Partij van de Arbeid


30 september 1999

Inbreng van het lid Rehwinkel (PvdA) in het Algemeen Overleg inzake het Kabinetsstandpunt Decoratiestelsel

 

Sinds de Algemene Gelegenheid 1996 is het vernieuwde decoratiestelsel in werking getreden. Het Kapittel voor de Civiele Orden, dat ruim vier jaar in functie is, heeft eind vorig jaar zijn eerste rapportage uitgebracht over de ervaringen met het nieuwe stelsel. Het kabinet heeft naar aanleiding van de rapportage in brede maatschappelijke kring om reacties gevraagd. Inmiddels is een kabinetsstandpunt opgesteld, dat in het algemeen overleg wordt besproken.

Kapittel en kabinet bevelen aan om de uitgangspunten van het nieuwe stelsel niet ter discussie te stellen. Het algemene beeld is dat na de nodige aanloopproblemen het herziene stelsel meer draagvlak heeft gekregen in de samenleving en ook dat de doelstellingen die de wetgever had worden gerealiseerd.

Het Kapittel komt wel met een aantal aanbevelingen. De meeste daarvan worden door de regering overgenomen. Toch nog een aantal opmerkingen hierover.

Kapittel en regering vinden het noodzakelijk dat ook in de toekomst aan voorlichting veel aandacht wordt besteed, onder meer door maken van een nieuwe brochure. Ik wil dit krachtig ondersteunen. Vroeger bedroeg het aantal onderscheidingen 5000 tot 6000 per jaar, in het decoratiejaar 1997-98 was dit teruggelopen tot ruim 3000. Het aantal uitgereikte onderscheidingen per jaar is dus fors gedaald en je kunt je afvragen of dan van een democratisering van het stelsel kan worden gesproken. Dat het automatisme onder het oude stelsel werd doorbroken, is nog steeds terecht. Toepassing van het nieuwe stelsel komt echter tot nu toe neer op een wel erg grote afwijking van wat in de loop van ruim honderd jaar was gegroeid. Het Kapittel heeft in de afgelopen jaren terecht informatiebijeenkomsten georganiseerd om ten aanzien van de toekenning van onderscheidingen voor kennis en draagvlak te zorgen. Ik vraag me af hoe de minister die kennis en draagvlak verder wil vergroten en vooral hoe hij zorgt dat die niet weer verloren gaat (door verloop onder de adviseurs en hun ondersteuners). Speciale aandacht verdient de decoratieverlening aan vrijwilligers en aan minderheidsgroepen in de samenleving.

Binnenlandse Zaken liet in zijn brief van januari weten dat ook zou kunnen worden overwogen om het Kapittel uit te breiden. In juni vond men geen dringende noodzaak aanwezig om tot uitbreiding te komen. Wel wil het kabinet een wetswijziging bevorderen die het mogelijk maakt om meer leden in het Kapittel te benoemen. Ik wil graag een uitgebreidere argumentatie van het kabinet horen waarom verandering in omvang en samenstelling van het Kapittel op dit moment niet nodig is. Die kan toch niet alleen zijn dat in de reacties op de rapportage van het Kapittel hierop niet is ingegaan. Als het kabinet zou menen dat de toekenning van onderscheidingen achterblijft vanwege de omvang van het Kapittel, meen ik dat een uitbreiding wel degelijk moet worden overwogen.

Criteria en procedures uit het Ordereglement behoeven geen wijziging. Krijgt echter de ontvlechting van de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau wel goed gestalte? Bij de Nederlandse Leeuw moet sprake zijn van verdiensten van zeer exceptionele aard jegens de samenleving. In de praktijk wordt deze onderscheiding vooral toegekend op het terrein van de sport en cultuur, hoewel bijvoorbeeld ook de president-directeur van Philips, Timmer, bij zijn afscheid met de Nederlandse Leeuw werd onderscheiden. Het Kapittel geeft al aan dat in de maatschappij nogal onwennig wordt aangekeken tegen een benoeming in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor sportieve prestaties. Kan het kabinet een preciezer beeld geven van het aantal onderscheidingen op het terrein van de sport; het beeld mag niet zijn dat alleen exceptionele prestaties in de sport worden geleverd. Ik heb gezien dat ook de commissarissen van de Koningin aandringen op meer duidelijkheid op het punt van de ontvlechting en dat VNO NCW in de sfeer van de sport geen nieuwe automatismen willen laten ontstaan.

Het kabinet kan worden gevolgd bij het niet overnemen van de aanbeveling om waterschapsbestuurders en deelgemeenteraadsleden net als andere gekozen functionarissen 'automatisch' te onderscheiden. De bestuurders van waterschappen en deelgemeenten spelen inderdaad geen rol in het proces van decoratieverlening. Het aantal automatische onderscheidingen moet bovendien zo beperkt mogelijk worden gehouden. Om die reden zijn we ook geen voorstander van het automatisch decoreren van defungerende rechters.

De aanbeveling om alle decoratievoorstellen onder één ministerie te brengen, dient eveneens niet te worden overgenomen. Wij zijn ook geen voorstander van de aanbeveling om de naam van de graad Lid in de Orde van Oranje-Nassau te wijzigen in 'Ridder' en die van de graad Ridder te wijzigen in 'Ridder 1e klasse'. Een benoeming tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau is wel degelijk eervol en we moeten uitkijken voor een inflatie in woordgebruik. Er is in 1996 bewust voor het lidmaatschap in de Orde van Oranje-Nassau gekozen. De verwarring is compleet als we deze onderscheiding nu al weer laten vervallen en er enkele jaargangen leden in de Orde van Oranje-Nassau zijn. Terecht worden gedeputeerden en wethouders in de toekomst wel hoger gedecoreerd.

Tenslotte: we zijn het natuurlijk erg eens met het pleidooi van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters om het bevestigingssysteem van onderscheidingen op klantvriendelijkheid en snelheid aan te passen, waar de huidige speldjes kennelijk als onhandig worden ervaren.

Deel: ' Inbreng PvdA algemeen overleg decoratiestelsel '




Lees ook