Partij van de Arbeid


Inbreng PvdA wijziging van de regulerende energiebelasting en de inkomstenbelasting m.b.t. bevorderen van energiezuinig en milieuvriendelijk gedrag

23 juni 1999 PvdA

Woordvoerder: Ferd Crone 070 - 318 2755

Inbreng
De leden van de PvdA-fractie hebben met grote waardering en instemming kennis genomen van het wetsvoorstel (positieve prikkels( waardoor in de wet regulerende energiebelasting en in de wet inkomstenbelasting belastingaftrek en subsidies voor investeringen in energiebesparing worden gentroduceerd.
Deze maken het aanschaffen van bijvoorbeeld zuinige apparaten en toepassen van energiebesparende voorzieningen aan de woning voor huishoudens en bedrijven aantrekkelijker. Deze leden vinden dit een belangrijke en vernieuwende stap in de vergroening van het fiscale stelsel. Immers het versterkt de prikkel die van de hogere energiebelasting op het investeren in zuinige apparatuur uitgaat. Het is de psychologisch belangrijke combinatie van belasten en belonen waardoor het milieueffect hoger wordt. Het spreekt de leden van deze fractie tevens zeer aan dat het huishoudens ook helpt de aanvankelijk negatieve koopkrachtgevolgen van de energiebelasting te compenseren, naast de directie compensatie die uitgaat van de verlaging van de loon- en inkomstenbelasting.

Deze maatregelen vormen daarmee een uitvoering van een belangrijk deel van het Regeerakkoord waarin structureel 500 mln per jaar voor positieve prikkels, te beginnen met 70 mln voor huishoudens en 100 mln voor bedrijven in 1999 is uitgetrokken. Kan het Kabinet aangeven hoe dit bedrag zich verhoudt tot het tot nu toe op vergelijkbare wijze stimuleren van energiebesparing met behulp van de Milieu Actie Plannen van de energiebedrijven (MAP) waarin meer omging? Bij de behandeling van de Electriciteitswet 1998 is immers door de Minister van EZ toegezegd dat de marktwerking niet zal leiden tot minder energiebesparing. Kan het Kabinet ook aangeven hoeveel gezinnen en bedrijven met deze nieuwe regeling zullen worden bereikt?

Wat betreft de vormgeving is voor een eenvoudige aanpak gekozen: de energiebedrijven krijgen de fiscale aftrek en sluizen deze in de vorm van een subsidiebon door naar gezinnen die in energiezuinige maatregelen investeren. De bon zal onder de leveranciers op ruime schaal verspreid (moeten) worden waarna de consument zich voor uitbetaling bij het energiebedrijf moet melden.

De leden van de PvdA-fractie vragen zich af of het niet nog eenvoudiger is als de leverancier deze uitbetaling rechtstreeks aan de klant mag doen? De directe korting op het energiezuinige apparaat is dan nog beter zichtbaar. Op het prijskaartje en de nota kan de relatie met de regulerende energieheffing tot uiting komen. Terecht stelt het Kabinet het waarborgen van de rechten op een energiepremie bij individuele huishoudens centraal. Kan het Kabinet ook aangeven hoe gegarandeerd wordt dat huishoudens altijd de premie krijgen waar zij recht op hebben en dat er nooit gezegd zal worden dat de kas leeg is? Het door het Kabinet uitgetrokken budget mag derhalve niet gemaximeerd worden.

De leden van de PvdA-fractie delen het uitgangspunt de lijst van apparaten die voor de energiepremie in aanmerking komen te baseren op Europese afspraken (energie-etikettering EU richtlijn 97/75). Tegelijkertijd is er echter kritiek op de accuraatheid waarmee het energieverbruik van deze lijst overeenkomt met het feitelijk gebruik. Bovendien bestaat er nog lang niet voor alle categorieë;n apparaten een energie-etikettering. Het is om beide redenen terecht dat er een afzonderlijke ministeriële regeling komt die voor alle betrokkenen duidelijkheid geeft. Deze leden vragen of deze regeling reeds zo spoedig mogelijk gepubliceerd kan worden? Bovendien vragen zij of het mogelijk is de regeling reeds vanaf 1 juli aanstaande (en derhalve eventueel met terugwerkende kracht) in te voeren? Is het niet zo dat door een latere invoering de beoogde compensatie voor de verhoogde energiebelastingen niet voldoende tot stand komt?

Een principiële vraag voor de leden van de PvdA-fractie is of de (hoogte van de) premie wordt afgestemd op het compenseren van het onrendabele deel van de hogere investeringslast, dan wel dat vooral het marketing aspect speelt gericht op het vergroten van de marktpenetratie van zuinige apparaten? Kan in dit kader een indicatie worden gegeven van het prijsverschil tussen A-label apparaten en apparaten zonder een label zodat zij niet in aanmerking komen voor een energiepremie? Met andere woorden zijn A-label apparaten ook reëel betaalbaar voor de wat krappere beurs, zodat de compensatie ook de lagere inkomens bereikt?

De leden van de PvdA-fractie zouden graag met spoed een 'zachte lening'-faciliteit uitgewerkt zien. Bij energiesparende investeringen die zich op (lange) termijn terugverdienen is vaak het probleem voor gezinnen en bedrijven niet het rendement maar het kunnen financieren daarvan. Is het Kabinet bereid om deze faciliteit eventueel via een aftrekbaarheid in de landelijke belastingheffing te regelen en niet via een energiepremieregeling in het onderhavige wetsontwerp? Overigens rijst bij deze leden dan de vraag hoe een zachte lening faciliteit zich verhoudt met de beoogde afschaffing van de aftrek van rente op consumptief krediet bij de komende belastingherziening. De leden van de PvdA-fractie pleiten voor een "groene consumptie-aftrek"!

De leden van de PvdA-fractie geven nadrukkelijk ook hun steun aan de verdere uitwerking van de milieu-investeringsaftrek (MIA) voor bedrijven en dat daarbij ook meer ruimte komt voor energiepremies voor non-profitinstellingen als sportverenigingen en kerken die immers niet onder de aftrekregeling kunnen vallen.

In de MvT wordt aangegeven dat het budget voor de MIA 27 miljoen bedraagt. In het Belastingplan 1999 is aangegeven dat 22 miljoen in de loop van 1999 zal worden aangewend voor de MIA terwijl over 5 miljoen nog besluitvorming dient plaats te vinden. Is deze 5 miljoen nu toegevoegd aan het budget voor de MIA? Volgens het Belastingplan 1999 maakt de 27 miljoen deel uit van een bedrag van 32 miljoen aan reserveringen ten behoeve van de landbouwsector. Is in de gegeven vorm ook daadwerkelijk gegarandeerd dat deze 27 miljoen ten goede komen aan de landbouwsector, zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

In het voorgestelde nieuwe artikel 36p Wet belastingen op milieugrondslag wordt in het tweede lid vermeld dat de vermindering slechts wordt toegepast, naast andere voorwaarden, indien een gerechtigde tot de energiepremie de eigenaar, enz. van een "als woning gebruikte onroerende zaak is, waaraan de belastingplichtige aardgas of elektriciteit levert". Houdt dit in dat huishoudens die bijvoorbeeld een woonboot of een roerend gebleven woonwagen bewonen en gebruik maken van de diensten van de energiebedrijven (aangesloten zijn op het energienet), niet in aanmerking kunnen komen voor de energiepremie of de belastingvermindering voor het energiebedrijf in dit geval wordt uitgesloten? Het komt de leden van de PvdA-fractie voor dat dit niet de bedoeling kan zijn.

Deel: ' Inbreng PvdA wijziging regulerende energiebelasting '




Lees ook