Ministerie van Binnenlandse Zaken


Inhaalslag in achterstandswijken door grotestedenbeleid

1 maart 1999

In veel achterstandswijken in de grote steden vindt een inhaalslag plaats: de werkloosheid daalt sneller dan in de gehele stad en op het terrein van het onderwijs stijgen de scores op Cito-eindtoets. Daarentegen is de kwaliteit van het wonen en het voorkomen van buurtproblemen in de meeste steden ongewijzigd gebleven. De algemene conclusie, een positieve ontwikkeling voor de vijfentwintig steden die vallen onder het grotestedenbeleid staat in het Jaarboek Grotestedenbeleid 1998, dat minister Van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) vandaag in Den Haag heeft gepresenteerd.

Werkloosheidsdaling

Uit het onderzoek van het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek (ISEO) van de Erasmus Universiteit te Rotterdam blijkt dat de werkloosheid in de steden zelfs iets sterker daalt dan het landelijk gemiddelde. Wel is het zo dat de werkloosheid in de meeste steden nog steeds aanmerkelijk hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Verder blijkt uit het onderzoek dat ook in de achterstandswijken de werkloosheid daalt. In de helft van de steden verloopt de daling in deze wijken zelfs sneller dan in de hele stad. Het beeld voor de hele stad is echter minder gunstig.

Langdurig werklozen (zij die langer dan één c.q. drie jaar werkloos zijn) vrouwen, laag opgeleiden en allochtonen, profiteren in de meeste steden vooralsnog wat minder van de economische opgang.

De groei van het aantal banen ligt in de G25 iets boven de landelijke toename. Daarbij gaat het om een toename van het aantal bedrijven in het midden- en kleinbedrijf, waarbij - net als in de voorgaande jaren - sprake is van een sterke groei van het aantal eenmansbedrijven.

Onderwijs
Ook op het terrein van het onderwijs zijn de resultaten positief. Want hoewel het eindniveau in het basisonderwijs, zoals dat wordt gemeten met de Cito-eindtoets, relatief stabiel is, is het gemiddeld niveau in de achterstandswijken iets gestegen. En hoewel het verschil met de niet-achterstandswijken nog aanzienlijk is, wordt het verschil tussen de achterstandswijken en de rest van de stad iets kleiner. Verder blijkt uit het onderzoek dat in het voortgezet onderwijs het aandeel geslaagden is toegenomen, terwijl tegelijkertijd het aandeel zittenblijver is gedaald.

Leefbaarheid
Uit het bevolkingsonderzoek leefbaarheid en veiligheid, dat onderdeel is van het Jaarboek GSB, blijkt dat de kwaliteit van het wonen in de meeste steden gelijk is gebleven. Dit geldt ook voor het aantal buurtproblemen.
Om de leefbaarheid in de steden en wijken te verbeteren moet extra aandacht uitgaan naar de aanpak van verloedering van de buurt, overlast, de omvang van vermogensdelicten en dreiging.

Veiligheid
In de vijfentwintig steden zijn de inwoners in de onderzoeksperiode iets minder vaak het slachtoffer geworden van allerlei vormen van criminaliteit dan daarvoor. Dit geldt overigens ook voor de rest van Nederland. Naar afzonderlijke delicten uitgesplitst zien we een verschil tussen de landelijke trend en de ontwikkelingen in de G25. Zo verloopt de daling van het aantal fietsendiefstallen en inbraken in de G25 wat sneller dan landelijk het geval is, terwijl de afname van het aantal vernielingen en autodelicten in de G25 wat achterblijft bij de landelijke daling.

Het beeld van de maatregelen die zijn getroffen op het terrein van het veiligheidsbeleid is positief. Zo is het aantal heenzendingen volgens plan sterk gedaald, terwijl het aantal HALT-verwijzingen en het aantal opgelegde taakstraffen sterk is gestegen.

Deel: ' Inhaalslag in achterstandswijken door grotestedenbeleid '




Lees ook