Partij van de Arbeid


Den Haag, 30 september 1999

Schriftelijke inbreng van de fractie van de Partij van de Arbeid over Wetsvoorstel inzake Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet met betrekking tot de medezeggenschap van gepensioneerden en de gelijkstelling in pensioenregelingen van geregistreerde partners met gehuwden (26 674).

Woordvoerder: Jan van Zijl

 

De leden van de fractie van de PvdA hebben met belangstelling kennis genomen van de inhoud van het wetsvoorstel inzake wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet met betrekking tot de medezeggenschap van gepensioneerden en de gelijkstelling in pensioenregelingen van geregistreerde partners met gehuwden. De leden onderschrijven de doelstellingen ervan: verbetering van de medezeggenschap voor gepensioneerden en gelijkstelling van geregistreerde partners aan gehuwden. Op het terrein van de medezeggenschap zijn de leden van de PvdA-fractie met de regering van mening dat de sociale partners primair verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de pensioenregelingen en dat wetgeving op dit terrein niet dwingend, maar ondersteunend dient te zijn. De leden hebben nog een enkele vraag.

Het Convenant dat Stichting van de Arbeid en CSO in juni 1998 sloten over verbetering van de medezeggenschap van gepensioneerden bij de uitvoering van pensioenregelingen is inmiddels ruim een jaar oud. In het convenant hebben de Stichting van de Arbeid en CSO afgesproken in 2000-2001 te evalueren. Zijn desondanks al eerste resultaten bekend, zo vragen deze leden. Wat zijn die resultaten? Bij de evaluatie zou rekening gehouden moeten worden met de gevolgen van de vergrijzing, met name ten aanzien van de samenstelling van de medezeggenschapsraden, menen de leden van de PvdA-fractie.

Deel: ' Inbreng PvdA wijziging Pensioen- en spaarfondsenwet '




Lees ook