij willen geen blije verhalen over zonnige zomers, maar een klimaatbeleid, afspraken en regels over duurzaamheid en milieu.

Wij willen geen poldermodel dat conflicten toedekt, maar een overlegstelsel waarin alle betrokkenen actief participeren en bereid zijn win-win-situaties te zoeken.

Wij willen geen afstandelijke overheid, maar een overheid die intervenieert waar dat effectief is.

Dus voorzitter kijkend naar de agenda van vandaag: ga door met de sluitende aanpak, betrek ons bij het industriebeleid, verzand niet in alleen maar overleg over de employabilty-agenda, sluit een bondgenootschap met partijen in de STAR over een beleid ten aanzien van de arbeidsgehandicapten, kies duidelijk partij voor het combineren van Arbeid en Zorg en steun ons minderhedenbeleid.

Deel: ' Inbreng Lodewijk de Waal, FNV, in najaarsoverleg '




Lees ook