Partij van de Arbeid


Den Haag, 6 april 2000

 

INBRENG PVDA-FRACTIE T.B.V. HET VERSLAG BIJ HET WETSVOORSTEL WIJZIGING VAN DE HUURPRIJZENWET WOONRUIMTE ETC. IN VERBAND MET DE ZGN. HUURSOMBENADERING (Stb. 323)Woordvoerder: Adri Duivesteijn

1. De motie Van 't Riet heeft tot doel gehad verhuurders te verplichten om de redelijkheid van een huurverhoging hoger dan inflatie te motiveren bij de huurder. Duidelijk moge zijn dat indieners van de motie daarbij een inhoudelijke motivatie voor ogen stond. Met andere woorden, verhuurder zal huurder in voldoende mate moeten informeren over de inhoud en achtergronden van het voorgenomen huurbeleid, de reden waarom de betreffende woning een huurverhoging hoger dan het inflatiepercentage krijgt en de manier waarop de huurder zich daarover kan uitspreken. De nu voorgestelde wetstekst van artikel 19, lid f verschaft geen duidelijkheid over de wijze waarop verhuurder de berekening van voorgestelde huurprijs dient te motiveren. Het lijkt zich te beperken tot de verplichting van verhuurder tot het aangeven van de 'berekeningswijze'. Waarom is er geen verplichting tot inhoudelijke onderbouwing opgenomen? Kan de staatssecretaris de voorgeschreven formulieren dan wel de instructies welke door de verhuurder gebruikt dienen te worden aan de Kamer doen toekomen?

2. Ook de voorgestelde wijziging in artikel 25 doet geen recht aan de strekking van de motie Van 't Riet (...) dat een voorstel tot huurverhoging van de huurprijs als bedoeld in artikel 19 (...) redelijk is en voorts constateert dat het voorstel geen berekeningswijze bevat als (...). Het gaat niet alleen om een berekeningswijze maar ook om een motivering.  (Zie ook voorgaande opmerking.)

3. Kan de staatssecretaris aangeven hoe de huurcommissies de boveninflatoire huurverhogingen op 'redelijkheid' zullen gaan toetsen?

4. Artikel II voorziet in een overgangsregeling. Wat is de ratio hierachter? Waarom is hiervoor gekozen?

5. Uit artikel IV blijkt dat de motie Duivesteijn in feite niet is gehonoreerd. Met die motie werd de regering verzocht de kwaliteitskorting, de aftoppingsgrenzen en de maximale huurprijsgrenzen binnen de Huursubsidiewet in het vervolg aan te passen met de maximaal toegestane huurstijging, en deze grenzen jaarlijks aan te passen. De regering kiest echter bewust voor een eenmalige indexering, en niet voor de gevraagde jaarlijkse. Volgens de regering leidt een structurele indexering tot een ondoelmatige subsidieverlening. Wat de regering hier precies onder verstaat blijft onduidelijk. Feitelijk houdt het standpunt van de regering in dat vanaf volgend jaar de boveninflatoire huurstijgingen weer kunnen worden afgewenteld op de huishoudens met de laagste inkomens. Het in de toekomst voorkomen van koopkrachtverlies onder de laagste inkomens was nu net de strekking van de motie.

 

 

Zoekwoorden:

Deel: ' Inbreng PvdA voorstel wijziging huurprijzenwet woonruimte '




Lees ook