Den Haag, 9 juni 1999

INBRENG PVDA-FRACTIE T.B.V. HET WETSVOORSTEL DUIVESTEIJN C.S. HOUDENDE NIEUWE REGELS OVER HET VERSTREKKEN VAN BIJDRAGEN AAN LAGERE INKOMENSGROEPEN VOOR HET VERKRIJGEN OF KUNNEN BLIJVEN BEWONEN VAN EEN EIGEN WONING (WET INDIVIDUELE KOOPBIJDRAGE) (25 309)
Woordvoerder: Jan van Zijl

Tientallen jaren is het volkshuisvestingsbeleid vooral gericht geweest op de bestrijding van de woningnood. De invloed en zeggenschap van burgers over het eigen wonen was gedelegeerd aan de overheid, die het vervolgens weer delegeerde aan instituties. De argumenten hiervoor mogen bekend worden verondersteld: het lenigen van de woningnood en ideologische doelstellingen zoals het verschaffen van goede huisvesting als voorwaarde voor maatschappelijke participatie en emancipatie. Deze argumenten hebben aan kracht verloren, emancipatie van grote groepen is gerealiseerd, de accenten zijn verschoven. De PvdA-fractie vindt dat het primaat van de zeggenschap over het wonen bij de burgers moet komen te liggen, en wil burgers meer mogelijkheden voor zelfbeheer en zelfbeschikking geven waardoor een grotere verscheidenheid aan identiteiten ontstaat die recht doet aan de dynamische pluraliteit van ons land.

De fractie van de PvdA kan zich dan ook vinden in het voorliggende wetsvoorstel dat het eigen woningbezit voor lager inkomensgroepen mogelijk maakt. Hiermee wordt de directe verantwoordelijkheid voor de eigen woning en woonomgeving versterkt.

Ook mag van dit wetsvoorstel verwacht worden dat lokale overheden en hun inwoners in toenemende mate directer met elkaar in contact worden gebracht. De PvdA-fractie hecht zeer een deze vorm van democratisering op stads-, dorps- en wijkniveau.

Bovendien maakt het wetsvoorstel een einde aan de onwenselijke situatie dat lagere inkomensgroepen uitgesloten zijn van de mogelijkheid van hypotheekrente aftrek. Met dit wetsvoorstel wordt het langs een omweg mogelijk dat mensen met een inkomen rond het minimum eveneens kunnen gaan profiteren van het gunstige belastingklimaat, iets wat mensen met een modaal en boven modaal inkomen al veel langer kunnen doen.

Ook uit budgettaire overwegingen is het wetsvoorstel verantwoord. In het rekenvoorbeeld van het wetsvoorstel wordt uitgegaan van een opbrengst voor de rijksbegroting van 565 miljoen na 25 jaar. Weliswaar kan nu een grotere groep kopers gebruik gaan maken van de hypotheekrente aftrek, maar dit is terecht niet verdisconteerd in het rekenvoorbeeld. De gevolgen hiervan voor de rijksbegroting behoren namelijk ten principale niet in relatie tot dit wetsvoorstel te worden beoordeeld.

Naar aanleiding van de hoofdlijnen (pagina 3 en 4) van het wetsvoorstel heeft de PvdA de volgende vragen:

* In het wetsvoorstel is ervoor gekozen om huishoudens met een inkomen tot maximaal 47.750 gulden in aanmerking te laten komen voor een koopsubsidie. Van alle eigenaar-bewoners die een hypotheekgarantie verkrijgen heeft slechts 2% een jaarinkomen tot 35.000 gulden. Het gaat de PvdA-fractie met de wet BEW juist om deze doelgroep, die zonder koopsubsidie niet in staat is een eigen woning te kopen. Welk doel dient het om de wet BEW ook toegankelijk te maken voor inkomensgroepen boven de 35.000 gulden, wil de PvdA-fractie weten, terwijl zij - gezien de mogelijkheden tot verkrijging van een Nationale Hypotheekgarantie - geen belemmering zouden moeten kennen om zonder koopsubsidie de koopwoningmarkt te betreden? Wordt hiermee niet een doelgroep gecreëerd die voorheen niet heeft bestaan? Welk prijsopdrijvend kan er verwacht worden op de goedkopere woningvoorraad indien ook inkomensgroepen boven de 35.000 gulden met een koopsubsidie kunnen kopen?

* Onduidelijk is of huishoudens die in één van de peiljaren (3e, 6e, 9e, 12e) buiten de regeling zijn gevallen, weer subsidie mogen aanvragen als zij op een later tijdstip (4e, 5e, 7e, 8e, 10e, 11e, 13e, 14e jaar) geconfronteerd worden met een sterke inkomensdaling.
* Het 15e jaar is een belangrijk tijdstip. Kopers die gedurende de eerste 15 jaar uit de tabel zijn gelopen, kunnen ná het 15e jaar te maken krijgen met een inkomensdaling terwijl er een hypotheek is aangegaan voor 30 jaar. Hoe groot wordt deze groep ingeschat en wat zijn de gevolgen? Op welke regeling kan deze groep een beroep doen?

* Welke gevoeligheid kent het voorstel en in dan in het bijzonder de voorgestelde peiljaren voor calculerend gedrag. De beslissende criteria ten tijde van de vijf peiljaren - inkomen en huishouden - zijn naar het oordeel van de PvdA-fractie vage en moeilijk toetsbare begrippen. Kan het vooruitzicht van koopsubsidie voor partners die een huishouden vormen een goede reden zijn om (tijdelijk) uit elkaar te gaan? Enzovoorts.
* Waarom voorziet het BEW niet in een doelgroepen definiëring waarbij ook rekening is gehouden met huishoudens met meer dan twee inkomens, en/of vermogensvorming door meer dan twee personen?

* Gemeenten als Arnhem en Rotterdam kennen de Nationale Hypotheekgarantie niet. Wat zijn de mogelijkheden voor hypotheekgarantie in deze gemeenten zodat de doelgroep in deze gemeenten ook in aanmerking kan komen voor een koopsubsidie in het kader van de wet BEW?

Een belangrijk vraagstuk is dat met het toenemen van het eigen woningbezit de kwaliteit van het beheer en het onderhoud van de woningvoorraad en woonomgeving gewaarborgd moet blijven. Een structurele vorm van professionele ondersteuning aan eigenaar-bewoners en vereniging van eigenaren is een noodzakelijk investering wil de sociale koopsector succesvol kunnen verlopen. In het wetsvoorstel (pagina 5) wordt het kabinet verzocht hieraan aandacht te besteden in het kader van de Nota Wonen in de 21ste eeuw. Wij willen hieraan uitdrukkelijk de mogelijkheden toevoegen die het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) biedt. De PvdA-fractie ziet graag concrete voorstellen inzake het voorgaande tegemoet.

Voor de leden van de PvdA-fractie is het de vraag of het in het kader van onderhavig wetsvoorstel niet al direct incentives moeten worden ingebouwd voor eigenaren die lid zijn van een vereniging van eigenaren. Gedacht kan worden aan een vorm van tijdelijk financiële ondersteuning ten behoeve van de opbouw van de VVE en de totstandkoming van een onderhoudsfonds.

De bereikbaarheid van de eigen woning wordt in belangrijke mate bepaald door het aanbod, oftewel of er voldoende woningen worden aangeboden van maximaal 247.400 aan verwervingskosten. In dit verband onderschrijft de PvdA-fractie het voornemen van de staatssecretaris om de korting waarmee corporaties woningen mogen verkopen te verruimen van 90% naar 80% van de marktwaarde. Het is van groot belang dat dit kortingspercentage door de corporaties op grote schaal wordt toegepast omdat dit, met name in de nieuwbouw, de werkelijke toegankelijkheid voor de doelgroep bepaalt. In dit verband wil de PvdA-fractie van de staatssecretaris weten hoe hij denkt te gaan regelen dat de corporaties daadwerkelijk een korting van maximaal 20% gaan toepassen. Wordt dit bijvoorbeeld toetsbaar gemaakt in de prestatie-eisen die onderdeel zijn van het BBSH? De PvdA-fractie onderschrijft in dit verband de opmerkingen die worden gemaakt, en de vragen die worden gesteld door indieners over het vrijkomend vermogen bij de woningcorporaties (pagina 11).

De fractie van de PvdA vraagt zich af waarom de kindertabel uit de IHS niet is opgenomen in het wetsvoorstel. Er is geen enkele aanleiding om deze kindertabel te schrappen in het kader van de wet BEW. Integendeel. Juist omdat een hypotheek wordt aangegaan voor een periode van 30 jaar en de feitelijke woonlasten hoger zullen zijn, is de verwerking van de kindertabel binnen de wet BEW essentieel. De PvdA-fractie ziet dan ook geen enkele reden om de kindertabel niét te verwerken in het wetsvoorstel, en verwacht dat dit alsnog zal gebeuren.

Deel: ' Inbreng PvdA Wet Individuele Koopbijdrage '




Lees ook