Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Medische ombudsman

De Voorzitter van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

IBE/E-2354035

14 februari 2003

In het Notaoverleg inzake het Patiëntenbeleid d.d. 18 maart 2002 (Kamerstuk 27807, nr. 14) vroeg de Kamer aan de toenmalige minister van Volksgezondheid, mw. dr. E. Borst-Eilers, steun voor de ondersteuning van een idee afkomstig van de KNMG, namelijk het instellen van een medische ombudsman. Mw. Borst heeft de Kamer toen geantwoord in principe open te staan voor een dergelijk idee, maar meer informatie nodig te hebben om een standpunt daarover te kunnen innemen. Daarop heeft zij de KNMG en de NPCF verzocht het voorstel van een medische ombudsman gezamenlijk uit te werken en haar daarover te rapporteren.

Inmiddels heb ik van de KNMG en van de NPCF een reactie ontvangen. Deze reactie doe ik u hierbij toekomen. Beide organisaties hebben onderzocht of binnen het systeem van klachtenbehandeling er behoefte bestaat aan een medische ombudsman. Beide instanties komen tot de bevinding dat er in Nederland op het gebied van de klachtopvang en van de klachtenbehandeling een ruim assortiment bestaat aan klachtinstanties. Zij komen derhalve tot de conclusie dat een medische ombudsman, die een klachtenbehandelende taak en een klachtondersteunende taak zou krijgen, overbodig is.

Wel wijzen genoemde instanties op het tekort schieten in de overall-signalering van onvolkomenheden op het gebied van de kwaliteit van zorg op het niveau van de instelling en op landelijk niveau. Zij verwachten echter dat het thans aanhangige voorstel tot wijziging van de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (WKCZ) (TK 2001 - 2002, 28489) ertoe bijdraagt dat de inspectie voor de gezondheidszorg beter over onvolkomenheden in de zorg geïnformeerd wordt. Een conclusie die ik kan onderschrijven.

Daarnaast doen de genoemde instanties aanbevelingen om er voor te zorgen dat de WKCZ in de praktijk beter gaat werken. Ik neem deze aanbevelingen ter harte en zal die opnemen in het implementatieplan WKCZ dat in overleg met de betrokkenen momenteel wordt opgesteld.

Ik heb kennis genomen van de conclusie van de KNMG en de NPCF dat er, gegeven het voorhanden zijn van voldoende klachtondersteunende en klachtbehandelende instanties, een medische ombudsman overbodig is. Ik denk dat de feiten hier voor zichzelf spreken. Ik deel derhalve bovengenoemde conclusie en acht de zaak van de medische ombudsman hiermede afgedaan.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

drs. Clémence Ross-van Dorp

Afschriften van brieven over medische ombudsman 1. Afschriften van brieven over medische ombudsman Kamerstuk, 14-2-2003

Om het kamerstuk op te halen: Zie het origineel http://www.minvws.nl/document...er=393&page=19175 .

Deel: ' Instellen van een medische ombudsman '




Lees ook