Nieuws van de Socialistische Partij


Inbreng van de SP-fractie op het wetsvoorstel Inkomstenbelasting 2001

Hoofdlijnen

De leden van de SP-fractie hebben met teleurstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel schiet naar onze mening ernstig tekort aan de eisen van de volgende eeuw vanwege een tekort aan maatschappelijk draagvlak omdat de voorgestelde belastingherziening de inkomensverschillen niet verkleint én de overheid niet meer middelen verschaft om meer te kunnen investeren in de samenleving.

Gelet op het feit dat maatschappelijk draagvlak ook in de Verkenning als een uitdrukkelijk doel werd gesteld heeft het de leden van de SP-fractie verbaasd dat hier in het uiteindelijk wetsvoorstel geen aparte aandacht meer aan wordt besteed. De belastingherziening doet afbreuk aan het draagkrachtbeginsel omdat het in de Wet Inkomstenbelasting 1964 gehanteerde uitgangspunt - elke gulden inkomen is gelijk en dient gelijk te worden belast - wordt verlaten. De boxenstructuur is misschien "robuuster" dan het huidige stelsel maar het stelt teleur dat het kabinet niet heeft geprobeerd de huidige inkomstenbelasting te herzien (bijvoorbeeld met een vermogenswinstbelasting).

Naast het verschaffen van middelen voor de overheid om de maatschappelijke voorzieningen te kunnen financieren en het herverdelen van de rijkdom kan het belastingstelsel ook een bijdrage leveren aan het stimuleren van milieuvriendelijk gedrag en het bevorderen van emancipatie en economische bedrijvigheid. De leden van de SP-fractie zouden willen dat er door het kabinet op deze punten meer ambitie aan de dag gelegd zou worden. Het blijft bijvoorbeeld vreemd dat geen ecotax wordt geheven waar hij het beste zou werken: bij de grootverbruikers. Wat is volgens het kabinet het prijsverschil voor gas en elektriciteit met de ons omringende landen? Wat zou de opbrengst zijn van een ecotax voor grootverbruikers van 3,9 cent voor gas en 3,6 cent voor elektriciteit?
Ook had de SP graag gezien dat een begin gemaakt wordt met het aanpakken van de fiscale subsidies voor de luchtvaartsector. Tot welk bedrag stijgen de kosten van de BTW vrijstelling voor vliegtuigtickets? Wat zijn de budgettaire opbrengsten van de invoering van een accijns op kerosine van 99 cent per liter?

Arbeidsmarkt

De introductie van een standaard heffingskorting is ongetwijfeld het meest revolutionaire onderdeel van de belastingherziening. De leden van de SP-fractie zijn tevreden dat hierdoor de grootste denivellerende aftrekpost wordt afgeschaft. Bovendien heeft de niet-overdraagbaarheid daarvan een emanciperend effect op de arbeidsmarkt omdat vrouwen hierdoor niet meer ontmoedigd zullen worden om te gaan werken als hun partner in een hoger tarief valt.

De arbeidskorting is een verbetering vergeleken met het nu bestaande arbeidskostenforfait omdat hiermee aan de denivellerende werking van de laatste een einde komt. De leden van de SP-fractie vinden het echter onacceptabel dat de arbeidskorting niet wordt toegekend aan werkenden met een inkomen lager 15.316 gulden per jaar. Uitgangspunt is immers dat de arbeidskorting is bedoeld voor werkenden terwijl dit principe blijkbaar niet opgaat voor deeltijdwerkers met een laag inkomen. Ten tweede blijkt uit de vele alarmtelefoontjes die de SP hierover heeft gehad dat een groot aantal mensen er toch op achteruit gaat. Dat is zeker in deze categorie waarin elke gulden al twee keer moet worden omgedraaid niet goed. Kan het kabinet een overzicht geven van de inkomenseffecten voor deze groep? De leden van de SP-fractie vinden tot dat aan de opzet van de arbeidskorting nog andere ongerijmdheden vastzitten. De grens van 15.316 gulden per jaar impliceert dat deeltijders met een hoog uurinkomen wel aan het benodigde jaarinkomen voor de arbeidskorting kunnen komen en deeltijders met een laag inkomen niet. Kan bij de toepassing van de arbeidskorting niet voor het urencriterium gekozen worden? Het stoort de SP-fractie ten zeerste dat het emanciperende effect van de heffingskorting voor deze bevolkingsgroep daardoor weer teniet wordt gedaan. Immers, vrouwen met een deeltijdbaan zullen in deze categorie juist nadeel ondervinden van de belastingherziening omdat ze geen recht hebben op de arbeidskorting. Hoe denkt het kabinet daarover? Tot slot heeft de voorgestelde arbeidskorting mogelijk negatieve maatschappelijke effecten voor het voorzieningen peil van kinderdagverblijven, gastouders, en de alphahulp. Hoe denkt het kabinet daarover? Is hier inmiddels al een oplossing voor gevonden?

De SP-fractie vindt het jammer dat er niet voor is gekozen om de arbeidskorting langzaam af te toppen voor de hogere inkomens zoals dat ook door het IMF is geadviseerd. Waarom benadrukt het kabinet dat dit een stijging van de marginale wig tot gevolg heeft terwijl dit toch moet worden afgewogen tegen het bestrijden van de armoedeval? Waarom wil het kabinet wel de SPAK in stand te houden die tenslotte ook tot een hogere marginale (werkgevers) wig leidt in het afbouwtraject?

Eigen woning

De leden van de SP-fractie zijn teleurgesteld over het gebrek aan fiscale durf die uit de voorstellen voor de eigen woning spreekt. Het argument van het kabinet om de onbeperkte hypotheekrenteaftrek in stand te houden, het stimuleren van het eigen woningbezit, wordt ook door de leden van de SP-fractie gedeeld. Dit sluit echter geenszins het stellen van een maximum aan de aftrekbaarheid uit. Hoe beoordeelt het kabinet het alsmaar stijgend beslag op de collectieve middelend van de aftrek? Is men van mening dat de onbeperkt aftrek een prijsopdrijvend effect heeft op de woningmarkt? Hoe wordt de verstoring beoordeeld die de onbeperkte aftrek heeft voor de keuze tussen huren of kopen?

Sparen en beleggen

De SP-fractie is met het kabinet van mening dat het huidige belastingstelsel niet voldoet omdat vermogenswinsten niet worden belast. De leden vinden echter dat de voorgestelde vermogens rendementsheffing niet voldoet aan de eisen van rechtvaardigheid en het draagkrachtbeginsel. De SP-fractie vraagt zich af hoe het kabinet denkt over het maatschappelijk draagvlak van de voorgestelde heffing. Gelet op de vele reacties vanuit onder andere de fiscale hoek lijkt die op z'n minst twijfelachtig.

De voorgestelde heffing is naar onze mening niet rechtvaardig omdat vermogenswinsten laag worden belast. Weliswaar ligt het aanmerkelijk belang tarief ook op 30 procent maar dit is een gecombineerd tarief met de vennootschapsbelasting. Waarom wordt dit tarief niet gelijk gesteld aan de vennootschapsbelasting? De heffing is ook in strijd met het draagkrachtbeginsel omdat over hoge rendementen hetzelfde lage forfaitaire rendement van 4 procent wordt toegepast. Aan de andere kant worden lage renderende beleggingen zoals spaargeld geconfronteerd met een hoge reële druk.

De invoering van de vermogensrendementsheffing wordt gekoppeld aan de afschaffing van de progressieve heffing over rente en dividend. Een gemiste kans omdat de totale meeropbrengst van de belastingheffing op vermogens hierdoor daalt tot een magere 450 miljoen (p.57). Tot slot is van vele kanten betwijfeld of de voorgestelde heffing internationaal inpasbaar zal zijn. Is bijvoorbeeld al bekend of landen de heffing niet als een vermogensbelasting zullen beschouwen? Heeft het kabinet een lange termijn visie op de belastingheffing van vermogens (ook in Europees verband)? Gaat Nederland straks een bronheffing inhouden op rente terwijl de progressieve heffing hierover is vervallen?

Om deze redenen vinden de leden van de SP-fractie het erg jammer dat niet gekozen is voor een vermogenswinstbelasting. Een dergelijke belasting komt tegemoet aan de eisen van rechtvaardigheid en draagkracht en heeft voldoende maatschappelijk draagvlak. Het kabinet noemt een aantal argumenten tegen de vermogenswinstbelasting of vermogensaanwasbelasting die niet erg overtuigend zijn. Wat vindt het kabinet van de ervaring van landen met een vermogenswinstbelasting dat het lock-in-effect klein is en grotendeels kan worden voorkomen door realisatie bij overlijden te veronderstellen? Waarom wordt als nadeel van de vermogensaanwasbelasting genoemd dat dit tot liquiditeitsproblemen kan leiden terwijl dezelfde problemen zich toch ook kan voordoen bij de vermogensrendementsheffing? De leden zijn het helemaal eens met de constatering van de memorie van toelichting (p.
293) dat van de vermogenswinstbelasting niet gesproken kan worden. Waarom worden administratieve bezwaren tegen deze belasting genoemd die een uitwerking zijn van een gecompliceerde vermogenswinstbelasting (doorschuiffaciliteit bij overlijden, inflatiecorrectie, middeling)? Wat vindt het kabinet van de ontwikkelingen rond de capital gains tax in de VS waar per 1 januari 2001 gekozen kan worden tussen heffing bij aanwas of realisatie? Wat vindt men van de relatieve grootte van de belastingopbrengst daar (rekening houdend met de gemiddeld veel lagere lastendruk)? Het is de leden van de SP-fractie opgevallen dat onder het aanmerkelijk belang regime vermogenswinsten wel op basis van de reële winsten wordt belast. Wat is daarvoor de argumentatie? Waarom is deze niet van toepassing op box III? Bestaat niet het risico van constructies met het lagere effectieve tarief in box III?

Oudedagsvoorzieningen

De SP-fractie steunt in principe het streven van het kabinet om het budgettaire belang van de lijfrenteaftrek te beperken. Wel hebben de leden twijfels over de voorgestelde uitwerking daarvan. Ten eerste blijft het voor ons onduidelijk welke inkomensgroepen nu precies nadeel ondervinden van de voorgestelde wijzigingen. Kan het kabinet daar misschien een indicatie van geven? Wat is het gemiddelde aftrektarief voor de lijfrenteaftrek? Ten tweede is de voorgestelde regeling erg ondoorzichtig. Ten derde had de SP-fractie graag een meer fundamentele discussie gezien over de fiscale behandeling van het sparen voor de oude dag. Bijvoorbeeld door het ter discussie stellen van de omkeerregel met alle daaraan verbonden haken en ogen. Hoe wordt bijvoorbeeld gedacht over het vervangen van de omkeerregel door een systeem van een of meer heffingskortingen?

Specifieke onderwerpen

De leden van de SP-fractie vrezen dat de voorgestelde regeling voor de bijtelling voor het privé gebruik van de auto van de zaak zal leiden tot een flinke stimulans voor de papierindustrie. De motivering van deze wijziging is beperkt tot een verwijzing naar het regeerakkoord. Zou daar misschien wat uitgebreider op kunnen worden ingegaan met name wat betreft de ook door de Raad van State gevreesde administratieve lasten?

De SP-fractie is er geen voorstander van om de uitgaven voor kinderen ouder dan 27 jaar te laten vervallen. Waarom wordt dit beargumenteerd met een hoge fraudegevoeligheid terwijl de aftrek onder de 27 jaar wél gehandhaafd blijft? (p. 53) Waarom wordt juist in dit tijdsgewricht waarin de sociale voorzieningen vergaand zijn beperkt ervoor gekozen om deze aftrek te schrappen met het beroep op het niveau van de sociale voorzieningen? Kan een indicatie worden geven van de hoogte van de inkomenseffecten voor deze groep? Wat zijn de kosten van deze aftrekpost?

Wij betreuren het dat het kabinet er niet voor gekozen heeft het op p.54 en 55 gesuggereerde zorgkostenforfait in het wetsvoorstel op te nemen. Wij zouden er een groot voorstander van zijn om hiervoor alsnog een heffingskorting op te nemen in het voorstel. Hoe denkt het kabinet erover om het zorgkostenforfait in te voeren in combinatie met een gerichte arbeidskorting voor de lagere inkomens om de arbeidsparticipatie te stimuleren? Wat zijn de kosten van het onderzochte generieke zorgkostenforfait? (p. 55) Wat is de hoogte van het onderzochte forfait? Was daarbij voorzien in een afbouwtraject van het forfait voor hogere inkomens? Zo ja, welk inkomenstraject dan?

Budgettaire en inkomensgevolgen

De SP-fractie is verheugd dat de werkenden met een minimuminkomen er in de voorgestelde wijziging op vooruit gaan. Wel vinden wij het jammer dat dit gepaard moet gaan met lastenverlichting voor de rijken door middel van forse tariefsverlagingen van 60 naar 52 procent en 50 naar 42 procent in de hogere schijven . Kan worden aangegeven wat de kosten zijn van het verlagen van de tariefpercentages van de twee hoogste schijven? (t.o.v. de nieuwe heffingskortingen opzet). Hoe zien de inkomenseffecten er voor kleine zelfstandigen met een laag inkomen uit die nu gebruik maken van de overdraagbare belastingvrije som? (p.
303) Wordt deze groep hiervoor gecompenseerd? Wat zijn de inkomenseffecten voor uitwonende studenten?
Over het vermeende nivellerende of denivellerende effect van de vorige belastingherziening ('Oort') is na de herziening veel onduidelijkheid ontstaan. Kan het kabinet hier een finaal oordeel over geven?

Weekenduitgaven

In het wetsvoorstel is de aftrekpost voor weekenduitgaven nog niet verder uitgewerkt. Vindt de nadere uitwerking van wat een "ernstig gehandicapt kind" (p.260) wordt genoemd plaats in samenwerking met de gehandicaptenorganisaties en wordt ook de Kamer daar nog bij betrokken?

Deel: ' Inbreng SP-fractie wetsvoorstel Inkomstenbelasting 2001 '




Lees ook