Partij van de Arbeid


Alles wat je altijd al wilde weten over het Studiehuis en de Tweede Fase.....
2 december 1999 PvdA-voorlichting

1. Wat houden Profielen, het Studiehuis en de Tweede Fase precies in?

2. Waarom zijn deze vernieuwingen ingevoerd?

3. Hoe heeft de Kamer zich bemoeid met de invoering van de Tweede Fase?

4. Waarom heeft de Tweede Fase twee invoeringsdata?

5. Zijn leerlingen van die leeftijd wel in staat om zelfstandig te werken?

6. Wordt het onderwijs niet veel moeilijker als leerlingen niet langer naar believen hun vakkenpakket kunnen samenstellen?

7. Betekenen de vernieuwingen dat in de toekomst minder leerlingen een havo- of vwo-diploma zullen behalen?

8. Waarom wordt er zo geklaagd over de werkdruk?

9. Waarom wordt er zo geklaagd over de kosten van de Tweede Fase?

10. Wat doet de PvdA-fractie met de kritiek op het Studiehuis en de Tweede Fase?

1. Wat houden Profielen, het Studiehuis en de Tweede Fase precies in?
De bovenbouw van havo en vwo zijn vernieuwd met ingang van 1 augustus 1998 (vrijwillige start door een kwart van de scholen) en 1999 (bij de rest van de scholen). De vernieuwingen betreffen:

*de lesstof van alle vakken; voor alle vakken zijn de eindtermen vernieuwd en precies geformuleerd. Met andere woorden: de lesstof is aangepast aan de opvattingen over wat leerlingen moeten kennen en kunnen in een volgend millennium. De inhoud van de vakken is overigens samengesteld door een deskundig panel van vakdocenten en aanverwante deskundigen (universiteiten) in de zogenaamde vakontwikkelgroepen.

*de samenstelling van de vakkenpakketten; in het verleden konden leerlingen kiezen uit een heel scala aan vakkenpakketten, daarmee was de relevantie van het vakkenpakket ten opzichte van de vervolgstudie niet altijd helder. Ook kozen leerlingen een vakkenpakket waar ze nog net het diploma mee haalden maar vervolgens onvoldoende toegerust mee in het hoger onderwijs kwamen. In de Tweede Fase kunnen leerlingen kiezen uit vier "doorstroomprofielen" die stuk voor stuk zijn toegesneden op bepaalde richtingen in het hoger onderwijs. Het profiel Cultuur en Maatschappij is met name gericht op jongeren die later een toekomst willen hebben in de sociale en culturele beroepen. Het profiel Economie en Maatschappij leidt jongeren toe naar hogere opleidingen voor beroepen in de sociaal-economische sector, zoals bijvoorbeeld belastingen en economische en administratieve functies. Het profiel Natuur en Gezondheid vormt een voorpost naar studies in de medische en biologische sfeer. Tenslotte leidt het profiel Natuur en Techniek de whizzkids uit onze samenleving op tot natuurkundige of andere natuurwetenschappelijke studies. Naast de profielen hebben alle leerlingen een algemeen deel met basisvakken (Nederlands en zo) in hun pakket. Naast het profiel en het algemene deel hebben leerlingen nog een deel binnen hun pakket over dat de "vrije ruimte" wordt genoemd. In dit deel kunnen zij kiezen voor aanvullende vakken die ze graag aan het pakket willen toevoegen.

*de werkvormen op school; in de samenleving van de komende eeuw zullen leerlingen in toenemende mate worden getoetst op de mate waarin zij kennis kunnen hanteren. Daarnaast verwacht een opleiding in het hoger onderwijs dat leerlingen zich enige mate van zelfstandig werken eigen hebben gemaakt. Om die reden is het reeds beproefde concept van "het studiehuis" geïntroduceerd. De bedoeling van het studiehuis is dat leerlingen zelfstandiger leren werken en daarvoor de nodige begeleiding krijgen van de docenten. Er zal dus in de toekomst minder klassikaal worden lesgegeven en meer op individueel niveau. Let wel: het studiehuis is geen onderdeel van het wetsvoorstel Tweede Fase geweest. Het betreft hier een concept, een methode van werken, die zijn waarde heeft bewezen, maar die scholen naar eigen goeddunken kunnen hanteren! Het vormt dus ook geen blauwdruk.

2. Waarom zijn deze vernieuwingen ingevoerd?
Er blijkt veel mis met de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs. De helft van de havisten strandt op het HBO en van de vwo'ers behaalt pas na 7 jaar studeren iets meer dan 50 % op de universiteit zijn of haar bul. Daarnaast sluiten al de eerste lichtingen scholieren de basisvorming af en de oude bovenbouwprogramma's sluiten onvoldoende aan op de met de basisvorming vernieuwde onderbouw. In het basisonderwijs en in de basisvorming wordt namelijk al veel langer gewerkt met het zelfstandig werken.
De discussie over de basisvorming zal echter niet snel in verband worden gebracht met de discussie over de Tweede Fase omdat leerlingen die de basisvorming al hebben afgelegd geen direct belang (meer) hebben bij eventuele wijzigingen en docenten in de bovenbouw van havo en vwo de docenten met eerstegraadsbevoegdheid zijn, terwijl men in de onderbouw (de basisvorming over tweedegraadsbevoegdheid moet beschikken.
De inperking van de pakketkeuze tot vier profielen moet de scholieren gerichter voorbereiden op verschillende studierichtingen in het hoger onderwijs en de zelfstandiger werkvormen van het studiehuis moet de scholieren beter leren zelfstandig te studeren, zoals dat ook in het hoger onderwijs van hen wordt verwacht.

3. Hoe heeft de Kamer zich bemoeid met de invoering van de Tweede Fase?
De Kamer heeft herhaaldelijk gesproken over de Tweede Fase. In 1995 heeft ze een notaoverleg gehouden, in 1996 een algemeen overleg, in 1997 een wetgevingsoverleg en uiteindelijk werd het wetsvoorstel in juni 1997 plenair behandeld en met algemene stemmen aangenomen. De discussie richtte zich op de facilitering, de invoeringsdatum en specifieke vakken.
Overigens moet het duidelijk zijn dat de hele vernieuwing van havo/vwo geen politieke uitvinding is. Al jarenlang wordt er in het voortgezet onderwijs gediscussieerd over de wijze waarop de aansluiting met het hoger onderwijs kan worden verbeterd. De nieuwe vakken en profielen zijn ook allemaal uitgedokterd door deskundigen uit het onderwijsveld zelf. Daarnaast heeft het procesmanagement voortgezet onderwijs de hele zaak in opdracht van het departement op de rails gezet. Vanaf de inwerkingtreding van de wet in augustus 1998 is het verloop ervan op de scholen permanent gemonitord. Dat heeft naar aanleiding van de eerste resultaten in 1998 ook tot een aantal praktische verbeteringen geleid die Karin Adelmund aan de Kamer heeft voorgesteld en die wij hebben omarmd. Zo is de werkdruk van leerlingen en leraren verlaagd met het schrappen van ongeveer 5% van de lesstof (schrappen van enkele modulen binnen wat vakken en combineren van werkstukken voor diverse vakken), daarnaast zijn de slaagzak-regeling en de zogenoemde bezemregeling aangepast. De aangepaste slaag-zak-regeling houdt in dat een leerling maximaal tweemaal een 5 of éénmaal een 5 en éénmaal een vier mag halen maar van die onvoldoendes mag slechts één een profielvak betreffen. De aanpassing van de bezemregeling houdt in dat de school kan kiezen uit twee regelingen voor oude-stijl-leerlingen die zakken: 1.de voldoende schoolonderzoekcijfers blijven het volgende jaar staan of
2.de vakken die werden afgesloten met een voldoende eindcijfer (schoolonderzoek en centraal examen gemiddeld) blijven staan.

4. Waarom heeft de Tweede Fase twee invoeringsdata? Toen de Kamer in 1997 besliste over de invoering van de Tweede Fase klonken er plotseling bezwaren van verschillende scholen dat het allemaal moest worden uitgesteld. Uiteindelijk heeft staatssecretaris Netelenbos toen voorgesteld dat scholen met ingang van 1 augustus 1998 de profielen mochten beginnen, maar dat het met ingang van 1 augustus 1999 moest; 3 van de scholen begon in 1998, : stelde het uit tot 1999. Daarmee werden twee vliegen in dezelfde klap geslagen: scholen die de zaak nog niet op orde hadden konden even de tijd nemen om meer voorbereidingen te treffen, terwijl tegelijkertijd de scholen die klaar waren voor de vernieuwing geen onnodige vertraging hoefden op te lopen.
De invoering van het studiehuis is echter een proces dat niet van de ene dag op de andere valt te voltooien. Dat heeft de Kamer tijdens de behandeling van de wet Tweede Fase dan ook heel duidelijk gesteld. Professionals schatten in dat het de meeste scholen tenminste tien jaar kost om het ideale studiehuis te realiseren. Stapje voor stapje kunnen de nieuwe werkvormen worden ingevoerd, waarbij duidelijk is dat de éne school harder loopt dan de andere. Dat mag, maar helaas hebben niet alle scholen door dat er grote beleidsvrijheid is bij het introduceren van het studiehuis als nieuw onderwijsconcept. Terwijl er bij het procesmanagement voldoende informatie -ook over het studiehuis- te verkrijgen valt.

5. Zijn leerlingen van die leeftijd wel in staat om zelfstandig te werken?
Dat zal niet voor iedereen in eenzelfde mate gelden. Je kunt mensen daarin opvoeden. Dat is nu juist de bedoeling van het studiehuis. Leren leren wordt steeds belangrijker. Veel werkgevers kijken bij aanname van personeel niet naar de precieze kennis van personen, maar vooral naar hun sociale vaardigheden, hun vermogen probleemoplossend te werken en onderdeel te kunnen zijn van een professioneel team. Overigens blijkt uit cijfers over het jaar 1998/1999 dat scholieren gemiddeld niet meer uitvallen of slechtere resultaten behalen door de invoering van de Tweede Fase. Daarmee is de paniekzaaierij over massale uitval toch een beetje overdreven. Als iemand echter absoluut niet in staat is tot zelfstandig werken, moet je je afvragen of het verstandig is zo iemand te helpen aan een diploma dat toegang geeft tot het hoger onderwijs, waar wel veel zelfstandigheid van de studenten wordt verwacht.

6. Wordt het onderwijs niet veel moeilijker als leerlingen niet langer naar believen hun vakkenpakket kunnen samenstellen? Het wordt iets moeilijker, maar de oude situatie met zwakke leerlingen die uitweken naar een "pretpakket" was allesbehalve ideaal. Leerlingen behaalden wel hun diploma, maar dat diploma bleek vervolgens in het hoger onderwijs niet waard wat erop stond. Het komt voor dat sommige leerlingen duidelijk meer tijd kwijt zijn aan het studeren, maar dat heeft ook iets te maken met de organisatie op de school: dezelfde praktische opdrachten mogen voor verschillende vakken op verschillende aspecten worden beoordeeld en zo kan men de leerlingen tijd besparen, maar als scholen zoiets niet organiseren dan betekenen alle praktische opdrachten veel extra werk.
Ook wordt er gelaagd over de gevolgen voor de doorstroom van mavo naar havo. Voor alle duidelijkheid: 60 % van alle leerlingen bevindt zich in het vbo en mavo. Van alle scholieren op het mavo stroomt ruim 80 % door naar het mbo. Zo'n opleiding in het mbo bleek in het verleden al een prima doorstroomroute naar het hoger onderwijs, ook voor de vele havisten die het niet konden redden via de rechtstreekse route.

7. Betekenen de vernieuwingen dat in de toekomst minder leerlingen een havo- of vwo-diploma zullen behalen?
Dat valt niet zo te zeggen. Als je de leerstof verandert, kan het voorkomen in dat niet iedereen die vroeger een diploma zou halen, het nu ook nog doet. Uit de cijfers van de monitor blijkt echter geen duidelijke toename van de hoeveelheid zittenblijvers. Ook blijkt dat scholen niet meer dan vroeger leerlingen bij de poort selecteren, hetgeen een positief teken is. Tegelijkertijd zie je ook leerlingen, die niet gedijen bij de klassikale lessen, opbloeien bij de zelfstandige werkvormen van het Studiehuis.

8. Waarom wordt er zo geklaagd over de werkdruk? De vernieuwingen van de Tweede Fase betekenen dat er het nodige verandert. De veranderingen lijken echter groter dan ze zijn. Er wordt gesproken over zo'n 15 examenvakken, terwijl er vroeger op havo en vwo sprake was van respectievelijk 6 en 7 examenvakken. Het betreft nu echter zowel vakken met een centraal examen als vakken met een schoolexamen en die laatste vakken worden met een eigen toetsing van de school afgesloten. Als je nagaat dat leerlingen in het verleden ook in de bovenbouw te maken hadden met totaal 12 à 13 vakken, die ze voor een belangrijk deel al in de vierde klas afsloten, komt het verschil weer enigszins in de juiste proporties te staan. Geen enkele regel verbiedt het scholen een aantal vakken af te sluiten in de vierde klas.
Niettemin moeten docenten nieuwe lesprogramma's verzinnen en moeten ze wennen aan nieuwe lesvormen. Leerlingen krijgen te maken met zwaardere programma's. Dit betekent dat sommige leerlingen die het vroeger net wisten te redden door zich de pleuris te werken, het nu niet meer redden. Daarnaast speelt dat sommige docenten in feite zo vast zitten in de oude lesstof, dat ze de oude èn de nieuwe leerstof onderwijzen, en dan wordt het wel erg zwaar voor de leerlingen. Natuurlijk komen er problemen voor die nu pas blijken in de praktijk. Daarom wordt de invoering uitgebreid gemonitord door het procesmanagement voortgezet onderwijs. Nog in december 1998 heeft staatssecretaris naar aanleiding van zo'n rapportage flink gesneden in de programma's van verschillende vakken.

9. Waarom wordt er zo geklaagd over de kosten van de Tweede Fase? Omdat de lesstof van alle vakken is vernieuwd, zijn er ook voor alle vakken nieuwe schoolboeken gekomen. Die schoolboeken vallen duurder uit dan verwacht en nodig. Uitgeverijen maken de boeken extra duur door ze op alle mogelijke manieren op te leuken. Daarnaast hebben ze een riante marktpositie omdat ze bij scholieren in feite te maken met gedwongen winkelnering. De school kiest en de leerlingen moeten verplicht aanschaffen (of laten aanschaffen via het boekenfonds).
De Tweede Kamer heeft destijds erop gehamerd dat we voldoende geld moesten uittrekken voor de invoering van de Tweede Fase. Aanvankelijk waren er f. 147 miljoen aan aanvullende middelen uitgetrokken specifiek voor de nieuwe Tweede Fase. Daarnaast waren er ten behoeve van de vernieuwing van het gehele voortgezet onderwijs f. 403 miljoen beschikbaar. Voor de deskundigheidsbevordering was zo'n f. 700 miljoen berekend. Ten tijde van de wetsbehandeling hebben de regeringspartijen bij motie om f 50 miljoen extra gevraagd en gekregen voor deze deskundigheidsbevordering. We hebben bij het regeerakkoord f. 100 miljoen uitgetrokken voor de vernieuwingen in het voortgezet onderwijs en daarnaast kwam er een extra bedrag voor de Wet Tegemoetkoming Studiekosten. Bij de laatste algemene beschouwingen hebben we een motie aangenomen die aandrong op een verdere verhoging van de WTS: de grens bij het belastbaar inkomen van de ouders is verhoogd en er werd een hoger bedrag voor elk kind gevraagd. Toch nemen de beschikbaar gestelde bedragen niet alle noden weg. Daar moeten we serieus naar blijven kijken.

10. Wat doet de PvdA-fractie met de kritiek op het Studiehuis en de Tweede Fase?
De problemen nemen we serieus, maar dat betekent niet dat we alle oplossingen die worden gesuggereerd zonder meer overnemen. Zo is het voorstel van D66 om een kwart van alle vakken te schrappen echt onzin. Bij reële problemen moeten we kijken of we die kunnen ondervangen met bepaalde praktische aanpassingen (meer vrijheid voor scholen om bepaalde werkstukken te combineren, etc.). We geloven echter niet in oplossingen die erop aansturen dat alles bij het oude blijft. De vernieuwing van de Tweede Fase blijft echt nodig.
Door middel van een Internet-discussie, het organiseren van een Studiehuiskaravaan en vele gesprekken met schoolleiders en docenten proberen we een beeld te krijgen van de grootste problemen. Tenslotte stellen we de vaste boekenprijs voor schoolboeken ter discussie.

Deel: ' Informatie PvdA over Studiehuis en Tweede Fase '




Lees ook