Ministerie van Buitenlandse Zaken

https://www.minbuza.nl/content.asp?Key=421012


---


1 Inleiding

2 WRR Rapport
2.1 kernacquis
2.2 Goed bestuur
2.3 Landbouwbeleid
2.4 Structuurbeleid

3 Slot
Inleiding Staatssecretaris Dick Benschop bij WRR discussiemiddag 'naar een Europees brede Unie'

Inleiding Staatssecretaris Dick Benschop bij WRR discussiemiddag 'naar een Europees brede Unie'

Den Haag, 25 september 2001

Zie ook www.europaportaal.nl


1 Inleiding

---


· De aanslagen in de Verenigde Staten hebben de wereld veranderd. We leven mee met het leed daar, we zijn solidair, voelen ons verbonden.


· De gevolgen van de aanslagen en de strijd tegen het terrorisme zullen voelbaar zijn in Europa. Ook de Europese Unie zal erdoor veranderen. Veiligheid wordt een centraal thema. We zullen de Unie in versneld tempo sterker maken, op het terrein van de interne veiligheid en in het optreden naar buiten toe. De Europese Raad van vrijdag is hierover zeer duidelijk geweest.


· Mij is al de vraag gesteld: wat betekent dit voor de uitbreiding van de Unie? Moet deze nu vertraagd worden? Ik heb daar een helder antwoord op: nee! Het wezen van het uitbreidingsproces is dat de normen en de standaards van de EU in een grotere Europese ruimte gaan gelden. De interne markt, de economische en later monetaire unie, de rechtsstaat, het functioneren van justitie en politie (nu ook in de terrorismebestrijding), goed bestuur, samenwerking en solidariteit - dat is het perspectief voor de groter Europese Unie met de nieuwe lidstaten.


· De Unie als een steeds grotere ruimte van verbondenheid en stabiliteit draagt dus bij tot grotere veiligheid en betere veiligheidssamenwerking in Europa. Dat is geen onzeker perspectief, dat is een lonkend perspectief.


2 WRR Rapport

---


· Nu naar het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid zelf. "Naar een Europabrede Unie". Een mooie titel.


· Dank voor de kwaliteit van het rapport. We hebben het werk kunnen volgen aan de hand van deelstudies. Nu ligt het grote rapport er. De verwachtingen zijn niet bedrogen.


· Ik heb grote waardering voor de aanbevelingen van de Raad. De regering komt binnenkort met officiële reactie, die ook naar de Kamer wordt gestuurd. Ik wil wel vast enkele gedachten naar voren brengen.


· Ik zal mij daarbij concentreren op vier terreinen: 'kernacquis', goed bestuur, landbouwbeleid en structuurbeleid.

2.1 kernacquis

---

· Veel aandacht is in de media uitgegaan naar het begrip 'kernacquis'. Dat betekent niet: soepeler maken van toetredingscriteria (ook dat heb ik gelezen), maar het afbakenen van wat het hart is van de Europese samenwerking, de kern waaraan de lidstaten moeten voldoen op het moment dat ze lid worden. Daarbuiten zijn terreinen van wetgeving waar de kandidaat-leden ook aan moeten voldoen, maar waarvoor ze langer de tijd zouden kunnen krijgen, terwijl ze al lid zijn. In het belang van de kandidaat-lidstaten en in het belang van de Unie.


· De WRR noemt die kern: het kernacquis. Wij hebben als regering al vorig jaar november voor een vergelijkbare benadering gekozen. We hebben daarbij een aantal criteria genoemd bij het bepalen van overgangstermijnen en uitzonderingen. De interne markt moet goed blijven functioneren; de veiligheid van de burger mag niet in het geding komen, ook als het gaat om voedselveiligheid; bestuur en recht in de kandidaat-lidstaat; de financiën aan beide kanten.


· Er kan sprake zijn van overgangstermijnen. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar dat de kwaliteit van het drinkwater pas een aantal jaren later op EU-niveau is. Omdat daar grote investeringen voor nodig zijn. Hetzelfde geldt voor sommige grote lokale milieuproblemen.


· Het is de ambitie van de kandidaat-lidstaten zelf om een zo volledig mogelijk transitieproces te willen doormaken: verreikende hervormingen gericht op een zo volledig mogelijk EU-lidmaatschap. Dat proces moeten we nu niet willen afbreken door geforceerd een deel van het acquis op langere baan te schuiven.


· De WRR heeft wel gelijk dat een succesvolle toetreding niet alleen afhangt van de aanpassing van de wetgeving, maar van het waarmaken ervan in de praktijk. Vandaar dat de Europese Commissie deze zogeheten implementatie nauwgezet zal volgen. Dat zal bij de beoordeling of kandidaat lidstaten gereed zijn een grote rol moeten spelen. Daarmee is het laatste woord in de toetredingsonderhandelingen nu nog niet gezegd. Het komende jaar wordt wat dat betreft cruciaal.

2.2 Goed bestuur

---

· Goed bestuur is de ruggengraat van een goed functionerende EU. Er zijn grote economische, sociale en culturele verschillen binnen de straks grotere EU, maar daar kunnen we mee omgaan met 'goed bestuur'. Een overheid die werkt voor zijn burgers, effectief en efficiënt is. Goede en rechtvaardige rechtspraak. Politieagenten die op de burger gericht zijn en klantvriendelijk opereren. Europees recht dat wordt uitgevoerd in de praktijk. Essentieel voor burgers en ondernemers.


· Veel van de inspanningen van de Unie en de lidstaten zijn daar op gericht. De pre-accessie-programma's, ook de Nederlandse, richten zich met name hierop.


· De WRR opent een belangrijk debat over de rechtsstructuur en de eenheid van het recht in de vergrote Unie. In het Verdrag van Nice is een behoorlijk aantal maatregelen afgesproken om het goed functioneren van het Hof van Justitie te garanderen.


· De WRR gaat verder:


- een nieuwe inbreukprocedure


- een Europese rechter per lidstaat, als schakelfunctie tussen nationale rechter en Hof.

De stroomlijning van de inbreukprocedure is een aantrekkelijk voorstel. De Commissie stelt vast, er is beroep mogelijk bij het Hof. Het EGKS-Verdrag dient hierbij als voorbeeld.


· De Europese rechter per lidstaat zal controversieel zijn. Het redden van de eenheid door het opgeven van de eenheid, dat is het probleem.


· Wat vast staat is dat de Europees rechterlijke expertise in de lidstaten versterkt dient te worden (ook in Nederland trouwens). In die zin zal ook de pre-accessie steun hierop gericht na de toetreding door dienen te gaan.


· Vervolgens zou er gesproken kunnen worden over een vorm van 'deconcentratie' van het Hof, in plaats van decentralisatie. De gedachte aan regionale kamers (die meerdere lidstaten betreffen) voor bepaalde terreinen met roulerende rechters is het overwegen waard.


· Met het zicht op een nieuwe IGC in 2004 dient hierover verder te worden gesproken, zonder dat de uitbreiding van een dergelijke ontwikkeling afhankelijk wordt gemaakt.

2.3 Landbouwbeleid

---

- Het landbouwbeleid en het structuurbeleid van de EU moeten allebei op de helling. Daar zijn verschillende redenen voor.


- Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid staat al langer onder druk. We beschermen onze productie nog te veel en worden daar in de Wereldhandelsorganisatie terecht op aangesproken. De consument (en de boer) wil 'groener' en diervriendelijker voedsel. Het GLB is ook niet het antwoord op de problemen in de landbouwsector in de kandidaat-lidstaten.


- Daarom moet het Europese landbouwbeleid op de helling. Dat betekent: stapsgewijs de directe inkomenssteun afbouwen. Tegelijkertijd het plattelandsbeleid verstevigen.


· Zonder hervorming van het GLB dreigt een langdurige discriminatie van nieuwe lidstaten, bij bijvoorbeeld de directe inkomenssteun. Dat is een wel zeer onaantrekkelijk vooruitzicht.

2.4 Structuurbeleid

---

· De uitbreiding geeft tevens een kans om het structuurbeleid beter te stroomlijnen. Het rondpompen van geld - wij brengen geld naar Brussel en krijgen dan een stukje terug voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van Flevoland
- leidt tot een onaangename hoeveelheid administratieve rompslomp.

· Het kabinet heeft dan ook voorgesteld het structuurbeleid, de solidariteit tussen arm en rijk binnen Europa, op een andere lijst te stoelen. Uitgangspunt moet zijn: nationaal in plaats van regionaal. Die landen die qua inkomen onder het EU-gemiddelde liggen, hebben recht op structuursteun. Dat wil zeggen dat het structuurgeld straks daar terecht zou komen waar het meest nodig is: in de kandidaat-lidstaten. Misschien in de vorm van begrotingssteun. Zij kampen immers met de grootste problemen bij het omvormen van hun economische structuur.


· Structuurbeleid verder richten op grensoverschrijdende samenwerking. Nederland heeft deze discussie nu aangezwengeld. Zie de kabinetsreactie op het onderzoek naar de toekomst van de structuurfondsen, ook van vlak voor Prinsjesdag.


3 Slot

---


· Tot slot nog een opmerking over de kosten en baten van uitbreiding. Begrijpelijkerwijs gaat veel aandacht uit naar de kosten. Daar moeten we ook buitengewoon nauwkeurig naar kijken - dat is in het belang van lidstaten en toetreders. Maar de baten zien we nog wel eens over het hoofd. Zeker voor een handelsnatie als Nederland zijn die belangrijk. De groei van ons afzetgebied. Hogere economische groei in de nieuwe lidstaten. Meer welvaart in heel Europa.

===

Deel: ' Inleiding Benschop bij WRR discussiemiddag '




Lees ook